Magazine

Nieck de Bruijn en de aantrekkingskracht van digitale kunst

Nieck de Bruijn en de aantrekkingskracht van digitale kunst
Norsthstar, 2019, Tabor Robak.

In deze podcast legt Nieck de Bruijn uit wat digitale kunst precies inhoudt en waarom het zo revolutionair is in een gesprek met Manuela Klerkx.


Luister naar de podcast de aantrekkingskracht van digitale kunst met Nieck de Bruijn


In 2003 startte Nieck de Bruijn zijn galerie onder de naam Upstream. Inmiddels is de galerie gevestigd in een monumentaal pand op de Kloveniersburgwal in het hartje van Amsterdam. Nieck runt de galerie met co-eigenaar Martijn Dijkstra en een team bestaande uit een zestal medewerkers. De galerie focust onder meer op kunstenaars die de mogelijkheden en onmogelijkheden van de digitale wereld in hun werk onderzoeken en gebruiken. Hoewel de vraag naar internet kunst toeneemt zijn er ook veel vragen over deze – voor veel mensen nog onbekende – kunstvorm.


Harm van den Dorpel, Bars, 2019.

Mijn aandacht voor digitale kunst is langzaam gegroeid. Een aantal jaar geleden begon het me op te vallen dat er een enorme ontwikkeling in dat medium zit. Als galerie werden we daar eigenlijk al een aantal jaar door verzamelaars op gewezen. Eén van de kunstenaars die in dit verband vaak ter sprake kwam was Rafaël Rozendaal. Rafaël is bekend geworden met zijn digitale kunstwerken – waaronder zijn zelf gebouwde websites - die je online kunt bekijken. Met zijn online kunst trekt hij een enorm publiek; zo’n 60.000.000 unieke bezoekers per jaar. Dat zijn veel grotere aantallen dan de bezoekersaantallen van bijvoorbeeld het MoMa of Tate Modern op jaarbasis. Nu is een ‘unique visitor’ op een website natuurlijk wat anders als een fysieke bezoeker in een museum maar toch illustreren deze cijfers de enorme aantrekkingskracht van dit kunstmedium. Het is natuurlijk interessant om te zien hoe één kunstenaar, enkel en alleen op basis van zijn eigen werk, in staat is om wereldwijd zo’n groot publiek aan te trekken.

Veel internet kunst kun je op je computerscherm zien. Maar het medium net art of digitale kunst behelst veel meer dan wat je op het scherm ziet. Zo zijn er veel kunstenaars die werk maken voor de fysieke ruimte als resultaat van een onderliggend digitaal proces. Dat kun je vergelijken met bepaalde muziek die je op je computer of je smartphone kunt beluisteren maar ook in een concertzaal - en met een fantastische akoestiek - kunt ervaren.

‘Veel internet kunst kun je op je computerscherm zien. Maar het medium net art of digitale kunst behelst veel meer dan wat je op het scherm ziet.’

Als je jezelf wil pushen om nieuwe media kunst te begrijpen - en te waarderen - moet je gewoon veel gaan zien. En dat is helemaal niet moeilijk. Op GalleryViewer bijvoorbeeld vind je al een uitgebreide selectie digitale kunst. Maar ook in galeries, plekken met een open deur beleid waar je gratis naar binnen loopt, kun je veel te weten komen door gewoon vragen te stellen. Niemand verwacht dat je meteen met een kunstwerk onder je arm de deur uit loopt. De meeste galeriehouders kunnen heel gepassioneerd vertellen over hun vak en de kunstenaars die ze tonen en vinden dat ook leuk om te doen.


Constant Dullaart, 2006 - Transformer, 2019.

Onze eerste tentoonstelling ‘Shifting Objects’, ontwikkelde zich tot een reeks tentoonstellingen met als doel het medium post-internet kunst in kaart te brengen. Daarbij combineerden we het werk van jonge kunstenaars met dat van internetpioniers uit de jaren ’60 en ’70. Zo toonden we het werk van Manfred Mohr, Lilian F. Schwarz en van JODI, een kunstenaarsduo dat sinds de jaren ’90 de grenzen van het internetlandschap aftast. Van de jongste generatie post-internet kunstenaars vertegenwoordigen wij onder andere Rafaël Rozendaal en Tabor Robak, een Amerikaanse kunstenaar die door computer gegenereerde afbeeldingen gebruikt om digitale animaties te creëeren van imaginaire werelden.

‘Pas toen we digitale kunst begonnen te begrijpen en de zuigende werking ervan zagen, ontdekten we hoe radicaal post-internet kunst eigenlijk is.’

Gaandeweg ons onderzoeksproces, in een gebied dat we zelf ook nog niet zo goed begrepen, kwamen we erachter hoe belangrijk het is bij te blijven en je te verdiepen, ook in zaken die je nog niet kent. Ik moet daarbij denken aan Leo Castelli die een keer zei: “In abstract expressionisme zit geen leven meer, het surrealisme vertelt niets nieuws, en daarom moeten we op zoek naar nieuwe kunstvormen.” Dat doen wij eigenlijk ook en die nieuwe vorm vonden wij in de digitale kunst. Pas toen we die kunst begonnen te begrijpen en de zuigende werking ervan zagen, ontdekten we hoe radicaal post-internet kunst eigenlijk is.

Radicaliteit in de kunst spreekt me erg aan en op een gegeven moment realiseerde ik me dat de digitale kunst eigenlijk de eerste radicale omwenteling is sinds de jaren ’60 / ’70. Vanaf de jaren ’60 kwam de conceptuele kunst op en dat betekende natuurlijk een enorme omwenteling. Opeens ging het niet meer over de fysieke kanten van de kunst maar stond het idee of het concept centraal. Digitale kunst is eigenlijk net zo revolutionair omdat het – evenals de conceptuele kunst - toegang verschaft tot een nieuwe wereld, in dit geval een virtuele wereld die nog niet eerder bestond. Met de digitale kunst is ook een heel scala aan bewerkingsmogelijkheden ontstaan die de kunst van daarvoor nog niet kende. Dit betekent een hele omwenteling, en de meeste mensen beseffen nog niet hóe groot die omwenteling eigenlijk is en wat het allemaal impliceert. Zo langzamerhand realiseert men zich wel hoe ingrijpend de rol van de digitalisering is in de maatschappij, maar het belang ervan in de kunst ziet nog lang niet iedereen.

‘Zo langzamerhand realiseert men zich wel hoe ingrijpend de rol van de digitalisering is in de maatschappij, maar het belang ervan in de kunst ziet nog lang niet iedereen.’


Jan Robert Leegte, Mountains and Drop Shadow, 2017.

Zoals ik al zei zien we op internet hoe groot het aantal bezoekers voor een digitaal kunstwerk van een kunstenaar kan zijn maar we zien ook, zoals in het geval van Tabor Robak, wat het effect kan zijn van generatieve animaties. Dit zijn als het ware nieuwe werelden, te vergelijken met de digitale games van dit moment, die het resultaat zijn van door de computer op basis van algoritmes gecombineerde beelden en er fantastisch uit zien. Het unieke daaraan is dat wat je ziet slechts eenmalig is. Zo suggereert Robak’s video ‘North Star’ dat je door een digitaal bos loopt en zie je opeenvolgende combinaties van planten, bomen en weersinvloeden die eenmalig zijn. Waar je ook loopt, de combinatie van de natuur – inclusief het weer en het daglicht - is iedere keer anders. Dat is natuurlijk een radicale omwenteling omdat we dit fenomeen tot dan toe nog niet kenden in de kunst. Kunst was eigenlijk altijd statisch: een schilderij of een beeld is altijd hetzelfde. Bij een video kun je alles herhalen in een loop. Maar hier ontstaat kunst die nooit hetzelfde is ten gevolge van het gebruik van bepaalde algoritmes. Het vereist ook bij de toeschouwer een mentale omwenteling om daarnaar te kijken, het te begrijpen en er over na te denken. Het is indrukwekkend om te zien hoe mensen gebiologeerd, bijna gehypnotiseerd naar zo’n animatie blijven kijken, gewoon uit nieuwsgierigheid naar waar de digitale boswandeling hen zal brengen. Je hoort vogels fluiten, het licht in de film correspondeert met het moment van de dag waarop je als het ware door het virtuele bos wandelt. Dus ’s ochtends komt de zon op en zie je het bos in ochtendlicht met het geluid van krekels en vogels op de achtergrond terwijl je ’s avonds het bos in schemerlicht ervaart, zonder het getjielp van de vogels, in stilte.

‘Het is indrukwekkend om te zien hoe mensen gebiologeerd, bijna gehypnotiseerd naar zo’n animatie blijven kijken, gewoon uit nieuwsgierigheid naar waar de digitale boswandeling hen zal brengen.’


JODI, \/\/iFi, 2019.

Werk van kunstenaars als Rafaël Rozendaal, Harm van den Dorpel, Constant Dullaart en Jan-Robert Leegte is nog heel betaalbaar zijn (en al helemaal met de KunstKoopregeling). Het mooie is ook dat naast het digitale werk veel kunstenaars ook fysieke werken maken. Zo hangt er in mijn kantoor een wandtapijt van Rafaël, een heel kleurrijk, textiel werk met een digitale oorsprong heeft. Hij heeft voor dit werk namelijk de website ‘Abstract Browsing’ gebouwd met een plugin die je kunt downloaden. Als je vervolgens gaat surfen vertaalt die plugin alle websites waar je naartoe gaat naar abstracte kleurcombinaties. Soms maakt hij daar screenshots van die hij uitvoert tot wandtapijten bij het Textielmuseum in Tilburg. Het Stedelijk Museum Amsterdam en het Whitney Museum in New York hebben bijvoorbeeld dergelijke werken aangekocht. Vaak zijn dit soort fysieke werken een opstap naar het kopen van een digitaal kunstwerk zoals een website.

Aan de tentoonstelling ‘New Order’ die in de zomer 2019 plaatsvond in het MoMa kun je zien dat kunstinstituten het belang van digitale kunst steeds meer gaan inzien. In die expo – met kunst gemaakt tussen 2000 en 2017 - was een grote multi-screen installatie te zien van Tabor Robak, een kunstenaar die door de New York Times werd uitgeroepen tot één van de twee belangrijkste kunstenaars uit de hele groepstentoonstelling. Onlangs is ook een nieuwe vleugel in het MoMa geopend, waar het kunstenaarsduo JODI een complete zaal kreeg met een vroeg sleutelwerk uit hun omvangrijke oeuvre. Deze pioniers van de netart uit de jaren ’90 - wereldberoemd in de scene - krijgen steeds meer aandacht onder andere dankzij de tentoonstellingen als ‘Electronic Superhighway’ die twee jaar geleden te zien was in de White Chapel Gallery in Londen.


Rafaël Rozendaal. Abstract Browsing 18 01 05 (Twitter), 2018.





In this article