In Galerie Bart is tot en met 5 juli de tentoonstelling ‘Skin’ te zien. De groepsexpositie werd samengesteld door Jochem Rotteveel, een kunstenaar die al jaren verbonden is aan de galerie. Dat levert een spannende dynamiek op: waar een klassieke curator vaak van buitenaf zoekt naar inhoudelijke lijnen en verbanden, selecteert een kunstenaar meestal veel intuïtiever, vanuit materiaal, proces en het vangen van een zeker gevoel. Op die manier worden nieuwe verbanden zichtbaar tussen praktijken die elkaar op het eerste oog misschien niet vanzelfsprekend lijken te vinden. Het resultaat is een tentoonstelling waar materiaal, oppervlak en lichamelijkheid als een rode draad doorheen lopen.
Je ziet in deze expositie werk van Lawrence James Bailey, Willem Boel, Akihiro Boujoh, Iris Bouwmeester, Paco Dalmau, Barbara Helmer, Nikki Krul, Tim Mastik, Sander Reijgers, en Nomin Zezegmaa — die onlangs een Vogue Women’s Prize in ontvangst mocht nemen.
Onze huid vormt in zekere zin het poreuze grensgebied tussen onze binnen- en buitenwereld: de laag beschermt, slijt, geneest, reageert op alles wat haar raakt en geeft tegelijkertijd informatie prijs over het leven dat we hebben geleid. Onze huid reageert niet alleen op fysieke prikkels, maar ook op emoties en herinneringen: kippenvel bij het horen van muziek, een plotselinge rilling of dat magische en zeldzame moment waarop iets je lichamelijk raakt zonder dat je precies kunt uitleggen waarom. Onze huid verhoudt zich voortdurend tot ons lichaam en de wereld om ons heen, net zoals kunstwerken zich verhouden tot zichzelf, hun omgeving (en context) en degene die ervoor staat.
De tentoonstelling ‘Skin’ brengt kunstenaars samen die materiaal niet beschouwen als een neutraal medium, maar als een metafoor, als iets dat een eigen geheugen, tijd en lichamelijkheid met zich meedraagt. Hoe gedragen materialen zich zodra je ze benadert als iets levends, poreus en veranderlijks? Hoe ziet een oppervlak er uit wanneer het meer wordt dan alleen een buitenlaag? En waar begint en eindigt dat oppervlak precies? ‘Skin’ nodigt ons uit om verder te kijken dan het direct zichtbare, naar dat wat er zich onder het oppervlak afspeelt.
Wat meteen opvalt is hoe gevarieerd de gebruikte materialen zijn. Getufte textielwerken hangen naast glanzende harsoppervlakken, fragiele sculpturen, zintuiglijke installaties en schilderijen waarin verf bijna een zelfstandig object wordt. Toch voelt de tentoonstelling opvallend coherent, waarschijnlijk omdat veel van de kunstenaars zich op verschillende manieren bezighouden met vergelijkbare vragen. De getoonde werken zijn gemaakt van materialen die lijken te bewegen, te slijten, te groeien of van toestand te veranderen. Geen statische oppervlakken, maar materialen die getekend zijn door een stapeling van tijd en aanraking, waarbij het artistieke proces vaak zichtbaar blijft in het uiteindelijke werk.
In de expositietekst zegt Rotteveel: “De titel verwijst naar de huid: iets dat beschermt, verbindt en tegelijkertijd blootlegt. In de tentoonstelling wordt de huid niet alleen letterlijk benaderd, via materiaalgebruik, maar ook als metafoor voor de manier waarop kunstwerken zich tot ons verhouden: als iets dat we niet alleen zien, maar ook lichamelijk en zintuiglijk ervaren.”