Tijdens de kunstbeurs Art Rotterdam vinden er in de stad ook verschillende boeiende tentoonstellingen plaats. Een daarvan is Miraculous Visions bij Christian Ouwens Gallery, waar werk van James Aldridge (1971) wordt gepresenteerd. Aldridge is een Britse kunstenaar die al meerdere jaren in Zweden woont en werkt, en deze omgeving vertaalt zich op een vanzelfsprekende manier in zijn artistieke praktijk.
Hij schildert levendige en kleurrijke constellaties die pulseren met elementen uit het dierenrijk, zoals kevers, uilen en motten. Hij brengt ze in al hun diversiteit en uitbundigheid in beeld. In zijn vaak nachtelijke scènes, gekenmerkt door donkere, intieme tonen en een mysterieuze, gesluierde sfeer, komt de nacht op een intense manier tot leven.
Een bijkomende dimensie ontstaat wanneer de schilderijen in het donker worden bekeken. Ultraviolet licht onthult subtiele details in de penseelvoering en introduceert een bijna buitenaardse gloed. Dit doet denken aan de werkwijze van biologen die tijdens nachtelijk veldwerk UV-licht gebruiken om insecten te bestuderen, patronen op planten en dieren zichtbaar te maken die overdag onzichtbaar blijven, en soorten te observeren die zich enkel onder specifieke omstandigheden tonen.
Aldridge put uit ogenschijnlijk uiteenlopende invloeden. Enerzijds zijn er de renaissancelandschappen en het negentiende-eeuwse Franse panoramische behang; anderzijds een breed spectrum aan experimentele muziekgenres. Zijn schilderijen tonen verleidelijke landschappen waarin kraaien rook uitblazen, uilen hun majestueuze vleugels spreiden en kevers over gevallen bladeren kruipen. Deze scènes baden in weelderige bloemen, maar worden tegelijk gekleurd door een onderliggende onrust. Doorheen de vele lagen in zijn werk is de symbiotische verbondenheid van de natuur duidelijk voelbaar.
Aldridge bereikte al verschillende belangrijke mijlpalen in zijn carrière, waaronder een indrukwekkend panoramisch schilderij in opdracht van Tate Modern. In een kort interview met Gallery Viewer geeft de kunstenaar inzicht in de meest recente werken in zijn tentoonstelling bij Christian Ouwens Gallery. De tentoonstelling loopt nog tot en met zaterdag 2 mei.

Hoe ontwikkelde je de beeldtaal van de werken in deze tentoonstelling?
“Ik denk er liever over als iets dat zich ontwikkelt via het proces. Ik word beïnvloed door zowel het kijken naar kunst als door beelden die ik dagelijks tegenkom. Dat betekent dat een hedendaagse behangprint of de grafiek op een platenhoes even belangrijk kan zijn als een Nederlands stilleven of een renaissanceschilderij. Er is geen hiërarchie. Deze verschillende beeldtalen komen samen in mijn werk en moeten een zekere verrassing in zich dragen. Dat is een evenwichtsoefening, een voortdurend verschuiven.
Elk element wordt geplaatst als reactie op het vorige, waardoor de beelden zich intuïtief opbouwen. Het is alsof een schilderij in mijn hoofd een gesprek met zichzelf begint te voeren. Het stuurt mij, eerder dan omgekeerd. Ik luister altijd naar muziek wanneer ik werk, omdat het een bepaalde sfeer en ritme in het atelier brengt. Vroeger luisterde ik veel naar heavy metal, maar dat is de laatste jaren veranderd. Nu luister ik afhankelijk van mijn stemming, gaande van free jazz en dub reggae tot experimentele muziek. Voor veel van de recente werken luisterde ik veel naar Current 93 en Coil.
Ik heb ook leren tekenen door als kind vogelgidsen over te tekenen. Die lagen thuis omdat mijn vader een fervent vogelspotter was. Dat heeft bij mij een kennis van en interesse in de natuur aangewakkerd. Ik zie het kijken naar de natuur als een manier om de wereld rondom mij te interpreteren, wat sterk lijkt op hoe je schilderkunst benadert wanneer je naar kunstwerken kijkt. Je ontleedt en herkent bepaalde elementen om te begrijpen waar je naar kijkt. Tegelijk interesseert het me hoe we een beeld niet alleen ‘lezen’ door het te identificeren, maar ook via andere invloeden. Zo kan een ekster, die vaak in mijn werk opduikt, gezien worden als een slecht voorteken, terwijl twee eksters net een goed voorteken kunnen zijn. Zulke folkloristische referenties hebben volgens mij een sterke invloed op hoe we beelden van de natuur op een onderbewust niveau ervaren.”

Zie je deze tentoonstelling als een verlengstuk van je bestaande praktijk, of introduceren de recente werken nieuwe stijlen, benaderingen of thema’s?
“Ik zie mijn praktijk als een heel lang gesprek dat zich langzaam ontwikkelt, dus nieuwe werken zijn altijd een verlengstuk daarvan. Het is alsof je steeds vloeiender wordt in een taal die blijft groeien en rijker wordt. Een manier vinden om los te komen van iets waar ik te vertrouwd mee ben geraakt, is erg moeilijk, maar ik weet dat net daar iets spannends kan ontstaan en het werk een sprong vooruit maakt. Dat gebeurt af en toe, en specifiek in deze tentoonstelling gebeurde dat bij de werken Float en Gate.
Iets wat ik ongeveer dertig jaar geleden al gebruikte en recent opnieuw is opgedoken, zijn fosforescerende materialen. Ik herinner me dat het oorspronkelijke idee kwam van sterren die kinderen op hun slaapkamerplafond kleven om de nachtelijke hemel na te bootsen. Dat sluit aan bij mijn gedachten over hoe we de wereld rondom ons verbeelden. Tegelijk vind ik het idee interessant dat de werken ‘een voorstelling geven’ zonder publiek, wanneer de lichten uit zijn en niemand aanwezig is. Het doet me nadenken over hoe en van waaruit je als kijker naar kunst kijkt.”

Hoe verhoudt de titel Miraculous Visions zich tot de werken die je presenteert?
"Miraculous Visions komt voort uit het bekijken van het zestiende-eeuwse manuscript The Book of Miracles tijdens het maken van deze werken. Het is een bijzonder fascinerende reeks beelden van weersverschijnselen en meteorietenregens. Uiteraard begreep men deze fenomenen toen niet, waardoor ze apocalyptische connotaties kregen en in beeld werden gebracht. Ik kijk graag naar momenten waarop beeldvorming werd gebruikt om grip te krijgen op de werkelijkheid, waarbij de betekenis van wat we zien wordt gevormd door invloeden zoals geloof en bijgeloof.”