Sofiia Dubyna schildert de mensen die haar omringen. Voorheen speelden vrienden de hoofdrol in haar werk, maar in haar nieuwe schilderijen en tekeningen richt zij zich op haar moeder. De serie ontstond na een periode waarin het contact tussen beiden was stilgevallen. Met haar ingetogen zwart-wit schilderijen onderzoekt Dubyna de ingewikkelde dynamiek tussen ouders en kinderen, die volgens haar sterk verschilt met die tussen vrienden. Familie is volgens Dubyna onvergeeflijker. Ze hoopte met dit werk de relatie met haar moeder te herstellen. Met succes: “Ik denk dat zij nu weet dat ik haar ook nodig heb.” De tentoonstelling ‘Duo’ is nog tot en met 26 juni te zien bij andriesse eyck galerie.
Dubyna heeft het geluk dat ze tijdens haar studie, maar ook daarna steeds via vrienden en kennissen een werkruimte kon vinden. Momenteel werkt ze in de kelder van de ouders van een vriend in Portugal: een ruime, betonnen ruimte die verrassend dicht in de buurt komt van haar ideale droomatelier. Hoe leger, hoe beter. Leegte is voor Dubyna geen afwezigheid, maar een voorwaarde voor creatie.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruit ziet?
Mijn atelier bevindt zich momenteel in de enorme kelder van de ouders van een vriend, hoe absurd dat misschien ook klinkt. Het is een grote, charmante ruimte, al zijn ruime afmetingen voor mij uiteindelijk het belangrijkste. Het grappigste onderdeel van de kelder is waarschijnlijk een enorme bak die, voor zover ik begrijp, werd gebruikt om druiven te persen en wijn te maken. Blijkbaar kwam zoiets vroeger veel voor in Portugese huizen. Hoe dat ding officieel heet weet ik eerlijk gezegd niet.
Tijdens mijn studie had ik altijd een atelier via de universiteit. Wanneer ik tijdelijk ergens woonde, moest ik thuis schilderen, en dat is niet altijd ideaal. Gelukkig heb ik altijd veel geluk gehad met de mensen die ik onderweg heb ontmoet. Het aanbod om de kelder van iemands ouders als atelier te gebruiken liet dan ook niet lang op zich wachten. Als er één ding is waar ik altijd geluk mee heb gehad, dan zijn het mijn vrienden.
Als je op een gegeven moment een eigen ruimte zou hebben, hoe zou die ruimte er dan uitzien?
Voor mijn huidige situatie is dit waarschijnlijk het beste atelier dat ik me kan wensen, zeker als je bedenkt dat ik er niets voor hoef te betalen. Een droomatelier zou ik het niet noemen, maar ik werk er met veel plezier. Ik houd van lege ruimtes van beton. Mijn ideale atelier zou er eigenlijk precies zo uitzien, alleen zou het van mijzelf zijn. Dat maakt alles toch net iets prettiger.
Hoe leger de ruimte, hoe beter. Ik kan absoluut niet tegen rommelige kunstenaarsateliers. Zelfs wanneer ik het atelier van iemand anders binnenstap, word ik er onrustig van. Het liefst zou ik meteen alles opruimen zodat er weer ruimte ontstaat voor leegte en orde. Mijn droomatelier ziet er zonder twijfel zo uit.

Je gebruikt opmerkelijke materialen, zoals make-up van vrienden. Heb je voor je nieuwe serie make-up van je moeder gebruikt?
God verhoede. Mijn moeder zou daar absoluut niet blij mee zijn geweest. Bovendien kreeg ik van vrienden vaak make-up in kleuren waar ik weinig aan had. Uiteindelijk moest ik alsnog de juiste tinten gaan kopen, meestal nogal somber gestemd en zonder dat daar een bijzonder conceptueel idee achter zat.
Werk je altijd in zwart wit, of werk je ook weleens met kleur?
Ik heb eigenlijk altijd met kleur gewerkt. Maar op een gegeven moment raak je daar ook op uitgekeken. Je hebt niet altijd de behoefte of de energie om alles te schilderen in wat je gerust ‘feestkleuren’ zou kunnen noemen. Bovendien voelde het voor mij vanzelfsprekend dat alles wat met mijn moeder te maken had monochroom moest zijn. Niet omdat haar wereld grijs of somber is, maar omdat zij zelf een terughoudend persoon is. Haar kleding en haar gedrag zijn altijd ontdaan geweest van felle kleuren. Naarmate ik ouder word, lijk ik steeds meer op haar. Tenminste, dat hoop ik.
We tonen onze emoties meestal alleen aan mensen die dichtbij ons staan. In het dagelijks leven is het vaak makkelijker om afstandelijk of zelfs wat bot te zijn. Als ik onze relatie tot de wereld om ons heen visueel wilde verbeelden, voelde dit kleurenpalet als de enige juiste keuze.

In eerder werk stond je vriendenkring centraal, nu de relatie met je moeder. Was dat voor het eerst dat je je familie centraal stelde?
Ja, voor het eerst. Ik heb altijd een zekere angst gevoeld om familieleden af te beelden, vooral mijn moeder. Ze hield nooit echt van de manier waarop ik vrouwen schilderde, dus het verbaast me niet dat ze zichzelf niet graag tussen de figuren in mijn werk zou terugzien. En eerlijk gezegd wilde ik haar ook niet schilderen. Ik had weinig behoefte om mezelf uit te leggen of achteraf naar haar klachten te luisteren, al vond ik haar manier van klagen altijd wel vermakelijk. Daarom schilderde ik liever mensen die daadwerkelijk gezien wilden worden. Mijn moeder behoort zeker niet tot die categorie. Toch herkende ik vaak bepaalde eigenschappen van haar in mijn vrienden en bracht ik die via hen naar voren. Veel van mijn vrienden beschouw ik bovendien als een soort familie.
De belangrijkste reden waarom ik mijn moeder niet schilderde, was waarschijnlijk een nogal naïef verlangen om haar niet teleur te stellen. Bij vrienden speelde dat nooit. In relaties met mensen die je als gekozen familie beschouwt, ben je vaak minder bezorgd over de gevolgen van wat je doet. Bij echte familie ligt dat anders. Daar worden fouten minder gemakkelijk vergeven.
Hoe reageerde jouw moeder op het werk? Heeft ze het gezien?
Ja. Eigenlijk heb ik deze serie juist gemaakt om onze relatie te herstellen en haar de schilderijen te kunnen laten zien. Dat was mijn belangrijkste motivatie. We hadden bijna drie jaar niet met elkaar gesproken en ik vond nergens anders nog inspiratie. Uiteindelijk besloot ik haar te schilderen, maar deze keer op een manier waarvan ik wist dat zij die zou waarderen. Vroeger vervormde ik gezichten vaak sterk. Mensen veranderden in mijn schilderijen eerder in fictieve personages dan in portretten. Dit keer wilde ik ons simpelweg samen afbeelden, omringd door fragmenten uit mijn leven waarover ik haar nooit had verteld, of waarvan ik dacht dat ze haar niet zouden interesseren. Ik wilde ze met haar delen. Ik heb eigenlijk nooit veel met mijn moeder gedeeld, terwijl ik weet dat zij dat graag had gewild. Misschien had ze sommige verhalen saai gevonden, maar dat maakte niet uit. Het ging om de openheid en de nabijheid. Ze reageerde vrijwel meteen. Ze was blij en waarschijnlijk ook geraakt. Het belangrijkste was dat we weer met elkaar gingen praten. Mijn onbewuste plan werkte dus min of meer. Dat gaf me rust.

Hielp jouw kunst om beter met haar te communiceren?
Nee, dat zou ik niet zeggen. Mijn moeder en ik zijn allebei behoorlijk onveranderlijk. We gaan ons niet voor elkaar aanpassen, en dat willen we ook niet. Wel heeft het ons geholpen elkaar beter te begrijpen en iets terughoudender naar elkaar te zijn. Ik denk dat zij nu weet dat ik haar ook nodig heb.
Wie is de hond? Was die van jullie?
Nee, helemaal niet. De hond behoort toe aan een nogal excentrieke kennis van mij.
Mijn moeder en ik hebben eigenlijk weinig met honden. Dieren in het algemeen laten ons vrij onverschillig. Mijn vader daarentegen houdt van elk levend wezen dat hij tegenkomt.
Heb je ook je vader getekend, het mannelijke personage? Welke rol speelde hij in de relatie met jouw moeder?
Nee, ik heb mijn vader nooit geschilderd. Hij is veel te vriendelijk, veel te goedhartig en eerlijk gezegd ook veel te knap. Om eerlijk te zijn vind ik het ongelooflijk saai om mooie mensen te schilderen. Bovendien zie ik simpelweg geen reden om mijn vader te schilderen. Wat heeft het voor zin om iemand af te beelden die toch al dol op je is?
De man in dat kleine werk is eigenlijk diezelfde excentrieke kennis. Het was zijn puppy.
Ik schilderde hem vooral uit nieuwsgierigheid. Vaak wilde ik mijn moeder meer vertellen over de twijfelachtige figuren met wie ik vroeger omging, maar dit leek me de minst traumatische manier om dat te doen.
Werk je aan een nieuw project of zijn er plannen voor de toekomst waar je enthousiast over bent?
Op dit moment werk ik aan een project dat ik heel graag wil realiseren. Ik wil andere moeders portretteren samen met hun verloren dochters, volgens hetzelfde principe dat ik gebruikte voor het portret van mijn moeder en mijzelf. Daarbij stel ik één voorwaarde: de foto van de moeder waarop ik werk, moet zijn genomen toen zij dezelfde leeftijd had als haar dochter nu. Ik wil vrouwen die moeite hebben met communiceren met de mensen die het belangrijkst voor hen zijn, de mogelijkheid geven om zichzelf naast elkaar te zien door de ogen van een buitenstaander.
Juist wanneer moeder en dochter even oud zijn, worden de overeenkomsten tussen hen opvallend zichtbaar, zowel uiterlijk als emotioneel. Als zelfs een volslagen vreemde die verwantschap kan herkennen, dan hoop ik dat zij die op een dag ook zelf zullen zien.