In zijn solotentoonstelling “Limit everything to the essential, but do not remove the poetry” — een citaat van industrieel ontwerper Dieter Rams — toont de galerie recent werk van de Nederlandse kunstenaar Reinoud Oudshoorn (*1953). De tentoonstelling bestaat uit minimalistische sculpturen van staal, hout en matglas, die samen een ruimtelijke installatie vormen en zich uitstrekken over wanden, vloeren en hoeken van de galerie.
Centraal in het oeuvre staat de zogenoemde 1,65-meterlijn: een gedeelde horizon en verdwijnpunt dat alle sculpturen met elkaar verbindt. Deze hoogte, overeenkomend met een gemiddelde ooghoogte, fungeert niet alleen als visueel referentiepunt, maar ook als uitnodiging tot contemplatie en introspectie. Ondanks hun geometrische precisie ogen de werken licht en open, bijna immaterieel. Met name het gebruik van matglas roept associaties op met mist en onzekerheid, waardoor vormen nooit volledig scherp lijken.
Sinds de jaren negentig onderzoekt Oudshoorn perspectief en het idee van één vast standpunt. Waar hij zijn artistieke praktijk begon als schilder, vertaalt hij deze fascinatie inmiddels naar de driedimensionale ruimte. Zijn werkwijze is uitgesproken hands-on: zonder digitale modellen of assistenten werkt hij vanuit intuïtie, ondersteund door potloodschetsen en eenvoudige berekeningen.
De tentoonstelling vormt een tegenwicht voor de hedendaagse nadruk op technologie en spectaculaire beeldtaal. 1.65 nodigt de bezoeker uit tot vertraging, stilte en aandacht, en biedt een ervaring waarin leegte, schaduw en ambiguïteit even betekenisvol zijn als vorm.