Tot en met 1 maart presenteert Galerie Ramakers in Den Haag een solotentoonstelling van Reinoud Oudshoorn. De kunstenaar gaf de expositie de titel ‘Limit everything to the essential, but do not remove the poetry’, een citaat van Dieter Rams. Deze beroemde ontwerper staat bekend vanwege zijn radicale eenvoud, functionele helderheid en tijdloze gevoel voor esthetiek. Die waarden staan ook centraal in de praktijk van Oudshoorn.
Reinoud Oudshoorn werd in 1953 geboren in Ommen. Hij studeerde aan de (huidige) AKI ArtEZ Academie voor Art & Design en volgde een residentieprogramma aan Ateliers 63 in Haarlem, de voorloper van De Ateliers. Vanaf 1986 was hij jarenlang verbonden aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag als docent.
Oudshoorn begon zijn artistieke praktijk als schilder, maar liep vast op de beperkingen van het platte vlak. Hij besloot zijn aandacht te verleggen naar de derde dimensie, zonder de taal en logica van de schilderkunst volledig los te laten. De kunstenaar werkt vanuit het idee dat een sculptuur meer ruimte zou moeten genereren dan het zelf inneemt. Perspectief vormt daarbij het fundament, als denkmodel om waarneming en ruimte met elkaar te verbinden. Niet als hulpmiddel om een beeld tot stand te brengen, maar als een vaststaand gegeven waaruit elk werk voortkomt. Die keuze bepaalt niet alleen de vorm van de sculpturen, maar ook hun onderlinge samenhang en de manier waarop zij zich tot de ruimte verhouden.
Die benadering wordt voelbaar zodra je de tentoonstelling als bezoeker waarneemt. Je perspectief ten aanzien van de driedimensionale werken verandert terwijl je je door de ruimte beweegt en ook tussen de werken onderling bestaat een impliciete en expliciete spanning. De sculpturen in de tentoonstelling zijn opgebouwd uit geometrische vormen in een beperkt aantal materialen: zwart staal, gevormd hout en diffuus matglas. Ze zijn vrijwel allemaal aan de muur of op de vloer geplaatst, die als elementen meetellen in de visuele beleving van de werken. Visueel verwijzen de sculpturen zowel naar architectuur als naar organische patronen uit de natuur. Daarnaast zijn in expositie ook enkele werken op papier te zien.
Een terugkerend uitgangspunt binnen de praktijk van Oudshoorn is een vast verdwijnpunt op 1,65 meter hoogte, een gemiddelde ooghoogte. Als je de werken bekijkt en in gedachten een verdwijnpunt op 1,65 meter hoogte plaatst dan komt dat principe tot leven: onzichtbare lijnen lijken vanuit alle hoeken naar één gezamenlijk punt toe te lopen. In de tentoonstelling functioneert de 1.65 lijn als een gedeelde horizon die de afzonderlijke sculpturen met elkaar verbindt. De kunstenaar speelt daarbij met onze waarneming. Het resultaat is een subtiele, bijna voelbare ordening van de ruimte.
Oudshoorn gaat daarbij traditioneel te werk: zijn modellen vinden hun oorsprong niet in digitale modellen, maar in schetsen, wiskundige berekeningen en tekeningen. De resulterende werken worden getekend door Intuïtie, schaal, balans, harmonie en spanning.
Het werk van Oudshoorn werd onder meer verzameld door het Stedelijk Museum, het Joods (Historisch) Museum, de AkzoNobel Art Foundation, UMC Utrecht, ABN Amro en Collection Sammlung Schroth. Oudshoorn exposeerde zijn werk onder andere in het Stedelijk Museum, de Vishal, Arti & Amicitiae, Rijksmuseum Twenthe en in galeries in China, Zuid-Korea en het Verenigd Koninkrijk.