De tweede solotentoonstelling van Steffani Jemison bij Annet Gelink heet 'Way in the middle of the air'. Centraal staan de verhalen van twee tumblers, professionele trampolinespringers. Je krijgt ze niet te zien, maar hoort enkel hun stemmen. Het gemak waarmee Jemison je laat nadenken over een fundamenteel en abstract onderwerp als vrijheid is verbluffend.
Videokunst heeft de reputatie lastig te zijn. Het heeft nogal eens een eigen ritme, een editing die soms lastig te waarderen is en een logica die niet overeenkomt met die van het dagelijks leven. Hoewel Jemison in Bound een loopje neemt met de werkelijkheid, is haar videowerk uitermate toegankelijk - terwijl het onderwerp dat wordt aangekaart veelzijdig en abstract is. In Bound gebeurt in visueel opzicht namelijk weinig. Je ziet de lucht, soms met bewolking, dan weer met een chem trail, de camera kantelt een enkele keer waardoor een paar minuten lang de skyline van Chicago te zien is, altijd gefilmd door het doorzichtige vel van een trampoline van het merk SkyBound.
Aan het woord komen een man en een vrouw. Het zijn tumblers, professionele trampolinespringers van de Jesse White Tumblers, een overwegend Afro-Amerikaans gezelschap uit Chicago. Jemison trok wekenlang met de groep op, raakte bevriend met enkele leden en vroeg hen mee te werken aan dit project. Al luisterend merk je dat de sprekers op hun gemak zijn en de teksten niet gescript zijn, ze improviseren.
Beiden vertellen wat ze zouden doen als ze konden vliegen in plaats van kortstondig zweven. De mannelijke verteller begint zijn verhaal prozaïsch met het aantrekken van zijn schoenen, maar binnen het bestek van een paar zinnen vliegt hij boven Chicago. Behalve wat kinderen ziet niemand hem, ‘I am just flying, so no one looks for it.’ Hij besteedt veel aandacht aan het beschrijven van zijn vliegtechniek, ‘swoop, swoop and glide‘. De vrouwelijke verteller houdt het korter, zij vertelt waar ze heen zou vliegen.
Door het gebrek aan een visueel narratief verschuift je aandacht automatisch naar het luisteren. In dat opzicht lijkt Bound meer op een podcast of een radio-interview, maar dan zonder interviewer. Het zijn betrekkelijk eenvoudige verhalen en het kost geen moeite ze te volgen. De installatie wordt ondersteund door een gigantisch, lichtblauw theaterdoek van een sterrenhemel. In de galerie wordt de kijker zowat door het doek omringd. Dit versterkt het idee dat je naar een toneelstuk kijkt, maar tegelijk draagt het bij aan wat de suspension of disbelief heet: je blijft luisteren.
Achteraf bleef mij vooral het verschil in uitleg tussen de sprekers bij. Van de twintig minuten die de film duurt is de man ongeveer een kwartier aan het woord, de vrouw veel korter. Beiden geven een eigen invulling aan wat ze zouden doen met het hypothetische vermogen om te vliegen en met deze radicale vorm van vrijheid. De betekenis van vrijheid, en dan met name voor leden van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, is dan ook het onderliggende thema van deze tentoonstelling. Dat onderwerp werkt ze op verschillende manieren uit. De lezing hierboven is beschrijvend, maar wie het werk van Jemison kent, weet dat in Bound meerdere betekenislagen zullen zitten.
Steffani Jemison (Californië, VS, 1981) woont en werkt in Brooklyn, New York. Ze volgde pas een kunstopleiding na een studie literatuurwetenschap, en dat merk je. Jemison werkt niet vanuit een medium; haar werk vertrekt vanuit taal, metaforen, verhalen en gebruiken. Daarnaast speelt het menselijk lichaam als knooppunt van sociale en culture conventies en machtsverhoudingen een grote rol.
Een van de verhalen die vaker opduikt in Jemisons werk is de Griekse mythe van Icarus. Ook in Bound is de vergelijking tussen de tumblers en de zoon van Daedalus die vloog en weer neerstortte snel gelegd. De activiteit van de tumblers kan je opvatten als metafoor voor vliegen of vluchten en weer vallen.
Een andere referentie aan vliegen, vluchten en vrijheid zit in de titel van de tentoonstelling. 'Way in the Middle of the Air' verwijst namelijk naar de Afro-Amerikaans spiritual “Ezekiel saw the wheel,” waarin wordt gezongen over de openbaring van een vliegende strijdwagen die de profeet had. In 1950 leende sciencefictionauteur Ray Bradbury de uitdrukking “Way in the Middle of the Air” voor een kort verhaal over Afro-Amerikanen die in het diepste geheim raketten bouwden en zo ontsnapten naar Mars.
Het knappe aan Bound, de grote hologramprint van een tumbler – deze tumbler zweeft wel voor altijd – en de andere etsen in messing die bij Annet Gelink te zien zijn, is dat Jemison niet is gezwicht voor de verleiding om via haar werk een oordeel te vellen over de sociale achterstelling, racisme of armoede die de Afro-Amerikaanse gemeenschap ten deel valt. Het wegblijven bij goed en fout maakt haar werk toegankelijk, open en rijk aan ideeën.
In feite brengt Jemison in haar werk ideeën en gebruiken samen rond een thema. In 'Way in the Middle of the Air' combineert ze de spiritual en sciencefiction over vliegen en vluchten met de acrobatiek van de tumblers tot een poëtische werk over de betekenis van vrijheid - en dus ook over beperkte vrijheid of gevangenschap.
Maar zelfs als de meeste referenties en metaforen je ontgaan, staat Bound als een huis. De verhalen van de man en de vrouw zijn universeel genoeg om jezelf vragen te stellen over een fundamenteel onderwerp: vrijheid. Wat zou ik doen als ik kon vliegen? Wat zou ik doen met deze vrijheid? Wat betekent vrijheid voor mij? Heb ik een kwartier nodig om het te vertellen of ben ik zo klaar? Zou ik net zo onopvallend vliegen als de man of mijn supermanpak uit de kast halen?