De kunst van Mathieu V. Staelens is geen oppervlakkige esthetiek, geen visuele bravoure om te verleiden of te imponeren. Ze is een open wonde, een spiegel zonder vernis. In zijn nieuwste tentoonstelling Inner Struggle is relatable, Perfection is not bij Art Partout, reikt de kunstenaar ons een beeldtaal aan die zich beweegt tussen kwetsbaarheid en bewustwording.
Dit is geen kunst om aan voorbij te wandelen. Dit is werk dat ons uitnodigt te blijven staan, te blijven voelen. Wat volgt is geen recensie in klassieke zin, maar een kunstfilosofische mijmering. Een poging om deze innerlijke worsteling in woorden te benaderen, zonder haar te fixeren.
De bloemkool als orakel van het onbewuste
Dat uitgerekend een bloemkool als leidmotief zou opduiken in het oeuvre van Staelens, lijkt op het eerste gezicht een ironische knipoog. Maar wie de onderliggende betekenis van dit motief onderzoekt, merkt al snel dat het hier gaat om een geladen symbool. De bloemkool, schrijft Staelens zelf, heeft iets wolkachtigs, iets fragiel onthecht. Hij vergelijkt het zelf als een hersenpan in rust. Ze herinnert aan de moederschoot, een beeld van geborgenheid, bescherming, en misschien ook: de oorsprong van ons innerlijk conflict.
In diezelfde persoonlijke zaaltekst verwijst de kunstenaar naar een verrassende ontdekking uit de literatuur. De bloemkool staat symbool voor ‘de zuivere ontroering om het eigen bestaan’. De bloemkool is geen visuele grap. In deze werken is ze een icoon geworden van introspectie, kwetsbaarheid en verbinding. Dat Staelens zich tot zo’n beeld keert, wijst op een verlangen om via het alledaagse iets universeels aan te raken.

De strijd achter de strijd
De titel van de tentoonstelling Inner Struggle is relatable, Perfection is not vat de kern van het project op bijna poëtische wijze samen. We herkennen allemaal deze strijd. We weten hoe het voelt om verscheurd te zijn, om niet te voldoen, om te twijfelen. Perfectie daarentegen? Dat is een abstractie, bijna onmenselijk en onherkenbaar. En daardoor een vorm van geweld tegen het kwetsbare in onszelf.
Staelens’ doeken maken die innerlijke strijd zichtbaar. Niet als dramatisch spektakel, maar als een trage erosie van het zelfbeeld. De figuren in zijn schilderijen ogen niet gebroken, wel gestript van hun schijn. Ze bevinden zich in een overgangstoestand tussen inzicht en aanvaarding, tussen desoriëntatie en herwonnen evenwicht. We herkennen de contouren van het menselijke brein, van plantaardige structuren, van ademende landschappen. De schilderijen worden bijna MRI-scans van het innerlijk. Niet als diagnose, maar als erkenning wat daar leeft.
Post-Woke en de ethiek van het innerlijk werk
Staelens introduceert in zijn werk het begrip Post-Woke. Daarmee zet hij zich naar eigen zeggen niet af tegen de fundamentele waarden van de Woke-beweging. Integendeel, hij omarmt de oorspronkelijke oproep tot bewustwording, rechtvaardigheid en het ontmaskeren van macht. Maar hij toont zich kritisch voor de manier waarop deze beweging soms is verworden tot een karikatuur van zichzelf: in holle dogma’s, rigide morele standpunten, en een onvermogen tot nuance.
De Post-Woke mens is iemand die zich niet enkel bewust is van onrecht, maar ook van zijn eigen innerlijke contradicties. Die de morele strijd niet buiten zichzelf projecteert, maar ze eerst intern aangaat. Want, zoals Staelens treffend formuleert: “De afstand tot de ander is recht evenredig met de afstand tot onszelf.” Hier schuilt een diepe ethiek, die teruggaat tot Socrates’ Ken uzelf, maar ook tot de mystieke traditie waarin zelfkennis een voorwaarde is voor liefdevolle verbinding met de wereld.

Een schilderkunst van de transformatie
De schilderkunst van Staelens bevindt zich niet in het kamp van het expressieve of het abstracte. Ze balanceert op de grens. Er is figuratie, maar ze lost op. Er zijn herkenbare vormen zoals hersenen, bloemkolen, lichamen maar ze smelten samen in een visuele taal die transformatie uitdrukt. De penseelvoering is gedurfd maar nooit gratuit. Er zit een zekere soberheid in, een ingetogenheid die getuigt van innerlijk onderzoek.
De kleuren zijn vaak aardeachtig, organisch. Hier geen kille afstandelijkheid, geen technologische steriliteit. Alles ademt nabijheid en lichaam. De schilderijen zijn als huiden, soms geschonden, soms geheeld. Als kijker voel je niet alleen wat afgebeeld wordt, je voelt ook het proces van aarzeling, herhaling en loslaten.
Van zelfontkenning naar zelfaanvaarding
Het werk van Staelens stelt geen diagnoses en reikt geen oplossingen aan. Wat het wel doet, is ruimte openen. Voor twijfel, voor pijn, maar ook voor mildheid en herstel. De beweging in zijn werk is die van zelfontkenning naar zelfaanvaarding. Niet via een heroïsche overwinningsmythe, maar via een langzame en vaak pijnlijke analyse van het ego.
De bloemkool als motief groeit in deze context uit tot een innerlijke gids. Ze is geen cliché van groei of bloei, maar een vorm van stille aanwezigheid. Ze leert ons dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar een toegangspoort tot waarheid. Dat introspectie geen luxe is, maar een noodzakelijke voorwaarde voor authenticiteit.

De waarde van imperfectie
Staelens stelt een belangrijke vraag: wat als we ophouden met streven naar perfectie en in plaats daarvan streven naar echtheid? Wat als we onze innerlijke strijd niet verbergen, maar delen? Wat als we onszelf niet langer definiëren door onze prestaties, maar door onze bereidheid om te voelen, te luisteren, te transformeren?
In een wereld die steeds onpersoonlijker dreigt te worden, biedt deze tentoonstelling een tegenstem. Een trage, eerlijke, menselijke stem. Staelens nodigt ons uit om niet alleen zijn werk te bekijken, maar ook onszelf opnieuw onder ogen te zien. Niet met oordeel, maar met openheid.
De innerlijke strijd is herkenbaar. Perfectie is dat niet. En misschien ligt daarin de grootste troost: dat we niet alleen zijn in ons zoeken.
