Magazine

De keuze van... Anne van der Zwaag

De keuze van... Anne van der Zwaag
Anne van der Zwaag voor werk van Jan vd Ploeg. Foto door: Anneke Hymmen

In de rubriek ‘De keuze van…’ laten we een keur aan kunstliefhebbers (van incidentele kopers tot kunstprofessionals) aan het woord over hun beleving van kunst, en vragen we naar hun voorkeuren: waar zien ze het liefste kunst? Waar kopen ze, en vooral: wie kopen ze? In dit deel Anne van der Zwaag (curator OBJECT & BIG ART)


Wat betekent kunst voor jou?

De kunstwerken in mijn eigen collectie zijn bijna altijd gekoppeld aan herinneringen: aan een tentoonstelling die ik maakte, een boek dat ik heb geschreven, aan een samenwerking of een vriendschap. Ik werk nauw samen met kunstenaars en ontwerpers, en bouw daardoor met veel mensen een vriendschap op, het is een soort extended family.

Een paar jaar geleden heb ik een grote tentoonstelling samengesteld op Paleis Soestdijk: veertig kunstenaars maakten speciaal hiervoor nieuw werk, dat vergde een enorme inspanning van iedereen. Nynke Koster had een ontzettend ambitieus plan waar ik haar bij heb geholpen. Een paar maanden later stond ze bij me op de stoep met een afgietsel uit het paleis. Dat werk is me net als de andere kunstwerken in ons huis heel dierbaar. Ik koop geen kunst om het verzamelen zelf. Elk werk heeft een speciale betekenis, heb ik gekocht of gekregen op een bijzonder moment en vertelt een verhaal.

Drie jaar lang mocht ik met mijn designbeurs OBJECT te gast zijn op het historische cruiseschip SS Rotterdam. Een editie heb ik Klaas Kloosterboer gevraagd of hij iets speciaals wilde doen op het trossendek, wat alleen tijdens OBJECT was opengesteld. Hier plaatste hij een enorme figuur, de verstekeling, een poëtische verwijzing naar de historie van het schip. Een paar maanden later heb ik van Klaas zelf een werkje gekocht, ik geloof op Art Rotterdam.

Zo ben ik bijvoorbeeld ook aan een werk van Raquel Maulwurf gekomen, zij deed mee aan een grote tentoonstelling die ik in het Nederlandse Fotomuseum samenstelde. Toen ik haar bij Livingstone Gallery weer tegenkwam, heb ik een klein exemplaar voor mijzelf gekocht als herinnering aan de tijd dat ik daar werkte.

Als ik door ons huis loop denk ik aan die momenten terug, en moet ik altijd even glimlachen.


Black sea XII, 2017, Raquel Maulwurf.

Heb je kunst van huis uit meegekregen of heb je zelf je pad moeten vinden?

Mijn ouders waren niet bezig met ‘high art’, maar ik kom wel uit een cultureel en creatief gezin. We hebben vroeger over de hele wereld gereisd en dan kom je met allerlei vormen van kunst in aanraking. Ons ouderlijk huis staat nog steeds vol met kunst en design uit verre landen, al zou je het ‘hier’ misschien geen kunst en design noemen. Het is met veel inventiviteit en verbeeldingskracht gemaakt dus voor mij is dat ook kunst. Sowieso heb ik niets met heilige huisjes.

Vreemde culturen, geschiedenis – en dus ook kunstgeschiedenis – hebben me van kinds af aan altijd geïnteresseerd. Op de middelbare school was ik gefascineerd door het werk van Gauguin, en schreef ik voor het vak geschiedenis een groot werkstuk over hem. Ik heb als kind op Samoa gewoond en zijn Tahitiaanse werk sprak me om die reden erg aan. Ook toen draaide het om herinnering, en herkenning.

Daarna ben ik Kunstgeschiedenis gaan studeren in Utrecht, en aan de hand van Frans Haks vond ik al snel mijn weg in de wereld van de kunst. Maar wel in de brede zin van het woord, want Frans had een hekel aan conventies, en mixte kunst, design, architectuur, fotografie, high art en low art naar hartenlust. Frans is op allerlei manieren voor mij een rolmodel geweest, ik heb ongelofelijk veel van hem geleerd. Hij heeft mijn liefde voor multidisciplinaire kunstenaars aangewakkerd, voor mensen als Bertjan Pot en Maarten Baas, kunstenaars die niet makkelijk te vangen zijn. Zelf verzamel ik ook alle kunstdisciplines door elkaar, en hangt een werk van Marijn Akkermans naast een schooltasje uit Kameroen waar ik ben geboren.



Untitled, 2017, Marijn Akkermans.

Waar haal je je informatie over het wel en wee in de kunstwereld vandaan: krant, vakbladen, televisie, online?

Via mijn netwerk. Veel kunstenaars en museummensen zijn ook vrienden, via hen blijf ik op de hoogte en krijg ik allerlei uitnodigingen. Als ik meer tijd had, zou ik veel vaker naar tentoonstellingen gaan en meer ruimte voor atelierbezoeken willen maken, maar er moet ook gewerkt worden en ik heb nu een groot gezin. De krant lees ik als ik tijd over heb, televisie kijk ik eigenlijk nauwelijks. Wij hadden vroeger zelf ook geen TV.

Maar social media zijn voor mij wel heel relevant, om te delen wat mij inspireert en bezighoudt, en om te zien waar anderen aan werken. Mijn man werkt bij Facebook en heeft me er vorig jaar gelukkig van overtuigd om op Instagram te gaan. Hij is echt een early adopter en ik ben behoorlijk analoog, dus wat nieuwe technologie betreft volg ik hem. Het visuele van dit medium vind ik fijn, wat kunst en design betreft volgt hij mij.

Vooral de grote internationale vakbladen schrijven steeds vaker artikelen over (vaak reeds doorgebroken) kunstenaars van de grotere internationale galeries – veelal voorgekauwd door diezelfde galeries. Voor mij is het duidelijk dat dit gebeurt vanwege de vele advertenties die deze galeries in diezelfde vakbladen plaatsen. Die onderlinge afhankelijkheid zorgt ervoor dat beginnende goede kunstenaars, die vaak vooral bij de kleinere galeries zitten, relatief weinig aandacht krijgen. Terwijl dat juist zulke interessante kunstenaars zijn, omdat ze nog puur en ruw werken en (nog) niet produceren om aan de vraag te voldoen. Om aan informatie over hun werk en artistieke ambitie te komen, vergt actieve inzet en veel tijd.

Waar bekijk je het liefste kunst? In een galerie, museum, een beurs of online?

Het is toch het leukste als je de kunstenaar zelf spreekt, in zijn/haar atelier. Hier moet je meer moeite voor doen, maar dan stap je ook echt in een wereld en krijg je inzicht in het maakproces. Het fijne van beurzen is de diversiteit van het aanbod, en op de opening zijn de kunstenaars er meestal ook. In een museum is meer tijd voor contemplatie en hier kan de context van een tentoonstelling of een collectie verrijkend, maar ook wel weer bepalend zijn. Op Facebook en Instagram volg ik ook veel makers, daar kun je vaak het proces volgen, een kunstwerk in wording. Om die reden bezoek ik ook veel afstudeerpresentaties.

Voor OBJECT en BIG ART ben ik altijd nieuw talent aan het scouten. Dat ongepolijste vind ik interessant, en het is een sport om de pareltjes eruit te pikken. Ik koop op graduation shows ook regelmatig werk van jonge mensen. Niet in de hoop dat ze bekend worden, maar omdat ik het leuk vind ze te stimuleren en weet hoe belangrijk dit is.


The Urge to Sit Dry, 2018, Boris Maas.

Hoe vaak per jaar koop je kunst? Koop je werk in oplage of liefst uniek werk?

Meerdere keren per jaar. Op BIG ART en OBJECT koop ik zelf altijd een aantal werken, maar ook op Unseen, op Art Rotterdam, soms op de KunstRAI. Amsterdam Drawing vond ik een hele fijne beurs, intiem, overzichtelijk en een goede sfeer. Sowieso intrigeert tekenkunst me, de aandacht die er naar uit is gegaan, de detaillering, er is zoveel te zien.

Naar aanleiding van BIG ART heb ik via Galerie Helder een werk van Sigrid van Woudenberg gekocht, een paar jaar geleden deed Robbie Cornelissen bij ons mee, van hem zou ik ook graag iets willen hebben, net als van Niek Hendrix. Internationaal heb ik op Liste (in Basel) regelmatig werk gekocht, en ik vond de afgelopen jaren Photo Basel ook fijn, het heeft een beetje de sfeer van Amsterdam Drawing.

Uniek of in oplage maakt me niet echt uit. Een tijdje geleden ben ik met een aantal bevriende kunstliefhebbers een club gestart waarbij we gezamenlijk aan kunstenaars een opdracht geven en allemaal een exemplaar (editie) van dat werk krijgen. De kunstenaar betalen we vooraf en is helemaal vrij om te maken wat hij of zij wil. Vertrouwen en verrassing, daar gaat het om. Op dit moment werkt Esther Tielemans voor ons aan een kunstwerk en daar ben ik ontzettend benieuwd naar. Intussen oriënteren we ons alweer op de volgende opdracht.


Summer Break, 2019, Sigrid van Woudenberg.

En waar koop je dan: in de galerie, op een kunstbeurs, op een veiling of online?

Dat verschilt. Het liefste ga ik erop uit, maar ik heb ook een tijdje best wat op Catawiki gekocht: dat werkt echt verslavend door het opbieden en de tijdsklok, dus daar ben ik snel weer mee gestopt, haha. Ik heb er wel een mooi vroeg werkje van Lily van der Stokker aan over gehouden. Wat ik online mis is toch het persoonlijke contact.

Het liefst koop ik van of via mensen die ik ken. Als ik een klik heb met de galeriehouder of kunstenaar, kan ik extra genieten van het werk dat ik heb gekocht. De gunfactor speelt in mijn werk en leven een grote rol.

Is het belangrijk dat jij en je partner het altijd eens zijn over een aankoop?

Wij kopen alles uit een gemeenschappelijke pot en laten elkaar daarin vrij. Als de ander iets mooi vindt of graag wil hebben dan is dit helemaal prima, we gunnen elkaar veel. We zijn allebei druk, dus hebben niet veel tijd om altijd samen kunst te kijken. In de praktijk koop ik het meeste, maar het is ook mijn werk dus dat is logisch. Bij mij thuis genieten ze van alle bijzondere dingen in huis en meestal zijn ze blij verrast.

De kinderen groeien echt op met kunst en design. Als ze meegaan naar galeries of beurzen, mogen ze soms ook zelf iets kiezen, zo maak je ze bewust van hun eigen smaak en daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Kunst4Kids vind ik daarom ook een ontzettend goed initiatief. Tristan (12 jaar) en Ronin (6 jaar) hebben uitgesproken ideeën over wat ze mooi of interessant vinden, soms vraagt de een: ‘Mag dat op mijn kamer?’ en soms de ander. Zelfs Saga (4 maanden!) heeft al een kleine collectie: ik kocht al een werk voor haar van Katrin Korfmann, en zou haar ooit ook graag iets van Katinka Lampe geven.


1420184, 2019, Katinka Lampe.

Is er een galerie waar je een speciale band mee hebt?

Vanuit mijn werk heb ik met veel galeries een persoonlijke band opgebouwd dus ik zou er niet speciaal een willen noemen. Maurits van de Laar, Pien Rademakers, Kees van Gelder, Franzis Engels, Cokkie Snoei, Antoinette de Stigter, Roger Katwijk zijn altijd enthousiast over wat ik doe en andersom ook. Iemand als Cosimo Ricatto heeft ook zo’n positieve attitude, zeker voor mensen die niet in de scene zitten is uitstraling en communicatie essentieel.

Kunst kan onzeker maken als je er niet bekend mee bent, je hebt een goede en overtuigende gids nodig. Dit kan de kunstenaar zelf zijn, maar ook een consultant of galerie.

Als je onbeperkt budget had, van wie zou je dan een werk aankopen?

Als ik onbeperkt geld had zou ik kunstenaars die ik interessant vind opdrachten geven waarin ze zich vrij voelen om te experimenteren. Ik zou ergens in Friesland een stuk land kopen en een plek creëren waar kunstenaars werk kunnen maken en mensen er gratis van kunnen genieten. Insel Hombroich vind ik inspirerend, maar dan losser, meer zoals de Verbeke Foundation. Met Gabriel Lester heb ik de afgelopen tijd samengewerkt, hem zou ik zeker vragen, Maze de Boer ook, want hij weet altijd weer te verrassen en Tom Claassen, omdat zijn werk zo mooi en tijdloos is en kinderen er gek op zijn. Geen museum, maar een vrijplaats dus.

Een kostbaar werk van een grote naam zegt mij niet zoveel want met de geldelijke waarde ben ik niet bezig. Iets wat met liefde voor een plek of persoon is gemaakt vind ik veel specialer..

Wie zijn je favoriete kunstenaars (op Gallery Viewer), en waarom?

Er staan veel kunstenaars op die interessant zijn dus dat is moeilijk kiezen.

-     Een fijne verrassing vind ik de – vermoedelijk – jongste kunstenaar op de website van Gallery Viewer: Boris Maas. Zijn werk heb ik vorig jaar op de Design Academy gespot. Super om hem nu terug te zien bij galerie Frank Taal.

-     Ook bij Frank Taal: Midas Zwaan en Erik Sep. Het werk van Midas bevat allerlei bekende objecten en referenties, oogt vertrouwd en roept tegelijkertijd veel vragen op: dat prikkelt de verbeelding. Bij Erik is er ook veel te zien, maar hij laat precies genoeg ruimte aan de kijker om zelf verbindingen te leggen en conclusies te trekken. Beide gaan grensoverschrijdend te werk: kijk je naar een sculptuur, een installatie, is het architectuur of een assemblage? Dat vind ik interessant.

-     Het werk van Jan Roeland spreekt me aan omdat het zo alledaags en herkenbaar is, pretentieloos. Dat past wel bij me. En zijn kleurgebruik vind ik heel mooi, helder en klaar.

-     Sowieso houd ik van het werk van de generatie van Roeland: ik ben afgestudeerd op kunst uit de jaren zestig en zeventig dus werk van mensen als Jan van Munster, Jan Schoonhoven, Sjoerd Buisman en Peter Struycken spreekt me erg aan. Frans Haks deed me ooit twee schilderingen van Struycken cadeau. Als ik daarnaar kijk hoor ik direct zijn schaterlach.


Kleurverhouding III, 2013, Peter Struycken.



Gallery Viewer en Het Parool zijn op 18 april 2019 mediapartners geworden. De samenwerking bestaat uit een uitwisseling van content. Zo publiceert Het Parool wekelijks de rubriek ‘De keuze van…’ van Oscar van Gelderen en Manuela Klerkx in de krant en op de site. 

In this article