Ergens tussen kijken en begrijpen bevindt zich een ongrijpbaar gebied. Het is de plek waar beelden ontstaan zonder dat ze helemaal vatbaar worden, waar een landschap transformeert in een gevoel, een herinnering, een suggestie. Kunstenaars bewegen zich vaak in dat schemergebied, tussen wat we denken te zien en wat er werkelijk is. Yasmine Willems (°1985 in Lier, woont en werkt in Zeeland, NL) doet dat in haar expositie ‘Pareidolia’ in Shoobil Gallery met een subtiele maar meeslepende intensiteit. Haar schilderijen zijn geen landschappen in de klassieke zin, maar beelden waarin waarneming en verbeelding met elkaar versmelten. Haar werk roept geen schreeuwerige emoties op, maar een bedachtzame verwondering. Alsof je kijkt naar iets dat zich net buiten je blikveld afspeelt, een scène die zich laat voelen, maar nooit helemaal onthult.
Rook die loskomt van het landschap
Wie tijdens de nieuwe expo bij Shoobil Gallery voor een werk van Yasmine Willems staat, merkt meteen dat haar beelden niet in een keer te bevatten zijn. Ze dwingen de kijker tot aandacht, tot het langzaam ontrafelen van wat zich afspeelt op het doek. In het werk 'Pareidolia', tevens de naam van de expo, stijgt een rookpluim op die zich losmaakt van de grond en zich als een levend wezen door de lucht slingert. De bron blijft onzichtbaar, en precies daardoor krijgt die rook iets mysterieus.
Het landschap straalt geen idyllische rust uit, maar trilt van beweging en verandering. Willems’ polderlandschappen zijn niet realistisch, maar de transformatie van een innerlijke beleving. Een rij bomen links fungeert als coulisse, als een toneelrand waarachter de verbeelding vrij spel krijgt. De horizon ontbreekt, en de ruimte is open, onbepaald. Het contrast tussen de donkere aarde en de lichte lucht benadrukt de spanning tussen het concrete en het ongrijpbare.
‘Pareidolia’ verwijst naar het menselijke vermogen om in willekeurige vormen patronen te herkennen: gezichten in wolken, figuren in schaduwen. We kennen het allemaal: een mannetje in de maan, een draak in voorbijtrekkende wolken. Het is een fenomeen waar kunstenaars al eeuwen mee spelen, van Leonardo da Vinci, die zijn leerlingen aanmoedigde om in vochtplekken en vlekken verhalen te ontdekken, tot de surrealisten die het toeval gebruikten om het onderbewuste bloot te leggen. Willems maakt deze traditie eigentijds en persoonlijk. Haar schilderijen laten ons de betekenis zelf zoeken en ontdekken. Ze geeft geen pasklare antwoorden, maar creëert een sfeer waarin de geest zijn gang kan gaan.
Haar werk roept ook echo’s op van kunstenaars als J.M.W. Turner en Claude Lorrain. Turner, met zijn dramatische lichtpartijen en nevelige atmosferen, wist als geen ander hoe rook en mist het landschap konden vervormen en opladen met een bijna metafysische spanning. Lorrain daarentegen creëerde landschappen waarin het licht niet alleen een sfeer neerzet, maar ook een emotionele ruimte opent. Willems mengt die tradities en trekt ze naar het heden: haar rook is geen bombastisch natuurverschijnsel, maar een fluisterende aanwezigheid; haar licht geen klassieke zonsondergang, maar een suggestie van iets dat zich tussen werkelijkheid en droom beweegt.
De kracht van verf en tijd
Willems werkt met zowel acryl als olieverf, laag over laag. Dat vraagt tijd, geduld. Elke laag moet drogen voordat de volgende kan worden aangebracht, waardoor de kleuren een ongekende diepte krijgen. Haar palet wordt op het eerste gezicht gedomineerd door blauw – fel, gloedvol, bijna vibrerend – maar wie langer kijkt, ontdekt schakeringen van groen, grijs, zwart en wit. Dit is geen schilderkunst die zichzelf meteen blootgeeft. Het is een proces, zowel voor de kunstenaar als voor de kijker. Willems' werk ontstaat niet in een opwelling. Het is geen losse penseelstreek die in één ruk het doek oversteekt, maar een samenspel van doordachte keuzes en toevalligheden die samenkomen.
Ze bouwt haar werken op vanuit een donkere onderlaag, waardoor de kleuren als het ware vanuit de diepte naar boven komen. Het geeft haar schilderijen een bijna oplichtende kwaliteit, alsof er onder het oppervlak nog een andere werkelijkheid sluimert. In haar manier van werken is Willems net zozeer een bouwer als een schilder: laag over laag wordt de wereld gevormd, elke toets een stap verder in het ontdekken van wat het schilderij zelf wil worden.
Wat we denken te zien
In de schilderijen uit deze reeks zit een bijna meditatieve kracht. De beweging van rook, de onbestemde wolkenpartijen, de lichte nevels over het landschap – alles zweeft in een verstilde, indringende sfeer. De werken doen denken aan de romantische traditie, aan de fascinatie voor het sublieme, maar zonder de dramatische pathos. Hier geen stormen of overweldigende natuurkrachten, maar een subtiel spel tussen licht en ruimte.
Het is de kijker die betekenis moet geven aan wat hij ziet. Is die rook een teken van leven of een echo van iets wat verdwenen is? Is de polder een veilige haven of een verlaten vlakte? Die vragen blijven in de lucht hangen, zonder antwoord. Het is niet alleen de figuratie die deze schilderijen zo gelaagd maakt, maar ook de manier waarop Willems ons uitnodigt om tijd te nemen. Tijd om te kijken, om de verf te laten spreken, om ruimte te geven aan wat er niet meteen is.
De schilderijen van Yasmine Willems nodigen uit tot aandachtig kijken, tot het langzaam laten doordringen van vormen en kleuren die zich niet meteen prijsgeven. Haar werken bouwen voort op een traditie waarin licht en atmosfeer evenveel zeggingskracht hebben als de voorstelling zelf. In haar ‘Pareidolia’-reeks lijkt alles in beweging, alsof het landschap ademt en zich onttrekt aan een eenduidige interpretatie. De rookpluim lost op in de lucht, de horizon verdwijnt in een nevel van mogelijkheden. Het is werk dat niet vraagt om snelle conclusies, maar om aanwezigheid, om de bereidheid om te dwalen in een wereld die zich steeds opnieuw vormt onder het oog van de kijker. Willems schildert niet alleen een landschap, ze schildert een manier van kijken – en daarin schuilt de ware zeggingskracht van haar kunst.