De schilderijen van Kim van Norren beginnen altijd met woorden of muziek. Meestal zijn liedteksten de voedingsbodem voor haar kleurrijke abstracte doeken, maar in haar nieuwe werkt haalt ze ook inspiratie uit poëzie en sportcommentaar. In haar atelier in Kampen pakte ze na een moeilijke periode de draad weer op. Door woorden te schilderen creëerde Van Norren opnieuw ruimte voor zachtheid en verbondenheid. In haar nieuwe tentoonstelling ‘I Will Soften Every Edge’ bij ROOF-A onderzoekt Van Norren hoe liefde, kwetsbaarheid en zelfreflectie ons houvast kunnen bieden in moeilijke tijden.
Voor haar nieuwe tentoonstelling putte Van Norren onder meer uit de poëzie van Walt Whitman. De regel “I am large, I contain multitudes” is nauw verbonden met haar eigen creatieve proces en het voortdurende verlangen om onszelf steeds opnieuw uit te vinden. De tentoonstelling is nog de hele zomer, tot en met 30 augustus, te zien bij ROOF-A in Rotterdam.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruitziet?
Mijn atelier is in Kampen, het bevindt zich in het voormalig Grafisch Atelier Kampen. Ik heb een ruimte aan de achterzijde van het gebouw. Het beste aan dit atelier is de lichtinval.
Welke muziek stond er afgelopen maand aan in je atelier?
Elvis Presley, Bram Vermeulen, Maarten van Roozendaal, Lou Reed, Jules de Corte, Depêche Mode, Johnny Cash, en Lankum met het nummer Bear Creek op repeat. Dat is Ierse folkmuziek.
Wat is het eerste dat je doet als je je atelier binnenstapt? En hoe eindigt de dag meestal?
Ik zet muziek op en bekijk welke teksten die dag aan bod komen. Ik pak een doek, en meng mijn kleuren. Ik werk altijd met verdunde verf. Dit maak ik van tevoren aan zodat het de goede viscositeit heeft. Tegenwoordig werk ik ook met gouache verf, dat gebruik ik vaak om mijn letters te schilderen. Het pigmentgehalte van de gouache is heel hoog en de kleuren zijn daardoor fel en rijk. Ik begin vervolgens het liefst met ordenen, omdat ik weet dat ik in een chaos ga belanden wanneer ik aan het werk ben. Ik wil dan niet struikelen over de rotzooi die ik zelf veroorzaakt heb.
De dag eindigt altijd met opruimen en schoonmaken. Ik moet mijn atelier altijd achterlaten zoals ik het aangetroffen heb. Schoon en opgeruimd. Ik kan niet werken in troep.

Bewaar je songteksten, woorden en zinnen op een specifieke plek?
Mijn ‘archief’ zit in mijn hoofd, ik leef dagelijks met alle teksten. Het is ook door de tijd heen, heel fijn om ze bij me te dragen. De teksten zijn onderdeel van hoe ik denk en voel. Vaak ondertitelen ze wat ik meemaak, en dan ben ik dankbaar dat ik op een poëtische manier kan reflecteren op de dingen die me gebeuren. Als iets niet lekker loopt dan helpt het als ik ergens op de achtergrond Bram Vermeulen hoor die zegt: ‘Het is een wedstrijd, die niemand winnen kan’. Als geluk me overvalt, dan denk ik aan Maarten van Roozendaal met zijn ‘Het is om te janken zo mooi’. Maarten van Roozendaal is wat mij betreft de absolute meester van de Nederlandse taal. Met de volgende zin uit Dal (2001) kun je me aan het huilen krijgen: ‘Alsof je normaal ook in vierkanten leeft, huil ik met je mee in heldere lijnen’.
Kies je altijd popmuziek als inspiratiebron? Of haal je ook weleens inspiratie uit andere teksten?
Mijn inspiratie komt in de eerste plaats uit taal en breder bezien uit populaire cultuur. Ik put uit gedichten van onder andere Leopold, Neeltje Maria Min, Walt Whitman, Robert Frost en Leonard Cohen, maar ook klassieke muziek en liedteksten van Henry Purcell, Bach. Soms ook soundbites uit sportcommentaar, interviews en gesprekken. Wat popmuziek betreft luister ik vooral naar gecoverde nummers, nummers die door velen geïnterpreteerd zijn. Ik houd bijvoorbeeld van alle versies van I am a poor wayfaring stranger. Ik ben verder dol op spirituals en traditionals die hun weg vinden uit +-1800 naar nu, I am building me a home (Davis Coen) is een favoriet. Het collectieve dat muziek en poëzie in zich draagt, spreekt me aan. In de kunst, lijkt werk maken solistisch, maar je werk wordt nooit geïsoleerd getoond of beleefd. We zijn onderdeel van een geheel, ook als kunstenaar. En ik ben blij dat ik bij mijn nieuwe galerie, ROOF-A Gallery, ook weer mag samenwerken vanuit die waarde.

Op welke muziek zijn je nieuwe serie werken in de tentoonstelling ‘I Will Soften Every Edge’ gebaseerd?
In deze tentoonstelling hangen schilderijen met teksten die afkomstig zijn uit muziek, maar ook uit poëzie. Sommige werken hebben een hele persoonlijke oorsprong, andere zijn luchtiger en meer reflectief. In mijn keuze van muziek, poëzie en teksten is ‘liefde’ de leidraad in deze tentoonstelling. Ik heb net een donkere periode achter de rug. Muziek tilt me altijd weer op uit moeilijke periodes. Ook nu hielp muziek me om weer te voelen, en weer bij mezelf te komen. Alles kan zo ruw en hard aanvoelen in dit leven. De tekst I will soften every edge is afkomstig uit het nummer Light van Sleeping at last. Het lied gaat voor mij over hoe je door liefde te tonen, goed kunt zijn voor de mensen om je heen. Door deze tekst zo te schilderen, kon ik weer wat zachtheid vormgeven voor mijzelf.
Het toepassen van een tekst op het doek, is altijd in eerste instantie vanuit een persoonlijke motivatie. Maar wanneer het eenmaal op doek staat, dan is het los van mij. We voelen allemaal hetzelfde spectrum aan emoties, op andere gebieden en onderwerpen. We moeten allemaal omgaan met pijn en verdriet. Mijn grootste hoop als kunstenaar is dat mijn schilderijen, met hun zorgvuldig gekozen teksten, een steun mogen zijn voor anderen in wat zij moeten dragen. Er zijn in deze tentoonstellingen ook werken met tekst van Walt Whitman uit zijn gedicht Song of myself (1881). Dit is geen muziek, maar ik werd er wel door geraakt. Er is een stukje in dat gedicht waarbij de dichter zichzelf afvraagt:
“Do I contradict myself?
Very well then I contradict myself,
(I am large, I contain multitudes).”
Walt Whitman, section 51, Leaves of Grass, 1881
Dat is krachtig, deze zelfreflectie. We zijn niet één mens, we mogen onszelf altijd opnieuw uitvinden. Dat valt voor mij samen met het creatieve proces van het maken van een werk. De twee werken die hieruit voortkwamen zijn ook de laatste werken die ik maakte voor deze tentoonstelling: I contradict myself for fun en I contain multitudes.

Je nieuwe werk is voornamelijk abstract, met hier en daar enkele figuratieve elementen uit de natuur. Was dat een bewuste keus?
Zeker een bewuste keuze. De fysieke werkelijkheid hoef ik niet terug te zien in een schilderij van mij. In We are heading for a fall heb ik een plantvorm geschilderd. Dat kunnen we wel Freudiaans analyseren, maar dat leidt hooguit tot een platte constatering die niemand verder helpt om naar dit schilderij te kijken. Ik werk liever met geometrische vormen die richting geven in een schilderij. Als het te organisch wordt gaat een doek ‘zwemmen’. In die zin is dit schilderij een uitzondering op mijn regel.

Welke rol spelen kleur en compositie bij het vertalen van een zin naar een schilderij?
Kleur is functioneel, het maakt dat een tekst naar voren komt of op kan gaan in de achtergrond. Warme kleuren komen naar voren, koude kleuren wijken. Contrasten brengen onrust, vermengen met wit maakt mat. Kleur is de kern van mijn werk. Compositie gaat over precisie. Hoe plaats ik kleur, vorm en tekst? Dit is de hoofdvraag wanneer ik aan het schilderen ben.
Je werk begint vaak bij een persoonlijke associatie. Wanneer weet je dat een onderwerp ook voor anderen herkenbaar kan zijn?
Ik schilderde een doek met de tekst Be naïve, be humble, be human. Toen ik dit werk af had voelde ik heel sterk: Dit is wat we nu nodig hebben, als individu en als samenleving. We moeten menselijk zijn, mild, nederig en we moeten willen bijdragen aan een betere wereld. Dan weet ik tijdens het schilderen al dat het bereik van deze tekst groter is dan mijn persoonlijke verlangen. Het doek Make love not war komt denk ik ook op een goed moment. Hopelijk werkt dit schilderij als een baken om mensen te herinneren dat het ook anders kan.
Waar werk je nu aan?
Ik werk nu aan een serie schilderijen waarin ik me wil verhouden tot wat het is om menselijk te zijn. Wat zijn de grenzen van menselijkheid? Waarom zijn mensen soms zo wreed en hoe kunnen we milder en menselijker worden?
