Jarenlang fotografeerde Jan Theun van Rees ontmantelde ruimtes in musea en theaters zoals het Rijksmuseum en Carré. Hij legde plekken vast die voor het publiek doorgaans onzichtbaar blijven. Die fascinatie voor verborgen plekken bleef, maar bestaande locaties boden hem niet langer wat hij zocht. Daarom begon hij zelf ruimtes te bouwen. Tegenwoordig creëert Van Rees zijn eigen kamers, doorkijkjes en lange gangen waarin licht de hoofdrol speelt. Zijn werk is momenteel te zien in de groepstentoonstelling 'What Holds' bij Root Gallery.
Van Rees toont nieuw werk, waaronder Wild Space, Het licht om de hoek en Licht Omloop. Samen met kunstenaars Madelon Uljee, Sophie de Vos en Francisca Snel onderzoekt hij wat zich moeilijk laat vastleggen: een herinnering, een ruimte of een vorm. De tentoonstelling brengt fotografie, wandsculpturen en glasobjecten samen. Deze kunstenaars verkennen de grens tussen wat wordt waargenomen en wat wordt geconstrueerd. 'What Holds' is nog tot en met 11 juli te zien.
Je bent gefascineerd door invallend licht in ruimtes. Hoe is het licht in jouw eigen studio? Kan je deze plek beschrijven?
Het atelier is louter de plek waar ik mijn foto's bewerk en afdruk. Hoewel, mijn kunstboeken staan daar ook, dus het is ook een plek voor contemplatie. Als ik op locatie een ruimte fotografeer, dan is die ruimte op dat moment ook het atelier.

Wat is het eerste dat je doet als je je atelier binnenstapt?
Koffie zetten. Ik kom heel langzaam op gang, alsof ik eerst moet landen. Dit gebeurt overigens ook als ik op locatie fotografeer. Heel lang hang ik wat rond, sta wat te lummelen voor ik de camera pak.
Ontvang je weleens andere mensen of blijft deze ruimte privé?
Uiteindelijk werk ik het allerbest als ik volledig op mijzelf ben, afgesloten van mijn sociale omgeving, zoals tijdens een residentie. Ik kijk heel graag naar kunst en vindt het fijn om daarover met anderen over te discussiëren of ideeën en ervaringen uit te wisselen. Toch werkt dat ook weleens contraproductief, het leidt af van het eigen werk. Daar worstel ik wel eens mee. Afgelopen winter heb ik zes weken lang geheel geen afspraken gemaakt en werkte ik aan mijn foto's zonder afleiding. Dat ging heel goed en ik wil dat vaker doen. Het zelf gekozen isolement is als op reis te zijn zonder te vertrekken.

Je hebt lange tijd 'onooglijke ruimtes' gefotografeerd. Wat karakteriseert een dergelijke plek?
'Onooglijke ruimtes' zijn ruimtes die niet zichtbaar zijn en geen functie hebben, denk bijvoorbeeld aan de kruipruimte onder de grond. Het was mijn doel om die ruimtes met heel veel zorg fotograferen, zodat de foto een monument wordt voor ruimtes die wij doorgaans over het hoofd zien.
Ik zocht deze verborgen ruimtes vooral bij musea en theaters. Door deze foto's in het publieke domein te presenteren, tonen de foto's dat de werkelijkheid zoals wij die waarnemen niet stopt bij de muren. Een andere onbekende wereld wordt soms slechts gescheiden door een enkele muur.
Wat trekt je aan in ruimtes die in transitie zijn?
Als in een gebouw alles tot op de muur is verwijderd, is de ruimte in zijn meest pure vorm te ervaren, naakt en in mijn ogen ook kwetsbaar. Bij het bouwen ligt de focus op wat er gaat komen, op de toekomst. De toekomst wordt op de muren geprojecteerd, terwijl voor mij het gebouw weerloos wacht op wat komen gaat. De ruimte zoals die op dat moment is wordt niet gezien. Daarmee raken de ontmantelde ruimtes aan de verborgen ruimtes. Er zijn twee boeken verschenen over deze onderwerpen: One Wall Away, Chicago's Hidden Spaces (2007) en Verborgen stad: culturele instellingen op de schop (2013).

Sinds een aantal jaar bouw je je eigen ruimtes. Hoe ben je daartoe gekomen?
Dat is een lang proces geweest. Bij de verborgen en ontmantelde ruimtes is de betekenis van de locatie belangrijk: Het Scheepvaartmuseum, Carré, het Stedelijk Museum etc. Iedereen heeft een beeld bij die namen. Zo'n tien jaar geleden was ik er klaar mee. De projecten voltooid, maar ook voelde ik geen verrassing meer bij het fotograferen. Het was tijd om een nieuwe richting in te slaan. Bij het fotograferen van ruimtes wordt de aandacht voor de interactie tussen het 'binnen' en 'buiten' leidend. Het invallend licht is daarbij alles bepalend. Ik experimenteer veel – zoals met camera obscura's – tot er een verlangen groeit naar een ruimte die ik niet nader kan omschrijven. Het is geen concrete ruimte, meer een sensatie, een emotie, maar ik weet niet waar ik een ruimte kan vinden die bij dat gevoel aansluit. Daarop besluit ik te proberen die ruimte zelf te bouwen. Dat gaat heel traag, ik heb ook geen plan en ben niet handig. Langzaam verschijnt een gangetje waar ik echt doorheen kan lopen, als ik een foto maak klopt het beeld met de etherische atmosfeer die mij voor ogen stond.
En hoe werkt dat bij het fotograferen van bestaande ruimtes?
Ik blijf nog steeds op locaties ruimtes fotograferen, altijd op zoek naar markante situaties waar ruimte en invallend licht op elkaar inwerken. Met het fotograferen neem ik de ruimte als het ware in mij op. Het is een vorm van verinnerlijking, een proces van buiten naar binnen. Het bouwen van ruimtes is een intuïtief proces waarbij eerdere indrukken en vage herinneringen de vorm van de ruimte mee bepalen. Je zou kunnen zeggen dat het een proces van binnen naar buiten is. De interactie tussen 'binnen' en 'buiten' heeft dus ook betrekking op het creatieve proces. De ruimte die ik bouw heeft als zodanig geen locatie. Het is in feite een SET. Een foto van een ruimte met een bijzondere lichtinval is altijd ergens gesitueerd en is dus een SITE. SET en SITE zijn twee kanten van dezelfde munt, ze vullen elkaar aan.

In wat voor studio bouw je die SET?
Aanvankelijk bouw ik de SET's in een geheel verduisterde studio. Voor het gewenste lichteffect gebruik ik veel verschillende soorten lampen en kleurfilters. Het werken in duisternis gaat mij tegen staan en als de mogelijkheid zich aandient ga ik op een plek met een glazen dak werken. De ruimte die ik bouw bestaat uit lange stroken industrieel textiel, waarop ik kleur aanbreng. De link met schilderkunst komt daarmee direct in beeld. Bijkomende verrassing is dat de schaduw van de dakconstructie over de SET heen wordt geprojecteerd, waardoor deze een verbinding aangaat met de locatie.
Wacht je af tot de perfecte foto, of leg je alle stadia vast?
Het bouwen gaat immer traag. Pas als de ruimte helemaal klaar is maak ik een foto. Eigenlijk is het slechts een documentatie van die ruimte. Tijdens het bouwen maak ik veel 'werkfoto's' met mijn telefoon. Wanneer ik door die foto's scroll zie ik dat sommige beelden alles hebben waar ik naar op zoek ben. Misschien ben ik teveel gefixeerd op het eindresultaat en zag niet dat het beeld er al was. Uiteindelijk lukt het mij om het proces te versnellen door de intensiteit te verhogen.
Ik begin nu met een eenvoudige opzet voor een ruimte en kijk meteen naar de interactie tussen de opstelling, het invallend licht en de positie van de camera. Als de zon wegdraait, dan pas ik de opstelling aan en kies ik een nieuw camerastandpunt. Gedurende de uren dat ik hieraan werk maak ik soms honderden opnames. Die moeten dan beoordeeld worden om te zien of er daadwerkelijk een foto tussen zit. Dat neemt weer veel tijd.

Hoe heb je het licht voor Het licht om de hoek gekozen?
De schuine schaduwen komen van het raam dat zich buiten het beeld bevindt. De achterwand staat bijna parallel met het invallend licht dat op voorkant schijnt, maar even later vanaf de achterkant door het doek heen schijnt. In mijn foto's hebben de ruimtes meestal een doorgang naar een andere ruimte, zo ook bij Licht om de hoek. Voor mij is dat kennelijk belangrijk. Je kunt verder gaan, er is een uitweg.
Werk je momenteel aan een nieuw project of zijn er plannen voor de toekomst waar je nu al enthousiast over bent?
Als ik met Painted Room klaar ben, dan wil ik de dialoog tussen SET en SITE op een andere manier intensiveren. Ik weet al hoe ik dat ga doen, maar daar kan ik nu nog niets over zeggen.
