In haar eerste solotentoonstelling bij Ellen de Bruijne Projects in Amsterdam brengt Camila Oliveira Fairclough (Rio de Janeiro, 1979) een wereld van lijnen, taal en artistieke referenties tot leven. Haar werk is vrij en speels, geworteld in de kunstgeschiedenis en verweven met alledaagse visuele cultuur. Camila’s praktijk draait om de aantrekkingskracht en dubbelzinnigheid van vormen, waarin een Milka-chocoladereep net zo veel zeggingskracht kan hebben als een sculptuur van Jean Arp.
Leven in Vormen
“Ik ben gefascineerd door eenvoudige zaken die mensen direct herkennen uit het dagelijks leven,” vertelt Camila. Ze heeft een bijzondere affiniteit met ronde vormen, of ze nu voorkomen in de natuur, architectuur of zelfs in verpakkingen. Opgegroeid in Rio de Janeiro herinnert ze zich de zwart-witte golfpatronen van de trottoirs bij het strand, ontworpen door Oscar Niemeyer. Die vloeiende lijnen blijven haar composities beïnvloeden.
Camila verwerpt de strikte scheiding tussen abstractie en figuratie. “Wanneer je iets abstracts creëert, zie je altijd een vlek, een spoor, iets. De breuk tussen abstractie en figuratie interesseert me helemaal niet.” In plaats daarvan benadrukt haar werk het proces van een beeld ontdoen van zijn context en betekenis, waardoor ze zich puur op de contouren kan richten die haar intrigeren. Ze vertaalt die vervolgens naar directe en eerlijke schilderijen.
De Invloed van Jean Arp
Een van haar belangrijkste artistieke invloeden in de tentoonstelling is Jean Arp, de dadaïstische beeldhouwer en dichter. “Arp maakte nooit schilderijen; zijn werken waren sculpturen, affiches, volumes. Ik vond het interessant om me voor te stellen hoe ze als schilderijen zouden functioneren,” zegt Camila. Ze omschrijft haar benadering als een herinterpretatie, eerder dan een directe hommage, en speelt met de vrijheid die Arps biomorfe vormen haar bieden. Tegelijkertijd eigent ze zich als vrouwelijke kunstenaar en schilder graag werken van mannelijke kunstenaars toe en maakt ze die eigen.
Dada, met zijn afwijzing van logica en omarming van het absurde en speelse poëzie, sluit nauw aan bij Camila’s artistieke filosofie. Net zoals Arp’s werk balanceerde tussen poëzie en sculptuur, bewegen Camila’s schilderijen zich vrij binnen een open en speelse beeldtaal.
De Liefde voor Taal en Typografie
Taal speelt ook een cruciale rol in Camila’s praktijk. Omdat ze in verschillende taalgemeenschappen heeft geleefd - geboren in Rio, opgegroeid in Zuid-Afrika en later verhuisd naar Frankrijk - is ze zich altijd bewust geweest van de ambiguïteit van woorden. “Wanneer je in een vreemd land bent en een woord op een verpakking ziet, kun je vaak raden of het om chips of champagne gaat. De combinatie van letters en hun vorm creëert betekenis.”
Die gevoeligheid voor tekst strekt zich ook uit naar haar schilderijen, waarin ze elk werk een naam geeft alsof het een persoon is. “Typografie zelf heeft ook een persoonlijkheid. De ene letter is lyrischer, de andere formeler. Arial of Times New Roman, ze hebben allebei een karakter. Ik vind het leuk dat lettertypen worden benoemd als mensen, als een huisdier, of een snoepje.” Op deze manier verbindt Camila de tastbaarheid van schilderkunst met de intimiteit van naamgeving, waardoor elk werk een eigen identiteit krijgt.
De Invloed van Walter Swennen en Marcel Broodthaers
Camila laat zich ook inspireren door Walter Swennen, wiens speelse maar conceptuele benadering van schilderkunst haar aanspreekt. “Swennen zei ooit: ‘Vrijheid bestaat niet,’ maar voor mij is hij een van de meest vrije kunstenaars.” Dat gevoel van vrijheid, het omarmen van beperkingen terwijl je er tegelijkertijd binnen speelt, spiegelt zich in haar eigen manier van werken.
Daarnaast heeft ze een grote waardering voor Marcel Broodthaers, vooral vanwege zijn poëtische omgang met taal en zijn spel met de wisselwerking tussen tekst en beeld.
Lachen om Hiërarchieën – Pop, Kitsch en Kunst
“Voor mij bestaat er geen hiërarchie tussen vormen,” stelt Camila. “Een koe uit een Jean Arp-sculptuur kan moeiteloos naast een schilderij van een Milka-verpakking hangen, zonder dat dit in tegenspraak is.” Voor haar maken beide deel uit van dezelfde visuele taal die we dagelijks om ons heen zien.
Die speelse afwijzing van hiërarchieën strekt zich ook uit tot culturele codes. De titel van haar tentoonstelling, 'Live Love Laugh', verwijst naar de kitscherige decoraties die je vaak in discountwinkels tegenkomt. “Ik wilde iets levendigs, direct, misschien zelfs een beetje komisch. Je ziet die woorden overal op goedkope decoratieve lijstjes. Het is een beetje kitsch, maar ik vind dat grappig.”
Dat ironische contrast tussen kunstgeschiedenis en massaproductie komt ook terug in de tentoonstellingsposter, waarop een traditionele Nederlandse boer te zien is die een koe voorttrekt, een knipoog naar clichés over molens, melk en het platteland. “Ik speel graag met culturen en hun codes,” legt ze uit. Camila is er niet op uit om deze elementen te bespotten; in plaats daarvan transformeert ze ze tot bouwstenen van haar visuele taal.
Haar "Grand Pied" Planten in Amsterdam
Omdat dit haar eerste tentoonstelling bij Ellen de Bruijne Projects is, wilde Camila een sterk visueel statement maken. De galerie toont ook een grote muurschildering van een paar klompen. “Ik wilde mijn ‘Grand Pied’, mijn grote voet, in de galerie planten!” lacht ze.
Haar tentoonstelling bij Ellen de Bruijne Projects is meer dan een reeks schilderijen; het is een levendig samenspel van beelden, woorden en ideeën, waar kunstgeschiedenis en popcultuur elkaar ontmoeten in een universele taal.