Soms kan je te dicht staan bij kunstwerken waardoor ze je zicht en begrip blokkeren. Dat besefte ik toen ik de verschillende sculpturen bij elkaar zag en bewust een stap achteruitzette om overzicht te krijgen.
Dat is hoe deze tentoonstelling werkt: je komt dichterbij dan je van plan was, zonder precies te weten waarom. De witte ruimte die de kunstenaar voor deze presentatie in Settantotto heeft ingebouwd versterkt dat gevoel. De vloeren zijn wit, het zichtveld gestript, alles teruggebracht tot een stille achtergrond waarin niets nog om aandacht vraagt. Het is geen theatrale white cube, eerder een ruimte die dingen losmaakt van hun omgeving, hun verleden en de noodzaak om iets uit te leggen.
Leen Van Tichelen toont hier haar tweede solotentoonstelling bij de galerie. In tegenstelling tot de mysterieuze titel A CONATIVE INTERACTION van haar eerste expo klinkt de nieuwe titel SOLO haast kinderachtig eenvoudig en onbewogen. De werken zijn genummerd in het Spaans — uno, dos, tres, … — een reeks die al sinds 2021 groeit zonder veel toelichting. Waarom Spaans, vroeg ik. Het antwoord dat via Dely tot mij kwam was ontwapenend: er is geen echte reden. Soms is iets er gewoon.
En precies daar begint deze tentoonstelling: niet bij betekenis, maar bij aanwezigheid.

Eerst probeer je te begrijpen
Je doet wat je altijd doet: zoeken naar structuur. Naar een reden waarom een vorm staat waar deze staat, waarom gewicht hier rust en niet daar. Maar bij Van Tichelen merk je snel dat die zoektocht nergens heen leidt.
De tentoonstelling ontvouwt zich als een veld van afzonderlijke concentraties. Op de vensterbank, de vloer, tegen de wand: stapelingen van beton, hout, papier, textiel en industriële restvormen die niet als composities worden gepresenteerd maar als gebeurtenissen. Sommige elementen herken je half: een mal, een fragment, een vorm die ooit ergens toe diende. Maar net wanneer je denkt het te begrijpen, glijdt het weer weg.
Het werk SOLO, ciento diecisiete - boog blijft me bij als een soort kantelpunt: twee smalle witte zuilen met daarboven een roodbruine boog, tegelijk doorgang en lichaam. En toch zien we slechts één moment in een grotere beweging. Elders sluiten vormen zich weer, compact en geconcentreerd, alsof ze hun eigen gewicht bijeenhouden.
Veel van deze elementen hebben een ander leven gehad. Sommige stukken gekleurd hout dienden als mallen voor treinstellen; andere fragmenten komen uit gieterijen of renovatiesites. Ze hebben al gedragen, gevormd, gefunctioneerd. Hier dragen ze alleen zichzelf.
De sculpturen staan zonder sokkel. Of beter: ze staan op vensterbanken en vloeren die weigeren sokkels te zijn. Ze bevinden zich op dezelfde hoogte als jij. Dat geeft ze iets merkwaardig vertrouwds. Alsof ze er altijd al gestaan hebben.
Ik bleef te lang zoeken naar logica. Het werk had daar duidelijk geen interesse in. Na een tijdje gebeurde iets eenvoudigs: ik gaf het op en logica ruimde plaats voor intuïtie.

Tot het goed staat
In het gesprek vertelde Dely hoe de opstelling aanvankelijk te beredeneerd aanvoelde. Er lag een plan. Het klopte allemaal, maar het werkte niet. Pas toen Van Tichelen stukken begon te verschuiven zonder uitleg viel het plots samen.
Hij zei het bijna achteloos: tot het goed stond.
Die zin beschrijft niet alleen de opstelling, maar de hele praktijk. Materialen worden verzameld, op elkaar gelegd, weer weggehaald, opnieuw geplaatst. Niet tot alle mogelijkheden zijn uitgeprobeerd, maar tot er niets meer hoeft te veranderen. Het moment waarop je voelt: zo.
Niets is verlijmd. Alles rust. Het raam blijft dicht omdat een plotse windvlaag de losse stapeltjes papier niet zou laten opvliegen.
Die kwetsbaarheid maakt deel uit van de ervaring. Je kijkt scherper, beweegt trager, wordt je bewust van hoe precair evenwicht kan zijn. Wat eenvoudig lijkt, blijkt geconcentreerd.
Bijna alle sculpturen sluiten zich. Ze concentreren zich naar binnen, alsof ze hun eigen gewicht bijeenhouden. Open vormen zijn uitzonderingen en precies daardoor blijven ze bij mij hangen.
De tentoonstelling is geen parcours, slechts een reeks kijkpunten. Je beweegt van plek naar plek zonder richting, telkens opnieuw oriënterend.

Gewoon kijken
Dely stelde voor eerst de sculpturen te zien en pas daarna de tekeningen. Vanuit die driedimensionale wereld herken je vormen die terugkeren op papier. Gestript van een dimensie worden de sculpturen cirkels, achthoeken, langgerekte structuren. Herkennen is iets anders dan begrijpen.
De tekeningen hangen los van elkaar, in een raster van vier rijen waarin telkens één tekening ontbreekt. Lagen verdunde verf en inkt liggen over elkaar als afzettingen. Soms lijkt er een vorm in op te duiken: een dier, een object — maar zekerheid blijft uit.
Ook hier herhaalt zich de logica van stapeling. Net als de sculpturen bestaan ze uit lagen die elkaar dragen zonder samen te vallen. Ze lijken tegelijk vooraf en achteraf te bestaan: schets en echo.
Onder de sculpturen gebeurt hetzelfde. Je blijft staan, gaat verder, keert terug. Sommige werken trekken je onmiddellijk aan, andere pas later. Zonder reden.
Zwaarte die stijgt
Wat Van Tichelen hier toont, is geen verhaal maar een toestand. Haar sculpturen dragen hun gewicht zonder het te tonen. Zwaarte wordt spanning. Massa wordt evenwicht.
De witte ruimte maakt dat zichtbaar zonder het te benadrukken. Alles wordt verhouding: object en ruimte, materiaal en lucht, kijken en tijd.
Toen ik buiten stond, merkte ik pas wat de tentoonstelling had gedaan. Niet iets spectaculairs. Iets kleins. Ik keek anders naar hoe de dingen staan.
Misschien is dat het sterkste aan de tentoonstelling SOLO: dat het niets uitlegt en precies daardoor blijft hangen.
Leen Van Tichelen, SOLO, Settantotto Art Gallery