‘Ik voelde me vaak een soort god, maar toch miste ik iets. Iets tactiels’, zegt Jaehun Park over de aanleiding voor zijn nieuwe sculpturen. Park maakte de afgelopen jaren naam met videowerk, maar voor zijn huidige show Shifting Realities bij Bradwolff & Partners keerde hij terug naar het maken van sculpturen.
Shifting Realities is nog tot en met 21 juni te zien bij Bradwolff & Partners.
Ze hebben iets perfects, de videowerken van Jaehun Park. Een blok ijs, hangend in een spanband, dat langzaam smelt waarbij het water keurig wordt opgevangen in een stalen kom, of de tak waaruit heel gelijkmatig water stroomt. De natuurkundige onmogelijkheid en de perfectie verraden dat je kijkt naar een werk dat met een computer gemaakt is, maar tegelijk zorgt die perfectie ervoor dat je gebiologeerd blijft kijken. Immers, als er water uit een tak kan stromen, is alles mogelijk. ‘Je voelt je een soort god als je de werken maakt, want bij een digitaal werk heb je volledige controle over de uitkomst.’ Ze vertellen een verhaal dat je deels herkent, maar deels ook niet kan plaatsen, omdat verdere context ontbreekt.
Een andere aanpak
Jaehun Park (Zuid-Korea, 1986) werd in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul opgeleid tot schilder en beeldhouwer en belandde in 2018 in Nederland voor een master in Artistic Research aan de KABK. Aanvankelijk wilde hij doorgaan met het maken van sculpturen, maar dat bleek nog niet eenvoudig. ‘Ik ben beïnvloed door iemand als Marcel Duchamp en maak in mijn werk graag gebruik van ready mades. Daarvoor zocht ik naar afgedankte spullen, maar ik merkte al snel dat men in Nederland anders met spullen omgaat. Er wordt weinig weggegooid en er is een grotere tweedehands markt.’
Naast het gebrek aan materialen, dwongen de lockdowns van 2020-2021 Park tot een andere werkwijze. Hij kon zijn atelier ongeveer een jaar niet bezoeken en verlegde zijn naar het digitale domein. Al snel kwam Park er achter dat het daar wemelde van de ready mades. Vaak zijn ze geüpload door architecten en game-ontwerpers, maar ook door scholieren. Planten, tv’s, stoelen, banken, pannen – van vrijwel ieder voorwerp bestond een digitale tegenpool die onbeperkt beschikbaar is.
Simulaties
‘Een prettige bijkomstigheid van de lockdowns was dat ik alle tijd had om wegwijs te worden in het werken met 3d-rendering tools. Ik heb uren naar YouTube-tutorials gekeken,’ vertelt Park in de galerie. ‘Ik leerde hoe je alles precies kon instellen - van de hoeveelheid wind die ergens staat, de snelheid waarmee een blok ijs smelt bij een bepaalde temperatuur, tot de manier waarop een tak draait of de snelheid waarmee water stroomt - totdat er een interessant beeld ontstond.’
Park noemt zijn videowerken simulaties en geen animaties. Bij die laatste vorm animeer je 24 frames per seconde. Bij simulaties gebeurt het werk aan de voorkant: als maker stel je de parameters in en vervolgens berekent de computer de uitkomst.
Controle is ook waar de werken over gaan: de relatie tussen mens en natuur. Als je meerdere werken van Park ziet, valt op dat in ieder werk een of meerdere natuurlijke fenomenen optreden: het stromen van water, het smelten van ijs, wind en vuur. ‘In mijn werk laat ik zien hoe de mens de natuur beïnvloedt en omgekeerd. Als mens hebben we weinig invloed op de natuur, global warming daargelaten, maar in het digitale domein is die controle wel totaal.’ De simulaties kan je beschouwen als scenario’s voor een tijd waarin de mens wel volledige controle heeft over de natuur.
Futuristisch, functioneel en militair
Hoewel de totale controle Park beviel, ontbrak er voor zijn gevoel toch iets. Iets tactiels. Bijna twee jaar terug begon hij aan een nieuwe serie sculpturen die nu te zien is in Shifting Realities.
De werkwijze bij de sculpturen is precies omgekeerd aan die van de videowerken, legt Park uit. ‘De videowerken kennen hun oorsprong in de werkelijkheid en zijn digitaal uitgevoerd. Deze sculpturen zijn in het echt uitgevoerd, maar zijn ontstaan achter de computer.”
De werken meten niet meer dan 40 bij 30 cm en lijken uit een sci-fi-serie te zijn ontsnapt. Park speelt met beeldtalen uit de militaire wereld, sciencefiction en het interface design. De werken ogen dan ook futuristisch, functioneel en militair. Ze zijn klinisch wit en grijs met fuchsia-, munt-, teal tinten.
Daarbij geven de strakke geometrische patronen, gaten voor schroeven en inkepingen voor ventilatie je het idee dat de sculpturen een duidelijke functie hebben. Maar juist die functie laat Park in het midden, waardoor je ook hier wordt aangezet na te denken over een mogelijke toepassing ervan en toekomstscenario’s. Het is een object zonder verhaal. Ook deze nieuwe sculpturen gaan in zekere zin over controle, ze leunen in ieder geval op de esthetiek van controle.
Launcher oogt bijvoorbeeld als een onderdeel van een toekomstig militairwapensysteem: een module, een wapeninterface, een schakel tussen mens en machine. Gemaakt van een polymeer en afgewerkt met chirurgische precisie, refereert Launcher aan een industrieel voorwerp, een aerodynamische vorm met verborgen functies. Het object is gesloten, maar tegelijk gespannen als iets dat klaarstaat voor gebruik, zoals een doorgeladen pistool. Zoals de titel al doet vermoeden: Launcher is geen eindpunt, maar een startmechanisme.
Ook deze nieuwe sculpturen gaan in zekere zin over controle, ze leunen in ieder geval op de esthetiek van controle. Launcher is een sculptuur als spanningsveld: tussen functie en fictie, tussen controle en overgave.
Propaganda Machine
Op de wand tegenover Launcher, Inner Core en Austronaut Maneuvering Unit hangt een vierde nieuwe sculptuur. Een die zijdelings aan de geopolitieke spanningen tussen Noord en Zuid-Korea refereert. Propaganda Machine is losjes gebaseerd op de militaire luidsprekers die in de demilitarized zone (DMZ) tussen Noord- en Zuid-Korea hangen. Daarmee bestoken de beide Korea’s elkaar met propaganda. Het geluid is van mijlenver te horen – een enkele speaker bestrijkt zo’n twintig kilometer. Het leger en de geopolitiek is nooit ver weg in Zuid-Korea, vertelt Park die zelf twee jaar dienstplicht vervulde.
Als je zonder deze kennis naar de sculptuur kijkt, zie je een donker oranje vorm die is gegoten in engineered thermal polymeer, een hittebestendig materiaal vaak gebruikt voor massaproductie. Ook hier is de vraag: kijken we naar controle of onmacht? De sculptuur oogt strak en machtig, maar het is wel een vorm van macht die wordt uitgedaagd en getest. Er spreekt namelijk een zeker onbehagen uit de scherpe randen, rasterachtige oppervlakken en suggestieve openingen.
Dat geldt ook voor de vogelfiguur in het midden van de sculptuur. Is het een Amerikaanse adelaar, een feniks of een totalitair symbool? Het maakt Propaganda Machine tot een gelaagd object. Een ideologisch geladen apparaat, waarin hoop, angst en technologie samenkomen.