In Chrysalid Gallery in Rotterdam is tot en met 17 december de tentoonstelling ‘Ghost Island’ te zien, met droomachtige, magisch realistische foto’s van Lisandro Suriel. De kunstenaar werd onlangs verkozen tot één van de Foam Talents van 2021, uit ruim 1800 inzendingen uit 72 landen.
Suriel werd geboren en getogen op het eiland Sint Maarten, als zoon van een Nederlandse moeder en een Caribische vader. Hij werd opgevoed door zijn moeder en ervaarde daardoor naar eigen zeggen een afstand tussen de lokale Caribische cultuur enerzijds en zijn eigen huishouden anderzijds. Tegelijkertijd voelde hij zich ook niet nauw verbonden met de Nederlandse taal en cultuur van zijn moeder. De fotograaf creëerde daarom een cultuur op basis van zijn eigen verbeelding, geïnspireerd door sprookjes en fictieve verhalen en gebaseerd op archetypen die iedereen intuïtief begrijpt.
Suriel: "Toen ik jong was trok ik mij vaak terug in denkbeeldige en wonderbaarlijke werelden, die hun oorsprong vonden in mijn eigen omgeving. Nog steeds vormen dit soort fantasieën de rode draad in mijn werk. Ik ben geboren en getogen op een klein eilandje [Sint Maarten] dat aan de ene kant in de Caribische zee ligt, en aan de andere kant in de Atlantische Oceaan.”
Toch refereert Ghost Island niet zozeer naar een letterlijk eiland, maar naar een groter gebied van Zwart bewustzijn en diaspora: het zogenaamde ‘Black Atlantic’ gebied — uitgebreid beschreven in het boek ‘The Black Atlantic: Modernity and Double Consciousness’ (1993) van Paul Gilroy, een Zwarte Britse socioloog en historicus. Deze auteur stelt dat de Atlantische wereld zoals we die nu kennen sterk is gevormd door de Westerse slavernijgeschiedenis. Dit gebied strekt zich uit vanaf de westkust van Afrika tot de oostkust van Amerika, de Antillen en Europa. De gedwongen migratie van twaalf miljoen Zwarte mensen zorgde voor een ontwikkeling van een Zwart bewustzijn in Amerika en Europa, die zich gaandeweg heeft vermengd met andere culturen. Suriel probeert de onzichtbare invloeden van de Caribische identiteit te documenteren en zichtbaar te maken, om zo het collectieve geheugen te herdefiniëren.
Tegelijkertijd verzet Suriel zich tegen het idee dat zijn geschiedenis en identiteit begint bij de slavernijgeschiedenis, en daarmee wordt gereduceerd tot een enkellaags, koloniaal en eurocentrisch narratief.
Suriel: “Al deze mensen hebben wortels en verhalen van lang voordat Columbus de ‘nieuwe wereld’ ontdekte, of voordat de slavenhandel op gang kwam. Het is niet zo dat onze geschiedenis, onze identiteit pas met de komst van de Europeanen is begonnen. Dat vergeten verleden, de verhalen die de mensen rond de Black Atlantic delen, breng ik met onderzoek en met mijn beelden weer tot leven.”
Suriel behaalde een bachelor in Fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en behaalde vervolgens een master in Artistic Research and Art Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Suriel: “De kunstacademie gaf me de tools om een eigen artistieke taal te vinden, de universiteit gaf me de academische onderbouwing. En daarna was het aan mij om de twee te combineren.” Voor zijn proefschrift analyseerde Suriel vroeg-twintigste-eeuwse illustraties en verhalen uit de West-Indische mythologie — specifiek het boek ‘Mythen en Sagen uit West-Indië’ (1926), dat werd opgetekend door een Nederlandse onderzoeker in Suriname. Suriel onderzocht deze verhalen en illustraties in relatie tot culturele afasie: het culturele onvermogen om de woorden te vinden voor een gebeurtenis.