Het werkproces van Bernard Sercu heeft in hoge mate te maken met zijn bevragen van de materie en het formaat van de drager en met het ritme van inkepingen en tekens op die drager, die hout is, papier of doek.
Zo vertolkt hij op perfecte wijze de diepzinnige achtergrond van het beelden stormen, namelijk het vernielen om van daaruit een ander beeld te creëren. Destructie roept in zijn plastische wereld een daad van reconstrueren op.
Het kwetsen van de huid van de drager is een constante in zijn oeuvre en de noodzakelijke weg naar bevrijdend herstel. Het teken – cirkel, vierkant, lijn – is fundamenteel als inbreuk en tevens als zegging. Het nestelt zich in een veelal geometrisch – abstracte structuur waarin het repetitieve een duidelijke rol speelt. Een frappante inkeping die zich wisselend herhaalt, ritme suggereert, is een luisterende basisgedachte.