In What the Body Whispers bij Gallery Ysebaert in Gent wordt het lichaam niet opgevoerd als iets dat zich luid aankondigt. Het toont zich in fragmenten, in sporen van aanwezigheid. De tentoonstelling brengt het werk samen van Steven Peters Caraballo en Wolfe De Roeck, twee beeldende kunstenaars die vanuit sterk verschillende disciplines vertrekken, maar elkaar ontmoeten in een gedeelde vorm van lichamelijk bewustzijn.
Steven Peters Caraballo toont in deze tentoonstelling uitsluitend nieuwe schilderijen, allemaal gerealiseerd in 2025. Ze vertrekken vanuit één terugkerend element: de mond. “Mijn werken in deze expo bestaan uit schilderijen van de mond van Charon,” zegt hij. Charon is in de Griekse mythologie een oude man die zielen begeleidt tussen leven en dood, een figuur zonder oordeel of emotie. “Voor mij is Charon een gevoelloze, zwijgende, verleidelijke begeleidster,” vervolgt Peters Caraballo. “De mond wordt zo een plaats van spanning tussen spreken en zwijgen, tussen lichamelijkheid en stilte.” In zijn schilderijen wordt de mond een plek waar spreken mogelijk is, maar wordt ingehouden.
De schaal van de objecten bepaalt ook haar manier van werken. “Die grote blauwe glazen objecten zijn echt een maximumformaat,” zegt Ilse. “Als je dat vraagt aan meesterblazers en ze kennen je niet, dan beginnen ze daar niet aan. Voor kleinere glasobjecten kan ik met een blazer in Duitsland of in België aan de slag. Daar heb ik dat gigantische team niet voor nodig.” Binnen haar praktijk ontstaan zo duidelijke verschillen in schaal en complexiteit, zonder dat het vertrekpunt verandert. Het werken met glas blijft daarbij afhankelijk van vakmanschap dat steunt op jarenlange ervaring, samenwerking en vertrouwen, en dat niet vanzelfsprekend overdraagbaar is.

Die focus op de mond ontstond tijdens de COVID-periode, een tijd waarin lichamelijk contact en directe communicatie abrupt werden ingeperkt. “In die periode werd nabijheid en verlangen iets wat je op afstand beleefde,” zegt hij. Die ervaring wordt in de schilderijen niet letterlijk verbeeld, maar blijft onderhuids aanwezig. “Voor mij is een beeld nooit louter illustratief,” benadrukt hij. “Het moet prikkelen, vragen oproepen en niet noodzakelijk antwoorden geven. Ik hecht veel belang aan de autonomie van de kijker. De perceptie van een beeld is altijd subjectief.”
Geleidelijk ziet Peters Caraballo zijn praktijk ook verder verschuiven in de richting van portret. “Ik voel dat mijn werk de komende jaren een meer uitgesproken en unieke stem zal krijgen. Lange tijd heb ik mijn praktijk bewust open gehouden, zowel technisch als visueel, om mijn oeuvre breed te laten groeien. Die fase was noodzakelijk. Maar portret, dat is voor mij één van de moeilijkste, maar tegelijk meest intrigerende genres. Het is onuitputtelijk, complex en steeds opnieuw anders.”

Waar Peters Caraballo het lichaam benadert via nabijheid en psychologische lading, vertrekt Wolfe De Roeck vanuit spanning. Haar praktijk beweegt zich op de grenzen van sculptuur, installatie en performance, en onderzoekt expliciet de relatie tussen lichaam en object. In My, I Present You herwerkt ze eeuwenoude Venusbeelden, iconen van een gestandaardiseerd schoonheidsideaal. “Ik bestudeer ze in een tijd waarin de authenticiteit van een beeld niet langer te achterhalen is.”
De Roeck gebruikt materialen die ook in de kunstgeschiedenis aanwezig zijn, maar zet ze vandaag bewust veranderlijk en instabiel in. “Voor mij bestaat de kunst eruit om beelden, situaties en landschappen te ontdoen van idealen zodat ze dichter tot bij de toeschouwer komen,” vertelt ze. Haar focus ligt op de vijf houdingen van de meest iconische vrouwelijke beelden. “Ik smelt ze samen tot een abstractie,” legt ze uit. “Daarmee wil ik de standaardisering doorbreken en mezelf niet enkel als lichaam of object presenteren, maar als performer, met als doel een universeel gevoel van gelijkheid te bevorderen.”In centrale werken uit de tentoonstelling fungeren mallen, meetstructuren en glas-in-loodinstallaties als dragers van dat onderzoek.

De Roecks installaties vormt voor Peters Caraballo geen tegenstelling, maar net een aansluiting bij zijn eigen werk. “Haar koele, bijna afstandelijk werk sluit inhoudelijk sterk aan bij mijn thema van de gevoelloze, zwijgende Charon” zegt hij.
In What the Body Whispers tonen Peters Caraballo en De Roeck impressies van aanwezigheid waar het lichamelijk bewustzijn van de kijker subtiel mee in opgenomen wordt. De tentoonstelling is nog te bezoeken tot en met zondag 18 januari bij Gallery Ysebaert in Gent.