In Spazio Nuovo in Rome is tot en met 18 november de tentoonstelling ‘Fuori Quadro’ van Chiara Bettazzi te zien. In deze expositie speelt de kunstenaar met de grenzen van het fotografische beeld en de wisselwerking tussen fotografie en installatiekunst. ‘Fuori Quadro’ is letterlijk te vertalen als ‘buiten het kader’ en belicht een belangrijk uitgangspunt van de tentoonstelling: Bettazzi speelt met de grens tussen het fotografische beeld en de fysieke werkelijkheid. Sommige objecten bevinden zich fysiek in de tentoonstellingsruimte én als fotografische weergave, waardoor ze op verschillende plekken en momenten in de tijd aanwezig zijn. De kunstenaar is daarbij geïnteresseerd in de manieren waarop alledaagse voorwerpen van betekenis kunnen veranderen wanneer ze buiten hun vertrouwde context worden geplaatst. Haar multidisciplinaire praktijk omvat onder meer fotografie, installaties, video en locatiespecifieke projecten.
Het atelier van de kunstenaar staat vol met gevonden voorwerpen: gebruiksvoorwerpen als vazen, flessen, keramiek en kunstbloemen, maar ook oude foto's, glas, afval, onderdelen van meubels en verkoolde resten. Bettazzi is gefascineerd door onze relatie met consumptie, door de achteloosheid waarmee we dingen weggooien en de haast compulsieve manier waarop we nieuwe spullen verzamelen. De kunstenaar hecht minder belang aan de oorspronkelijke functie van haar gevonden objecten dan aan hun artistieke potentieel: vorm, kleur, textuur en onderlinge verhoudingen. Bovendien valt een voorwerp nooit volledig samen met de betekenis die we eraan toekennen. Bettazzi vindt haar materialen op uiteenlopende locaties, van rommelmarkten tot verlaten fabrieken en voormalige industrieterreinen. Dat wat anderen afdoen als afval kan voor Bettazzi een vonk vormen, de basis voor een nieuwe compositie. In 2005 vestigde Bettazzi haar atelier SC17 in een voormalige textielfabriek in Prato. Tien jaar later richtte ze Tuscan Art Industry op, een initiatief dat zich hard maakt voor het behoud en de herbestemming van industrieel erfgoed in Toscane. Ze werkt daarbij regelmatig samen met andere kunstenaars, architectuurhistorici en milieubiologen en deskundigen uit andere disciplines.
Bettazzi vertaalt haar gevonden objecten vervolgens naar mysterieuze, driedimensionale en soms surrealistische installaties, op zoek naar een interessante spanning tussen de verschillende materialen, de ruimte ertussen, transparantie en reflectie en de manier waarop het licht op de oppervlakken valt. In zo’n nieuwe sculpturale context is een vaas bijvoorbeeld niet langer simpelweg een gebruiksvoorwerp, maar een abstracte vorm, een onderdeel van een groter geheel. Deze stillevens hebben vaak een tijdelijk karakter: ze worden samengesteld, gefotografeerd en vervolgens weer uit elkaar gehaald, om soms weer vorm te krijgen in een nieuwe compositie.
Benedetta Casini, curator van de tentoonstelling, zegt: “De objecten [in de tentoonstelling] treden definitief buiten het kader, waardoor ze zowel in tijd als in ruimte een dubbel bestaan krijgen: ze bevinden zich tegelijkertijd in het verleden en het heden, aan weerszijden van het kader, als fysieke werkelijkheid en als afbeelding.”
Fotografie was voor Bettazzi aanvankelijk vooral een middel om haar installaties vast te leggen en het maakproces te volgen. Maar gaandeweg kreeg het medium een steeds belangrijkere, zelfstandige rol binnen haar praktijk. Fotografie is hier een belangrijke getuige, het beeld vangt een moment dat niet langer in die hoedanigheid bestaat, waardoor het in een andere vorm kan voortbestaan.
In de tentoonstelling ‘Fuori Quadro’ speelt Bettazzi daarmee. Enkele objecten uit haar foto's zijn aanwezig in de ruimte, maar dan net anders opgesteld waardoor hun onderlinge relaties zijn veranderd. De fysieke elementen maken ook iets zichtbaar: de hand van de kunstenaar. Op de foto's krijgen de gedrapeerde stoffen, door de manier waarop ze zijn gedrapeerd en belicht, iets menselijks, met verwijzingen naar religieuze schilderkunst. In de galerie verdwijnt die theatrale illusie en zie je wederom het materiaal zelf, drie banen stof die als gordijnen aan het plafond bevestigd zijn.
Bettazzi’s werk refereert bovendien aan de lange kunsthistorische traditie van het stilleven. Kunstenaars maken al eeuwenlang gebruik van alledaagse voorwerpen om iets te zeggen over vergankelijkheid, bezit en de betekenis van materiële dingen. Bettazzi probeert met haar stillevens een verbinding te leggen tussen de afgebeelde wereld en de ruimte daarbuiten.
Chiara Bettazzi werd in 1977 geboren in Prato, waar ze nog steeds woont en werkt. Na haar middelbare schooltijd aan het Liceo Artistico Leon Battista Alberti in Florence studeerde Bettazzi kunst-, muziek- en podiumkunstenwetenschappen (Discipline delle Arti, della Musica e dello Spettacolo) in Bologna. Bettazzi stelde haar werk eerder tentoon in de Galleria Nazionale d'Arte Moderna e Contemporanea in Rome, de Fondazione Querini Stampalia in Venetië, het Centro per l'Arte Contemporanea Luigi Pecci in Prato en het Museo di Santa Maria della Scala in Siena. Haar werk is opgenomen in de collecties van de Galleria Nazionale d'Arte Moderna e Contemporanea in Rome, Casa Masaccio Centro per l'Arte Contemporanea, de Collezione Farnesina, Castello di Ama en het Museo di Santa Maria della Scala in Siena.