Tijdens een residentie in IJsland begon Eva Spierenburg lichaam en landschap niet langer als gescheiden werelden te zien. In gesmolten sneeuwplekken en vertakkende waterstroompjes herkende ze een levend organisme, dat net als het menselijke lichaam voortdurend beweegt en transformeert. Deze benadering vormde het vertrekpunt voor de tentoonstelling ‘Moving as a Mountain’ bij Bradwolff & Partners. In het werk van Spierenburg verschijnen scheuren in keramiek, terwijl inkt en grafiet als donkere massa’s over elkaar schuiven. Ook zien we textiele, huidachtige oppervlakken die de grens tussen lichaam en landschap laten vervagen. “Naden en openingen laten een tussenstadium zien,” vertelt Spierenburg, “een stadium waarin de aarde zich als iets levends openbaart.”
Na een intensieve periode van residenties werkt Spierenburg momenteel weer vanuit haar atelier in Utrecht. Tijdens haar recente residentie in Zeeland onderzocht ze opnieuw de overeenkomsten tussen landschap en lichaam. Ze gebruikt de term ‘zandhonger’ als definitie voor het verdwijnen van zandplaten door menselijk ingrijpen. Het landschap heeft volgens Spierenburg namelijk ook menselijke eigenschappen: het land hongert naar zand zoals een lichaam hongert naar voedsel of aanraking.
Je werkt met verschillende media. Je maakt werk op papier, maar je werkt ook met textiel en keramiek. Hoe combineer je dat in je atelier?
Mijn atelier zit in een soort loods aan de groene rand van Utrecht. De laatste jaren zijn er steeds meer media, gereedschappen en grote werken bijgekomen, waardoor het nu wel erg vol is. Eén gedeelte is opslag, er is een soort kantoortje waar ik de kleine werken op papier maak en met de naaimachine werk, en er is een open deel dat ik zo flexibel mogelijk heb ingericht. Daar staan een paar vaste tafels en kasten met materiaal en gereedschap, een voorraadje hout, en ik heb 2 verrijdbare werktafels gemaakt die voor van alles gebruikt kunnen worden. Daarop giet ik bijvoorbeeld de sculpturale schilderijen van acrylhars.
Met keramiek werk ik pas sinds kort, eind januari heb ik een residentie bij het EKWC afgerond. Al het keramiek dat nu in de tentoonstelling te zien is, is daar gemaakt. Ik heb zelf geen keramiekoven, maar kan een volgende serie werken ergens anders stoken.

Je werkt niet altijd zelfstandig. Kan je vertellen hoe zo’n samenwerking met andere kunstenaars eruit ziet, zoals die met een stemkunstenaar?
Samenwerken vind ik best uitdagend, ik vind het lastig om mijn intuïtieve werkproces te delen met iemand anders en de juiste woorden te vinden voor wat ik wil als ik zelf nog zoekend ben. Toch heb ik soms een idee dat ik zelf simpelweg niet kan uitvoeren en ga ik op zoek naar iemand die de kwaliteiten bezit die nodig zijn voor het werk. Een aantal maanden geleden ontstond het verlangen om een geluidswerk te maken, omdat ik een paar installaties met geluid had ervaren die veel indruk op me maakten. Het idee ontwikkelde zich naar dat ik een echo van een landschap via het lichaam wilde, waarvoor ik iemand nodig had die met stem in relatie tot omgeving werkt. Uiteindelijk heb ik Janneke van der Putten benaderd en hebben we een aantal gesprekken gevoerd over mijn uitgangspunten en verwachtingen van het werk. Ik heb haar gevraagd om mij vanuit haar praktijk te helpen luisteren naar het landschap, om vandaaruit keuzes te kunnen maken voor de opnames. Uiteindelijk hebben we een paar dagen samen doorgebracht in de duinen van Schouwen-Duiveland met luisteroefeningen, experimenten en opnames, om tot een geluidscompositie te komen.

Je bent net op residentie geweest in Ellemeet in Zeeland. Kan je vertellen wat je hier hebt gedaan?
Ik was daar op uitnodiging van de Bewaerschole in Burgh-Haamstede, waar ik in juni een tentoonstelling heb. Hun programma richt zich op de relatie tussen mens en landschap, met focus op de lokale omgeving. Daarin was het van grote meerwaarde om een periode ter plekke te kunnen werken. Naast het geluidswerk dat ik daar met Janneke heb ontwikkeld, heb ik pogingen gedaan om de veranderlijke huid van jonge zandduinen te vangen, door ze af te gieten in een (milieuvriendelijk) mallenmateriaal. Wanneer zandduinen nog klein en grotendeels onbegroeid en onbelopen zijn, hebben ze een prachtig kwetsbaar oppervlak dat voortdurend verandert en erg aan menselijke huid doet denken. De tentoonstelling gaat ‘Zandhonger’ heten, wat een term is voor het verdwijnen van zandplaten aan de Nederlandse kust, ontstaan door menselijk ingrijpen in de waterhuishouding. Ik vind het mooi dat met deze term ook meteen het landschap tot een lichaam wordt gemaakt: het land hongert naar zand zoals ons lichaam hongert naar voedsel, of zoals onze huid hongert naar aanraking.
In de tentoonstelling ‘Moving as a Mountain’ bij Bradwolff & Partners lijken lichaam en landschap in elkaar over te gaan. Wanneer zag je voor het eerst een verband tussen die twee?
Het verband tussen lichaam en landschap kwam al een aantal jaar geleden bovendrijven in mijn werk, maar eerder in de zin dat iets landschappelijks het lichaam representeerde, dan dat beide in elkaar overliepen. Tijdens een residentie in IJsland in 2024 begon ik voor het eerst naar het landschap te kijken als een bewegend, levend lichaam. Ik verbleef daar in een klein dorp in een fjord, omringd door bergen en zee. Bij een berg waar ik regelmatig wandelde waren de verschillende aardlagen duidelijk zichtbaar, waardoor voelbaar werd hoe het landschap had bewogen om tot deze vorm te komen. Het weer was heel veranderlijk, waardoor de bergen voortdurend leken te transformeren; door lichtval of mist, of doordat sneeuwplekken smolten tot vertakkende waterstroompjes, die aan aders deden denken. Het landschap en de tijd waren zo overweldigend aanwezig, dat mijn vergankelijke lichaam voelde als een klein onderdeel in een veel groter complex geheel, dat voortdurend in beweging is. Het was een klassiek romantische notie, die een verschuiving in mijn werk in gang zette. Waar ik het lichaam eerder benaderde als iets dat in uitwisseling was met de omgeving, maar ook een eigen entiteit bleef, vloeit alles nu in elkaar over. Het lichaam is niet alleen een drager voor een individu, maar ook een veranderlijke samenstelling van materie. En het landschap is niet alleen materie, maar ook een levende entiteit.

In deze tentoonstelling presenteer je onder meer een serie tekeningen die je maakte tijdens je residentie in IJsland. Hoe kwamen die tot stand?
Ik ging naar IJsland met een open plan om de relatie tussen landschap en lichaam te onderzoeken. Eenmaal daar bleek het landschap zo overweldigend aanwezig, dat het lichaam al tekenend verdween in het landschap, en ik de aarde zelf als een levend lichaam begon te benaderen: lekkend, verterend, bewegend en ademend in een andere tijdspanne dan die van ons.
Sindsdien blijft deze serie tekeningen, onder de titel sense of sediment zich uitbreiden. Eerst vanuit foto’s die ik in IJsland maakte, later lukte het ook om dezelfde uitgangspunten in het gecultiveerde Belgische en Nederlandse landschap te herkennen. Terug in Nederland was (en blijft) het volgende onderzoek hoe ik de beeldtaal en ideeën uit de tekeningen naar groter werk en andere media kan vertalen. Hieruit ontstonden onder andere enkele textielwerken waarin ik als het ware teken met de naaimachine, waarvan er twee in de tentoonstelling te zien zijn. In de keramiekwerken heb ik geprobeerd om engobe-glazuren zo te gebruiken dat ze in elkaar overvloeien, maar ook onderdeel van het kleioppervlak lijken te zijn.
Je beschrijft je werk als een veld waarin aarde en huid elkaar herschrijven. Kan je uitleggen wat je hiermee bedoelt?
Dat komt voort uit hoe ik materie benader: als elementaire deeltjes die samenklonteren tot de tijdelijke vorm van een berg, orgaan, rivier of lichaam. Wanneer we sterven wordt de materie van ons lichaam opgenomen door het landschap, maar ook tijdens leven dragen we stukjes landschap in ons mee. Ons lichaam bestaat grotendeels uit dezelfde stoffen als de aardkorst, die je zou kunnen zien als de huid van de aarde. Een druppel water in onze cellen stroomde ooit in een rivier en verzamelde daar mineralen uit de stenen die het tegenkwam, die nu ons lichaam voeden. Hiermee zijn aarde en huid geen vaststaande, afgescheiden begrippen, maar materie die veranderlijk is en met elkaar in verbinding staat.

In meerdere werken zijn naden, breuklijnen en openingen zichtbaar. Wat interesseert je in dat onafgesloten oppervlak?
Naden en openingen laten een procesmatigheid of tussenstadium zien, daarin tonen ze zowel dat het werk gemaakt is door een handelend lichaam, als dat het een transitie suggereert. Een opening tussen binnen en buiten, een overgang tussen verleden en heden, of een stadium waarin de aarde zich als iets levends openbaart.
Staat er alweer een nieuwe residentie op het programma? Of blijf je voorlopig in je atelier in Utrecht de komende tijd?
Voorlopig blijf ik in Utrecht; tijdens de residenties van de afgelopen twee jaar heb ik genoeg nieuwe ideeën, beelden en kennis verzameld om mee verder te kunnen. Ik kijk ernaar uit om vanuit mijn eigen atelier de tijd te nemen om alles te verwerken.