Frank Taal Galerie in Rotterdam presenteert twee solotentoonstellingen met werk van Isabelle Borges (1966, Brazilië; woont en werkt in Berlijn) en Zoë d'Hont (1990, Nederland; woont en werkt in Rotterdam). Hoewel hun praktijken verschillen in zowel conceptualisering als formele benadering, delen ze een basis in arbeidsintensieve artistieke methodes. Tegelijk herkennen beide kunstenaars een gelijkenis in de manier waarop ze ruimte en tijd onderzoeken en hun directe omgeving vertalen naar een abstracte beeldtaal.
Beide kunstenaars benoemen lijnen als een gemeenschappelijk fundament in hun praktijk. Voor Borges creëren lijnen structuur en beweging; voor d'Hont doen ze denken aan netwerken van aders of zenuwen, structuren die zowel door fysieke als spirituele lichamen lopen.

In het korte interview hieronder geven beide kunstenaars extra inzicht in de werken die in hun tentoonstellingen worden getoond. Unfolding Voids en Movement Repose lopen tot en met 18 april, ook tijdens de kunstbeurs Art Rotterdam.
Zoë d'Hont organiseert elke zondag in maart en op zondag 12 april workshops van 11:00 tot 13:00 uur. Wie wil deelnemen kan contact opnemen via [email protected]. De workshops worden in het Nederlands gegeven, maar Engelstalige deelnemers zijn van harte welkom.

Isabelle, in Unfolding Voids zien we acryl op linnen en geglazuurde keramiek. Kan je toelichten wat de betekenis is van deze twee verschillende lijnen binnen je praktijk?
Mijn belangrijkste medium is schilderkunst, maar ik werk ook met objecten, fotografie en muurschilderingen. Al mijn werken ontstaan vanuit de natuur, en de afgelopen vijftien jaar werk ik met beelden die ik maak van een specifiek meer aan de rand van Berlijn.
Het centrale onderzoek in mijn praktijk draait rond ruimte en hoe we die waarnemen. Ik ben geïnteresseerd in de geometrie van het tussen: de ruimtes die ontstaan tussen dingen en waarbinnen ruimtelijke dynamiek zich ontvouwt. Die ruimtes zetten uit en krimpen, vormen een visueel continuüm van spanning en ontspanning en worden bewegende, ademende velden.
In de schilderijenreeks gebruik ik sterke kleuren en bouw ik de ruimte op via vele dunne lagen, waardoor er diepte ontstaat. De keramiek die in de tentoonstelling wordt getoond, is gemaakt tijdens mijn residentie bij EKWC begin 2025. Ik was benieuwd hoe ik mijn onderzoek naar leegte en vormen naar een ander medium kon vertalen, terwijl ik de constructivistische benadering van ruimtelijke spanning die mijn schilderijen kenmerkt zou behouden. Ook de keramiek gaat over ruimtelijke waarneming en bevindt zich ergens tussen een lichaam en een gebouw. De associatie met architectuur is altijd aanwezig in mijn werk, ook in de keramiek, vooral in de manier waarop ze aan de muur worden gepresenteerd.
Een van de redenen waarom ik keramiek wilde verkennen, was om terug te keren naar het organische aspect van het beeld. Mijn werken zijn geïnspireerd door structuren uit de natuur, maar doorlopen vele stadia van abstractie voordat ze een beeld worden. Door met keramiek te werken wilde ik zien hoe dit proces opnieuw kon aansluiten bij de oorspronkelijke organische kwaliteit van vorm. In zekere zin gaat het erom ruimte te vormen uit leegte.

Zoë, in Movement Repose werk je met papierweven en borduurwerk. Hoe verhouden deze methodes zich tot je conceptuele relatie met geluid en muziek?
Borduren en weven zijn stille, meditatieve processen die ruimte creëren om te luisteren. In het hart van mijn praktijk ligt een interesse in waarneming: hoe we de wereld om ons heen ervaren, en hoe die waarneming doorwerkt in onze handelingen. Het voelt als een onuitputtelijke bron, omdat waarneming nooit statisch is. Ze is altijd in beweging en ontstaat door beweging.
De natuurfilosoof Lorenz Oken zei ooit: "Het oog leidt de mens de wereld in; het oor leidt de wereld de mens in." Die voortdurende beweging tussen expansie en contractie voelt voor mij essentieel. Mijn relatie tot muziek en geluid ligt daarom meer in luisteren en afstemming dan in het uitzenden.
Interlude (Bell and Bowl) (2026) bijvoorbeeld ontstond uit een reeks grafische partituren die stilte en intervallen verkennen. Muziekinstrumenten zijn afhankelijk van lege ruimte, omdat het in die ruimte is dat trillingen resoneren en hoorbaar worden. Wanneer je jezelf toestaat stil te worden, wordt de wereld om je heen, en ook je innerlijke wereld, luider. In die zin is vorm leegte en leegte vorm, een boeddhistisch principe waarover ik vaak mediteer. Het geluid van een bel (of eender welk geluid) dat uit de stilte opkomt, brengt je terug naar het huidige moment.

Isabelle, de titels van je werken openen rijke associaties in dialoog met de kunstwerken. Kan je ons meenemen in hoe die titels tot stand komen?
Het is niet altijd gemakkelijk om de juiste titel te vinden. Ik wil het werk niet rechtstreeks beschrijven, maar eerder ruimte laten voor de verbeelding van de kijker. Soms verschijnt een titel tijdens het proces; andere keren pas wanneer het werk voltooid is. Het lijkt een beetje op het schrijven van een gedicht. Het ontstaat in relatie tot het beeld, maar zonder het te beschrijven.
Soms creëert een muziekstuk een ruimte die resoneert met het beeld. Soms is het literatuur. Zo werd de titel A Point in Space #3 geïnspireerd door het korte verhaal The Aleph van Jorge Luis Borges, dat gaat over oneindigheid, herinnering en de beperkingen van taal. Die thema's zijn altijd aanwezig in mijn onderzoek.
De titel ECHOES verwijst ook naar een herinnering aan iets dat nooit volledig kan worden beschreven of bereikt. In mijn onderzoek ben ik altijd op zoek naar het sublieme, datgene wat zich niet volledig laat verwoorden.

Zoë, hoe zie je performance in relatie tot je beeldende praktijk? Creëert het een extra laag, of staat het er volledig los van?
Ik voel me eigenlijk meer aangetrokken tot niet-performance dan tot performance. In zijn stille compositie 4′33″ veranderde John Cage het publiek in performers. Zelfs wanneer ik composities opnieuw uitvoer, ligt mijn interesse in het egoloze van het delen. Elke uitvoering is simpelweg één van vele mogelijke interpretaties. Een partituur wordt een manier om een compositie of constellatie door te geven, en in die overdracht lijkt het ego op te lossen. Mijn visuele en performatieve praktijken zijn nauw met elkaar verbonden, omdat er bijna altijd een beweging is van beeld naar geluid, of van geluid naar beeld. Die twee werelden voeden elkaar voortdurend.
