Het atelier is warm. Niet alleen door de grote industriële kachel die rood gloeit en de warmte van het gesprek mee bepaalt, maar ook door de manier waarop hier gewerkt wordt en we door Luk Van Soom ontvangen worden. Het licht is onregelmatig, nergens klinisch. Schaduwen vallen over vormen die nog niet hebben beslist wat ze willen worden. De klei in grote tonnen, mallen liggen te wachten. Onderdelen van sculpturen lijken elk moment opnieuw te kunnen verschuiven. Dit is geen plek waar gewerkt wordt naar een eindpunt toe. Dit is een plek waar gedacht wordt … met de handen.
“Voor mij begint alles hier,” zegt Luk Van Soom. “Niet met een doordacht plan, maar met materiaal. Zodra je begint te boetseren, eist de klei zijn eigenschap op. Dit geldt voor elk materiaal, en dat materiaal begint terug te praten. Het dwingt je om beslissingen te nemen die je vooraf niet had kunnen bedenken. Het zijn onzichtbare machten in mij waarop je intuïtief moet reageren.”
Het is een manier van werken die haaks staat op het idee van het vooraf bedachte kunstwerk. Hier ontstaat vorm uit aanraking, uit weerstand, uit correctie, uit ambacht. Denken is geen abstract proces dat voorafgaat aan de creatie, maar iets wat zich voltrekt tijdens het maken zelf.
Een constellatie, geen overzicht
Dat denken met de handen vormt de kern van Van Sooms praktijk, en ook van À l’ombre des étoiles. Hij noemt de tentoonstelling geen retrospectief en geen overzicht, maar een constellatie: nieuwe sculpturen naast werken die al langer bestaan, niet omdat ze representatief zijn, maar omdat ze hier samen konden landen. “Sommige beelden hebben gewacht op deze plek,” zegt hij. “Niet alles is nieuw, maar alles is opnieuw in relatie gezet.”
De tentoonstelling presenteert zich dan ook niet chronologisch, maar ruimtelijk. Werken spreken met elkaar, reageren, wijken uit. Het geheel voelt niet als een selectie achteraf, maar als een logisch gevolg van een denkproces dat zich over jaren heeft uitgestrekt en hier tijdelijk samen komt.
Wie Van Soom vooral kent van monumentale sculpturen in de publieke ruimte, merkt meteen dat de schaal hier anders is. Bewust. “Ik wilde geen buitenbeelden naar binnen trekken,” zegt hij. “Het monumentale denken zit er wel in, maar in gecondenseerde vorm. De werken vragen nabijheid. Je moet er rond kunnen bewegen, ze bijna lichamelijk lezen.”
Klei als vrijheid
Die intimiteit is geen stijlkeuze, maar een gevolg van de manier waarop de werken ontstaan. Vrijwel alles begint in klei. “Met klei ben je vrij,” verklaart hij. “Je kunt blijven zoeken en aanpassen zoals een schilder op zijn doek. Met steen kan dat niet. Wat weg is, is weg. Daarom boetseer ik bijna alles eerst. Pas later worden die vormen vertaald naar andere materialen.”
Klei is hier geen voorlopig stadium, maar een noodzakelijke fase van denken. Het laat toe om te twijfelen, om terug te keren, om te vertragen. In À l’ombre des étoiles blijven die sporen zichtbaar, zelfs wanneer het werk is uitgevoerd in metaal of aluminium. Je voelt waar iets ooit zacht begonnen is.
De materialen die in deze tentoonstelling samenkomen - klei, metaal, aluminium, brons, assemblages - hebben hun eigen weerstand en geschiedenis. “Het spanningsveld interesseert me,” zegt Van Soom. “Een beeld moet verwonderen een mysterie bezitten de kijker meenemen. Zwaar en licht, massief en open tarten de zwaartekracht: die tegenstellingen houden het werk in beweging.”

Zwaartepunten
De selectie van de werken gebeurde niet achteraf. Ze groeide mee met het maken. Bepaalde vormen keerden terug: wolken, figuren, spanningen tussen gewicht en zweven. “Op een bepaald moment voel je: deze werken horen bij elkaar. Dan pas wordt het een tentoonstelling.”
Er zijn sculpturen die als zwaartepunten functioneren, sleutelwerken die richting geven zonder zich op te dringen. Ze bepalen het veld, maar domineren het niet. Andere werken reageren daarop, zoeken afstand of nabijheid. Zoals sterren aan het firmament, de kom van de nachtelijke hemel: geen hiërarchie, maar samenhang.
Die manier van denken verraadt een sculpturale logica die met compositie te maken heeft, met oriëntatie. Gekluisterd aan de aarde vraagt hij zich af: Waar sta ik? Waar beweeg ik naartoe? Ik geef me over aan de betovering van mijn geheugen.
Wolken als denkmodel
Die kosmische beeldtaal loopt al jaren door Van Sooms werk. Het universum, onze planeet, zwaartekracht, tijd en de vier elementen vormen een onderstroom die nooit expliciet wordt, maar altijd aanwezig is. Water en vuur, lucht en aarde: tegenpolen die elkaar nodig hebben. “Dat is breed genoeg om nooit uitgeput te raken,” zegt hij. “En het blijft relevant, zonder dat het letterlijk wordt.”
Wolken spelen daarin een centrale rol. Niet als romantisch motief, maar als denkmodel. “Wolken boetseren zichzelf,” zegt hij. “Je kunt ze niet vastpakken. Ze veranderen voortdurend, maar ze zijn zichtbaar en je kunt erin verdwalen. Dat vind ik fascinerend.”
Voor Van Soom zijn wolken nauw verwant aan het denken zelf. Ook dat is er, zonder vaste vorm. “Voor mij is een wolk een groot brein.” Door die wolken sculpturaal vast te zetten, ze te fixeren, veranderen ze in iets wezenlijk. Ze worden zwaar en licht tegelijk. Open, vrij en aanwezig.
Bezoekers zien er vaak iets anders in: een figuur, een lichaam, een landschap. Dat verschil is geen probleem, maar een uitnodiging. “Ik wil niet alles vastleggen,” zegt hij. “De kijker moet ermee induiken, mee denken.”
De ruimte die meedenkt
Die fysieke ervaring is essentieel. Foto’s doen het werk geen recht. “Alles wordt platter op een scherm,” zegt hij. “Je mist schaal, gewicht, hoe een werk zich tot je lichaam verhoudt. Deze sculpturen moet je niet begrijpen, je moet ze ondergaan.”
De ruimte van Galerie Sofie Van den Bussche speelt daarin een actieve rol. De werken zijn niet louter neergezet, ze eisten hun plaats op. “De ruimte heeft meegedacht,” zegt hij. “Sommige sculpturen zijn hier anders geëindigd dan ik eerst dacht. Dat is geen toegeving, dat is luisteren.”
Deze samenwerking ontstond precies vanuit dat vertrouwen. “Ze begrijpt mijn praktijk en laat ruimte. Zonder dat vertrouwen kun je zo’n tentoonstelling niet maken.” À l’ombre des étoiles wordt zo een dialoog tussen de werken onderling, maar ook tussen zijn manier van werken en de visie van de galerie.

Humor en ernst
Naast het kosmische sluipt ook religieuze beeldtaal binnen. Onvermijdelijk, zegt Van Soom. “Mijn generatie is opgegroeid met kerken vol beelden. Ik kan geen kerk in Italië en Zuid-Duitsland voorbijgaan. Hierin zit de meest gereproduceerde beeldtaal die we kennen.” Vooral in de barok, en die boeit me enorm. In hun gebouwen word je omarmd door één gedachte en die is met architecten, ambachtslieden, decorateurs, schilder- en beeldhouwkunst tot één geheel gesmeed. Zij hebben tekst omgezet naar beeld. Ik vind het altijd wonderbaarlijk als ik er binnen stap.
Zijn omgang daarmee is geen nostalgie, maar transformatie. Zo verschijnt een Christusfiguur met een supermancape. “Als kind vond ik Jezus eigenlijk een superheld,” zegt hij. “Hij kon over water lopen, water in wijn veranderen, de storm bedwingen, doden opwekken. Dat sprak tot de verbeelding. Er zijn duizenden varianten van gemaakt ook veel door bekende kunstenaars. Ik wilde mijn eigen versie. Ik heb het lijden eruit gehaald en de kracht behouden.”
Humor is daarbij geen relativering, maar een toegang. “Zonder humor wordt kunst zwaar. Met een glimlach komt iets beter binnen. Ernst en humor horen samen.”
Wat blijft hangen
Ook over de realiteit van het kunstenaarschap spreekt Van Soom heel open. Hij documenteert alles over zijn oeuvre: foto’s, afmetingen, materialen, locaties. Dat is geen controle, maar zorg. “Voor later. Voor overdracht.” Zijn verhouding tot galerijen is helder en kritisch tegelijk. “Een goede galerie is fantastisch. Maar die zijn zeldzaam. Je kunt niet leven van om de twee jaar een tentoonstelling van zes weken. Je moet realistisch blijven.”
Wat hij hoopt dat bezoekers meenemen wanneer ze À l’ombre des étoiles verlaten, is geen conclusie. “Niet per se één beeld,” zegt hij, terwijl het vuur even opflakkert. “Eerder een gevoel. Iets lichamelijks. Dat je even uit je dagelijkse leven stapt en je er anders over gaat nadenken, bewust dat je op de planeet aarde woont, dat je op een bol staat.”
Denken hoeft niet altijd in woorden te gebeuren. Soms begint het gewoon hier. Hij heft zijn handen.
Mijn hoofd stak ik buiten de dampkring daar kon hij de massa van het universum niet meer
onderscheiden van die van de aarde, een duisternis uit het begin der tijden.