Kenmerkend voor het oeuvre van Luk Van Soom is zijn zoektocht naar de grenzen van de realiteit. Herkenbare, dagdagelijkse vormen worden op dusdanige wijze gecombineerd dat ze toetreden tot het land van de verbeelding. Tegelijkertijd is zijn universum bevolkt met Atlantiërs, diepzeeduikers, astronauten – kortom reizigers met een roeping. Op die manier speelt hij met de wereld, referentiekaders en herinneringen, waarnemingen en gewaarwordingen, fictie en feiten. Zijn werk is tegelijk lichtvoetig en toegankelijk, maar staat ook stil bij grote levensvragen als ‘wat doen we hier’ en ‘hoe groot of hoe klein is de mens’. Daarmee past hij in de Belgische surrealistische traditie gekenmerkt door vervreemding, lichtvoetigheid en absurdistische accenten, waar ook René Magritte thuishoort.
Zijn inspiratie haalt Van Soom uit de mythologie, de wereld van de magie en de christelijke symboliek. Hierin boeit hem het metafysische. Hij houdt aan de ene kant vast aan de materie maar wil er tegelijkertijd van loskomen. Dat verklaart zijn fascinatie voor de oerelementen, het ongrijpbare, het transcendentale en de relatie tussen zwaartekracht en gewichtloosheid. Veel van zijn sculpturen wijzen naar de hemel en het wit van de wolken, maar blijven stevig geworteld in de aarde. Andere proberen te vangen wat van nature beweeglijk, vormloos en/of vluchtig is, zoals water, wolken, vuur en rook. Zo brengt Van Soom het onbereikbare dichterbij en maakt hij het ongrijpbare tastbaar. Zowel qua stijl als thematiek refereert hij naar de barok van Bernini, waarin de spanning tussen de materie en de gewichtloosheid een constante is.