Met 'Een onzichtbare stad' brengt Thomas Verstraeten de dynamiek van de straat naar de muren van de Warande. In zijn eerste institutionele tentoonstelling onderzoekt hij de spanning tussen spelen en zijn. Door het alledaagse leven op een sokkel te plaatsen, dwingt hij ons tot een fundamentele vraag: is de publieke ruimte niet één groot theater waarin we voortdurend de beste versie van onszelf opvoeren? Thomas Verstraeten wordt vertegenwoordigd door FRED&FERRY.
"Ik breng met deze tentoonstelling geen overzicht van mijn werk", duidt Thomas Verstraeten. "Deze selectie werken gaan over het onzichtbare zichtbaar maken. Wanneer bevinden we ons in een realiteit, een fictie of iets daartussen?" Verstraeten vertrekt voor zijn beeldend werk vanuit een specifieke locatie, vaak in Antwerpen en observeert daar de dagelijkse handelingen en routines: straatvoetbal, een religieuze preek of bedrijvigheid rond een eetkraampje. Daarna bouwt hij de werkelijkheid na, vaak op ware grootte en met veel oog voor detail. Van 'Familiestraat' (2022) maakt hij een kartonnen kopie op schaal 1:1. Voor 'Urbi et Orbi' (2023) bouwde hij een hyperrealistisch perspectief van het Koningin Astridplein. Zijn decors fungeren als een sokkel voor de alledaagse omgeving en doen je er anders naar kijken. Mensen die deel uitmaken van die werkelijke omgeving, laat hij hun dagelijkse handelingen uitvoeren in dat decor. Hier voel je de spanning tussen zijn en spelen. De mensen voeren hun eigen bestaan op. Verstraeten legt deze re-enactments vast in video-opnames. Door handelingen te isoleren en gericht in beeld te brengen, onthult hij de essentie van hun beweging en maakt hij onderlinge relaties tastbaar. De camera isoleert de schoonheid van het alledaagse die in de drukte van het echte leven vaak verloren gaat.

In de Warande toont Verstraeten die video-opnames in een doordachte scenografie. In het begin van de tentoonstelling staat een reusachtige maquette van een stad. De stellingen tonen meteen de stad als een decor of een façade waarbinnen zich acties afspelen. Vanaf daar kan de bezoeker kiezen tussen twee routes: van de microkosmos van een straat naar het weidse perspectief van een stad of omgekeerd. Telkens keert het spel van front- en backstage terug. Beschilderde theaterdoeken, rekwisieten uit de performances en schaalmodellen ensceneren de realiteit. Als bezoeker wandel je door een fysieke reconstructie van zijn artistieke proces. Je stapt in een installatie waar de grens tussen echt en geënsceneerd vervaagt. Terwijl je in het klassieke theater de illusie aanvaardt om in het verhaal te verdwijnen, legt Verstraeten de constructie juist bloot. "Ik zie mijn video-opnames als autonome werken. Door ze in een installatie te plaatsen met decorstukken, creëer je een interessante spanning. In de theaterzaal dienen decors om in te verdwijnen. In deze tentoonstelling haal ik je voortdurend uit die gecreëerde wereld."
Een centraal thema is de spanning tussen de rol die we aannemen en onze authentieke identiteit. Je identiteit is een aaneenschakeling van rollen, waarbij je moeiteloos van de ene in de andere schakelt. Verstraeten haalt dat automatisme uit zijn context. In de video-installatie 21st Century Portrait (2024) zie je een voetbalmatch waarbij de bal ontbreekt. De focus verschuift naar de mimiek en gestiek van de jonge spelers uit de Seefhoek. Ze nemen de poses aan van professionele atleten, klaar voor de camera en de roem. "Spelen zij de rol van de professionele voetballer of hebben zij het zich zo eigen gemaakt dat ze het op dat moment ook zijn", vraagt Verstraeten zich af. Hij laat zien dat jezelf zijn in de publieke ruimte een vorm van acteren is. De jongens spelen niet iemand anders. Ze spelen de meest heroïsche versie van zichzelf. "Welke rol spelen we in de publieke ruimte", vraagt Verstraeten zich af. "Iedereen probeert die rol zo goed en oprecht mogelijk probeert te vervullen. In mijn projecten zie je dat uitvergroot terug."

Verstraeten vraagt mensen niet om een rol te spelen die ze niet kennen. "Ik zie mezelf eerder als een verkeersregelaar dan als een regisseur die over alles controle houdt. Ik bedenk een kader dat houvast geeft, maar dat open genoeg is voor toevalligheden. Ik zoek het moment waarop het leven door de constructie breekt." In zijn videowerk Symphony for one hundred citizens and a traffic light (2025) zie je ook op bepaalde momenten dat mensen een rol spelen. Het is boeiend om te zien dat mensen soms niet weten dat ze in beeld zijn of elkaar teken doen om al dan niet actie te ondernemen. Samen met componiste Heleen Van Haegenborgh en honderd Antwerpenaren bracht Verstraeten alledaags stadslawaai samen in een klassieke symfonische structuur. In de Warande zie je naast een driedelige video-installatie van deze performance, decorstukken en de partituur waarin de spanning tussen improvisatie en compositie zichtbaar is. Elk geluid krijgt hier dezelfde waarde en aandacht. "Sommige mensen doen mee aan meerdere projecten", vertelt hij. "Ik vind het ontroerend om op die manier een gemeenschap te vormen. De deelnemers vormen het hart van de tentoonstelling." Hij creëert een tijdelijke, niet-hiërarchische gemeenschap van mensen die elkaar op straat misschien straal voorbij zouden lopen.
Zijn werk is een eerbetoon aan de Seefhoek in Antwerpen, een wijk met een complexe reputatie. "Het is een wijk van aankomst", weet Verstraeten. "Dat geeft een dynamiek die zich vertaalt in een bijzonder, poëtisch en ontroerend straatleven. In het lokale openbaart zich het globale. Je voelt de stand van zaken in de wereld door de culturen hier komen wonen."

De Seefhoek is de meest eerlijke versie van wat een stad anno 2026 is: een plek waar we, ondanks alle verschillen moeten samenleven. Verstraeten ziet de stad als een levend archief van menselijke handelingen en een mentale constructie. Door het banale in een artistiek kader te plaatsen, plooit de stad zich open op een manier die je niet eerder zag. Hij laat zien dat iedereen een rol speelt, maar dat daarin de grootste menselijkheid schuilt: de drang naar erkenning, de behoefte om ergens bij te horen en het vermogen om van het banale iets sacraals te maken. Verstraeten streeft naar generositeit. "Voor mij gaat kunst over communicatie", zegt hij. Als de deelnemers zichzelf herkennen en gewaardeerd voelen in deze reflectie van hun leven, is de missie geslaagd. De stad is een decor, de straat is een podium en wij spelen onszelf, zo oprecht mogelijk, tot het licht uitgaat.
Op 21 juni eindigt de tentoonstelling met een groot straatfeest in Turnhout, waarin hij de buurt en de bewoners betrekt. Wees welkom!