‘How many leaves does basil have?’ vertrekt vanuit een ogenschijnlijk eenvoudige vraag die zich onmiddellijk onttrekt aan een sluitend antwoord.
Tellen fungeert hier als een metafoor voor processen van overdracht: verhalen, beelden en herinneringen die zich opstapelen, migreren en transformeren zonder ooit volledig te worden gecatalogiseerd.
De tentoonstelling brengt het werk van Billie J. Kanter en Faryda Moumouh samen, verbonden door een gedeelde aandacht voor fragmentatie, herschikking en de materiële dragers van herinnering. Hoewel hun vertrekpunten verschillen, behandelen beide kunstenaars hun bronmateriaal niet als autoriteit maar als grondstof: iets dat kan worden ontmanteld, vertraagd, geherstructureerd en opnieuw gearticuleerd.
Billie J. Kanter onderzoekt de mechanismen waarmee narratieven worden verplaatst en omgezet in visuele structuren. Geschiedenis wordt daarbij niet illustratief maar structureel opgeslagen, verankerd in kleur, textuur en vorm. In het atelier stapelen fragmenten zich op en keren ze terug in nieuwe constellaties. Uiteindelijk ontstaan oppervlakken die zijn opgebouwd uit indirecte sporen van reproductie en herinnering. Hun herkomst is nooit eenduidig afleesbaar; er sluimert een grammatica onder die niet verklaart maar herinnert en waarin oorsprong slechts als echo aanwezig blijft.
Faryda Moumouh neemt het fotografische beeld als uitgangspunt voor processen van manipulatie, toevoeging en materiële ingreep. Door digitale bewerking te combineren met handmatige interventies, met gebruik van onder meer acryl, inkt, kalkpapier en mica, construeert zij gelaagde beeldvelden waarin waargenomen werkelijkheid, herinnerde ruimte en innerlijke projectie samenvloeien. Landschappen, portretten en stedelijke ruimtes verschijnen als mentale topografieën waarin identiteit, geografie en existentiële ervaring zich niet vastzetten maar verschuiven. Haar beelden gedragen zich als archeologische sites: velden waarin sporen zichtbaar blijven maar nooit volledig samenvallen tot één eenduidige oorsprong.
De basilicumplant verwijst niet enkel naar een verhaal dat een verborgen geschiedenis draagt, maar ook naar een werkmethode: een oppervlak opgebouwd uit de accumulatie van ontelbare kleine elementen. Zoals bladeren blijven aangroeien en zich niet definitief laten tellen, zo onttrekken ook migrerende verhalen, fotografische herinneringen en visuele reconstructies zich aan een sluitende classificatie. Wat de tentoonstelling zichtbaar maakt, is dan ook niet het bewaren van het verleden, maar het voortdurende proces waarin beelden, verhalen en materialen zich steeds opnieuw herschikken.