Bij Bradwolff & Partners in Amsterdam zijn tot en met 25 oktober twee parallelle tentoonstellingen te zien: ‘to be’ van herman de vries en ‘to become’ van Pieke Bergmans. Deze titels symboliseren twee verschillende manieren om naar de wereld te kijken. herman de vries richt zich in zijn praktijk op dat wat er al is, van aarde en stenen tot planten. Hij vraagt daarmee aandacht voor materialen, kleuren en vormen die we vaak over het hoofd zien. Bergmans heeft juist interesse in materialen die bewegen, reageren en veranderen: wat gebeurt er wanneer glas vloeibaar wordt, en welke invloed heeft zwaartekracht op een materiaal?
De kunstenaars behoren tot verschillende generaties en gaan allebei op een andere manier te werk. Tegelijkertijd zijn beide kunstenaars nieuwsgierig naar eigenschappen en processen die al besloten liggen in hun materialen, zonder die materialen volledig naar hun hand te willen zetten. Waar de vries een bestaande steen, plant of grondsoort uitlicht of representeert probeert Bergmans juist het korte moment te vangen waarop haar materiaal een andere vorm aanneemt. Beide kunstenaars vragen om een schaars goed: onze onverdeelde aandacht. De combinatie van ‘to be’ en ‘to become’ gaat dan ook niet alleen over zijn en worden, maar ook over wat er zichtbaar wordt wanneer je echt de tijd neemt om lang genoeg te kijken.
Natuur is geen onderwerp in het werk van herman de vries: het is het werk. De kunstenaar is al meer dan zeventig jaar actief en verkiest het gebruik van enkel kleine letters in de schrijfwijze van zijn naam omdat hij zich verzet tegen hiërarchie. Het zegt veel over de denkwijze van deze veelzijdige kunstenaar, die verschillende prijzen in de wacht sleepte en Nederland in 2015 vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië. Dezelfde houding wordt ook weerspiegeld in zijn praktijk: een aandachtige, onderzoekende benadering van de wereld om hem heen.
Het vroege werk van de vries bestond uit witte schilderijen, collages van gevonden affiches en materiewerken in grijs- en wittinten. In de jaren zestig sluit hij zich aan bij de Nederlandse Nul-beweging en is hij betrokken bij het tijdschrift nul = 0, dat hij deels zelf voortzet. Toeval, seriële structuren en het loslaten van persoonlijke expressie spelen in deze periode een grote rol. Vanaf de jaren zeventig verschuift zijn aandacht definitief naar de natuur: als bron en drager van betekenis. de vries verzamelt, ordent en archiveert natuurlijke elementen en presenteert die in strakke grids of ritmische herhalingen. Centraal in zijn oeuvre staat het idee van ordening zonder interpretatie: het tonen van wat er al is. De kunstenaar werkt daarbij in uiteenlopende media, waaronder collage, sculptuur, performance, schilderkunst en fotografie.
de vries werd in 1931 geboren in Alkmaar en werd opgeleid als hovenier en plantkundige. Hij werkte vervolgens een tijdje als biologisch onderzoeker aan het Instituut voor Plantenziektekundig Onderzoek in Wageningen. Dat wordt gereflecteerd in zijn praktijk: planten, aarde, bladeren, zaden en stenen vormen zijn vaste materialen. Thematisch gaat zijn werk ook over onze gecompliceerde en verstoorde relatie met de natuur, we zijn er immers zelf onderdeel van. Zijn artistieke praktijk wordt getekend door een combinatie van filosofie, spiritualiteit, wetenschap, classificatie en een zintuiglijke ervaring, maar ook de vele reizen die de kunstenaar maakte en zijn uitvoerige archief van meer dan 7000 grondmonsters. Bij Bradwolff & Partners presenteert de kunstenaar materialen van over de hele wereld: aarde uit Argentinië, Chili, de Canarische Eilanden en de Seychellen voor zijn langlopende ‘from earth’ serie, en stenen die hij vond op een Grieks eiland.
Het werk de inmiddels 95-jarige kunstenaar is opgenomen in de collecties van het MoMA in New York, Centre Pompidou in Parijs, het V&A in Londen, het Louisiana Museum bij Kopenhagen, Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Voorlinden, het Rijksmuseum, Museum Boijmans Van Beuningen, het Van Abbemuseum, het Kröller-Müller Museum, het Bonnefantenmuseum, Kunstmuseum Den Haag en Stedelijk Museum Schiedam. In 2025 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Het werk van Pieke Bergmans bevindt zich ergens tussen sculptuur, installatie, design en ambacht en is het resultaat van uitvoerig materiaalonderzoek naar glas, klei, metaal en kunststof. Ze werkt daarvoor regelmatig samen met ambachtslieden en technische specialisten. De kunstenaar bestudeert bestaande productieprocessen en zoekt vervolgens mogelijkheden om daarvan af te kunnen wijken. Hitte, zwaartekracht, beweging en tijd zijn daarbij terugkerende elementen. Tegelijkertijd is het materiaal een bepalende, actieve factor in haar werk, niet de kunstenaar die er een vorm aan op probeert te leggen. Bergmans is geïnteresseerd in het moment waarop een materiaal zich niet meer helemaal volgens plan gedraagt. Ze creëert bepaalde omstandigheden, volgt het proces nauwkeurig en grijpt vervolgens in op een beslissend moment. Hoewel Bergmans het productieproces zorgvuldig aanstuurt, wordt de uiteindelijke vorm niet vooraf bepaald.
Dat is goed zichtbaar in de installatie ‘Solidified Water’, die nu te zien is in Bradwolff & Partners. Voor dit werk wordt een boomstam in negen delen gekliefd, waarna er over ieder deel heet, vloeibaar glas wordt geblazen. Omdat daarbij geen mal wordt gebruikt, kan het glas zich langs de onregelmatige vormen van het hout bewegen. Het zet uit, zakt naar beneden en verandert voortdurend van vorm. Bergmans volgde het proces tot het moment waarop het glas bijna onder zijn eigen gewicht zou bezwijken. Precies daar wordt de beweging tot stilstand gebracht. Het uiteindelijke object laat daardoor niet alleen een vorm zien, maar ook iets van het proces.
Voor het werk ‘Eclipse’ maakte Bergmans zeven ronde brandsporen op aquarelpapier. De dag na een zonsverduistering herkende de kunstenaar iets van dat beeld in de afdruk die een hete pan op een houten plank had achtergelaten, een onverwacht mooi beeld dat ze anders misschien niet op dezelfde manier had waargenomen. Vervolgens herhaalde ze de handeling meerdere keren op papier. Daarbij is geen enkele cirkel identiek. De hitte verspreidt zich steeds anders over het papier en verschillen in contactduur, lucht, spreiding en temperatuur zorgen voor lichtere en donkere sporen. Die afwijkingen laten zien dat herhaling niet noodzakelijkerwijs tot hetzelfde resultaat leidt.
Pieke Bergmans werd geboren in 1978 en studeerde achtereenvolgens aan het St. Joost, Design Academy Eindhoven, ArtEZ en het Royal College of Art in Londen. Ze richtte studio’s op in Amsterdam en Milaan en haar werk was eerder te zien in het V&A Museum, het Vitra Design Museum en 21_21 Design Sight Tokyo. Het werd opgenomen in de collecties van Stedelijk Museum Amsterdam, het Van Abbemuseum, Museum Arnhem, het Centraal Museum, het Groninger Museum, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Centre Pompidou, het 21c Museum in Louisville en Centre National des Arts Plastiques (CNAP). Haar werk is tot en met 31 januari ook te zien in de tentoonstelling ‘A Chair and You’ in Kunsthal Rotterdam.