In Where I End and You Begin ontmoeten twee kunstenaars elkaar die, ieder op hun eigen manier, onderzoeken waar de grens ligt tussen vorm en ontbinding, tussen individu en omgeving, tussen verleden en vernieuwing. De titel, ontleend aan een nummer van Radiohead, verwijst naar dat ongrijpbare moment waarop iets ophoudt zichzelf te zijn en overgaat in iets anders.
In het werk van Anouk Griffioen is het bos geen decor, maar een denkruimte. Haar monumentale zwart-wit tekeningen ademen als levende organismen: stammen rijzen op, takken verstrengelen zich, wortels zoeken hun weg naar de diepte. Griffioen tekent zonder te wissen — elke lijn is definitief, elke beweging een afdruk van tijd en aandacht. Zo ontstaan werelden waarin natuur niet louter wordt afgebeeld, maar lijkt te ontstaan op het papier zelf.
Haar duisternis is niet dreigend maar vruchtbaar; uit de schaduw groeit iets nieuws. Griffioens werk gaat over de hardnekkigheid van leven, over het vermogen van de natuur — en van de mens — om telkens opnieuw te beginnen.
Bram Ellens richt zijn blik juist op wat achterblijft. Zijn sculpturen Orphans bestaan uit gestapelde tweedehands schilderijen waarvan de beschilderde zijden naar binnen zijn gekeerd. Wat resteert, zijn de kale houten spieraamconstructies, rafelige doeken en sporen van gebruik — de achterkant van het beeld, de onderlaag van betekenis. Door die simpele omkering verandert Ellens het schilderij van decoratief object in drager van herinnering. Wat ooit bedoeld was om te tonen, wordt nu verborgen; wat normaal verborgen blijft, wordt zichtbaar. Zijn Orphans spreken over ontworteling en herkomst, over het moment waarop iets zijn context verliest en daardoor juist iets nieuws wordt.
Samen vormen Griffioen en Ellens een tweeluik over verdwijnen en wording — over het voortdurende proces waarin identiteit, natuur en cultuur elkaar afstoten en omarmen. Where I End and You Begin toont dat grensgebied: dat fragiele, maar vruchtbare moment waarop iets ophoudt zichzelf te zijn, en daardoor pas echt tot leven komt.