In de iconische koepelzaal van het Bonnefantenmuseum in Maastricht is deze zomer een imposant werk van Folkert de Jong te zien: ‘The Shooting at Watou’. De installatie werd in 2006 ontwikkeld voor het kunst- en poëziefestival in het Belgische Watou en reisde sindsdien langs verschillende locaties, waaronder de Unlimited-sectie van Art Basel en Galerie Fons Welters in Amsterdam. Nu krijgt het werk een nieuwe plek in Maastricht, waar de fysieke sporen van verwering en vergankelijkheid een onverwacht extra register openen.
De installatie werd geschonken door het Maastrichtse verzamelaarsechtpaar Netty en Jeu van Sint Fiet, dat plannen heeft voor een eigen museum.
De Jong verweeft in zijn praktijk verwijzingen naar de (kunst)geschiedenis, populaire cultuur en machtsstructuren, waarbij hij dieper in gaat op thema’s als macht, conflict en de menselijke neiging tot destructie. Wat betekent het om mens te zijn binnen die kaders? De figuren van De Jong zijn vaak gebaseerd op archetypen: soldaten, clowns, acrobaten, anonieme daders en slachtoffers. Ondanks hun groteske uiterlijk gaat er een onverwachte kwetsbaarheid schuil in de situaties die hij ensceneert.
De Jong maakt voor zijn sculpturen gebruik van industrieel styrofoam en polyurethaanschuim: twee lichte isolatiematerialen die voor het eerst op grote schaal werden toegepast tijdens de Tweede Wereldoorlog en tegenwoordig met name gebruikt worden in de bouw. Het materiaal wordt meestal uitgevoerd in drie giftig ogende kleuren: bruingeel, roze en lichtblauw, een combinatie die een beetje schuurt. De Jong transformeert deze materialen tot levensgrote kunstinstallaties waarbij de productienummers nog regelmatig zichtbaar zijn. Daarnaast werkt de kunstenaar ook met materialen als plastic en brons.
De menselijke figuren van De Jong ogen vaak dramatisch, absurdistisch en grimmig. Ze zijn in veel gevallen geïnspireerd op horror, popcultuur, omstreden helden en bekende en minder bekende historische gebeurtenissen, zoals de heksenjachten en de moord op de gebroeders de Witt. Hij laat zich daarbij onder meer inspireren door het werk van kunstenaars als Mike Kelley, Goya, Picasso en Paul McCarthy. Tijdens zijn residentie aan de Rijksakademie ontwikkelde De Jong een fascinatie voor grensoverschrijdend gedrag, oorlogssituaties en psychologische extremen. Dat grimmige effect wordt versterkt door het feit dat de kunstenaar een gasmasker draagt tijdens het verwerken van dit materiaal, omwille van de giftige dampen die vrijkomen tijdens het proces. Snelheid is daarbij een vereiste, want het materiaal is vaak al na 30 seconden uitgehard.
Het werk ‘The Shooting at Watou’, dat nu te zien is in het Bonnefantenmuseum, vindt inspiratie in de Eerste Wereldoorlog. Watou, een dorpje op de grens met Frankrijk, draagt nog altijd de littekens van een door oorlog getekend verleden. In het midden van de installatie torent een kolossale roze figuur boven de scène uit, omringd door een groep soldaten met een geweer in de aanslag. De scène roept vragen op: steekt de reus zijn hand op uit overgave, of dreigt hij zijn belagers ieder moment te verpletteren? Of zwaait hij de kijker simpelweg toe met een grijns, als een groteske grap?
De opstelling is ook deels geïnspireerd op het grootschalige schilderij ‘El 3 de Mayo en Madrid’ van Francisco de Goya, dat te zien is in het Prado in Madrid. We zien daarop een weerloze man tegenover een vuurpeloton, geflankeerd door de doden die hem voorgingen en zij die nog zullen volgen. Net als Goya confronteert De Jong de kijker met thema’s als macht, geweld, overgave en morele dubbelzinnigheid. Tegelijkertijd introduceert De Jong een theatrale lichtheid en absurditeit. De installatie is opgebouwd uit industrieel piepschuim, polyurethaanschuim, hout en staal.
Ook de positie van de kunstenaar is een terugkerend motief in het werk van De Jong. In ‘The Shooting at Watou’ is het verleidelijk om de roze reus te lezen als een allegorie voor het kunstenaarschap: een figuur die zich bevindt tussen strijdende partijen, voortdurend onder druk staat om te presteren en tegelijk bekeken, gevierd en bedreigd wordt. Maar De Jong laat interpretatie nadrukkelijk aan de kijker.
Naast deze installatie is aan de Maaszijde van het museum ook het werk ‘La Danse’ (2012) te zien: een bronzen beeld van een eenzaam figuur in een bevroren danshouding. Waar ‘The Shooting at Watou’ speelt met conflict en spektakel, toont ‘La Danse’ juist introspectie en melancholie. Twee uitersten binnen één artistieke praktijk.
Folkert de Jong werd in 1972 geboren in Egmond aan Zee. Hij studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en vervolgde zijn opleiding onder meer aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten en het SCP International Studio and Curatorial Program in New York. Zijn werk is internationaal tentoongesteld en is opgenomen in de collecties van onder andere het Museum of Contemporary Art Los Angeles, Centre Pompidou, de Saatchi Collection, Kunstmuseum Den Haag, Museum Voorlinden, Museum Boijmans Van Beuningen, de Rabo Kunstcollectie en het Groninger Museum. Hij ontving onder andere de Charlotte Köhlerprijs (2002) en de Prix de Rome (2003).
Tip: in Museum Kranenburgh in Bergen is gelijktijdig de tentoonstelling ‘De held, de schurk en de waarheid’ te zien, samengesteld door Johan Idema. Ook daar zijn levensgrote figuren van De Jong te zien in theatrale opstellingen die vragen oproepen over geschiedschrijving en beeldvorming. Deze reizende tentoonstelling was eerder te zien in onder meer BRUTUS en Museum de Fundatie.