‘Iets tussen herinnering, lichaam en emotie in’, zo vat Nienke Elenbaas het wezen van haar fotografie samen. Als kind merkte ze al dat de sfeer in een ruimte allesbepalend kon zijn. Daarvoor hoefde geen woord te vallen. Later besefte ze dat emoties vaak onbewust worden doorgegeven. Dat uitgangspunt vertaalde zich als vanzelf in haar fotografie, die zich kenmerkt door een geladen stilte. De titel van de duo-tentoonstelling bij Galerie Helder is dan ook A Kind of Presence.
Elenbaas werkt intuïtief en veelal op locatie. ‘Het beeld maken is voor mij ook geen illustratie van een idee. Het is eerder een manier om iets te onderzoeken wat ik zelf nog niet helemaal begrijp.’ Het resulteert in gestileerde en filmische beelden die bewust ruimte laten voor projectie van de kijker. We spraken haar over haar werk, waarom ze geen atelier heeft en over het project dat ze zou oppakken als ze daartoe de kans kreeg.
A Kind of Presence met werk van Nienke Elenbaas en Lisanne Hoogerwerf is tot en met 20 juni te zien bij Galerie Helder.
Ik sprak je kort aan de telefoon en daarin gaf je aan dat je eigenlijk geen atelier hebt. Nu snap ik dat een fotograaf dat niet per se hoeft te hebben, betekent dat je vooral werkt op locatie?
Ja, mijn werk ontstaat grotendeels op locatie. Dat kan in huis zijn, buiten in de natuur, of op een plek waar een bepaalde sfeer voelbaar is. Omdat ik werk met fotografie, digitale collage en veel losse elementen verzamel, heb ik geen klassiek atelier nodig. Mijn “atelier” zit eerder in mijn kijken.
Ik verzamel beelden, kleuren, licht, details, bewegingen. Ik maak veel foto’s van veel verschillende dingen die pas maanden later samenkomen in één beeld. Het definitieve beeld ontstaat achteraf: het bouwen van lagen, het zoeken naar de juiste spanning tussen schoonheid en ongemak.

Dat maakt me wel nieuwsgierig naar je werkwijze. Stel ik loop stage bij jou: hoe ziet de gemiddelde dag er dan uit?
Waarschijnlijk veel minder strak georganiseerd dan je zou verwachten. Mijn fotografiedagen beginnen vaak met kijken, zoeken, schuiven, twijfelen. Ik werk intuïtief. Soms ontstaat een beeld vanuit een herinnering of emotie, soms vanuit iets heel eenvoudigs: een kleur, een stuk stof, licht dat ergens op valt.
Een stagedag zou kunnen betekenen dat we op locatie fotograferen, kleding of objecten verzamelen, beelden selecteren, prints bekijken of experimenteren met combinaties van fotografie en collage. Maar het zou ook kunnen betekenen dat je leert hoe belangrijk sfeer is. Niet alleen in het beeld, maar ook tijdens het maken ervan. Ik vertel wat mijn startpunt is en vraag het model en de visagist of ze zich herkennen in een bepaalde gedachte of emotie. Daar praten we dan over en zo ontstaat het vaak dat ook het model iets persoonlijks toevoegt aan het beeld. Ik werk dus eigenlijk nooit met een moodboard of shotlist maar onderzoek emoties in beelden.
Bij Galerie Helder is nu A Kind of Presence te zien, een duo-presentatie met Lisanne Hoogerwerf. Wat is de gemene deler tussen jullie werk volgens jou?
Hoewel ons werk visueel verschillend is, denk ik dat we allebei bezig zijn met wat niet direct zichtbaar is. Een aanwezigheid die je eerder voelt dan begrijpt. In het werk van Lisanne zit een verstilling die ik herken. Een soort geladen stilte. Mijn werk is misschien filmischer en gelaagder opgebouwd, maar uiteindelijk zoeken we allebei naar iets wat zich moeilijk laat vastpakken. Iets tussen herinnering, lichaam en emotie in. Dat maakt de combinatie interessant: twee talen, elk met een eigen stem, maar met beide met een gevoelslaag eronder.

Jouw werk gaat over het doorgeven van emoties door de generaties heen. Ik las ergens dat je als kind al besefte dat je de pijn van je moeder overnam zonder dat zij daarover sprak. Wanneer besefte je dat dit het onderwerp van je werk kon zijn?
Dat besef kwam eigenlijk pas veel later. Als kind voelde ik vooral dat sfeer allesbepalend kon zijn. Dat er emoties in een ruimte konden hangen zonder dat iemand iets zei. Ik dacht lang dat iedereen dat zo ervaarde.
Pas toen ik ouder werd, begon ik te begrijpen hoe sterk mensen onbewust emoties aan elkaar doorgeven. Niet alleen trauma, maar ook angsten, verlangens, manieren van liefhebben of verdwijnen.
Op een gegeven moment merkte ik dat die vragen vanzelf mijn werk binnenkwamen. Niet als een bedacht concept, maar omdat ik blijkbaar steeds opnieuw beelden maakte over nabijheid, kwetsbaarheid, afstand en onuitgesproken gevoelens. Toen besefte ik: dit ís blijkbaar waar mijn werk over gaat.
Ik kan me voorstellen dat zo’n onderwerp een lange aanloop heeft voordat je tot een vorm of beeld komt. Ben je hier inderdaad al je hele leven mee bezig?
Waarschijnlijk wel, alleen had het vroeger nog geen taal. Veel dingen die nu in mijn werk zitten, waren er als kind al: het sterk aanvoelen van sfeer, het observeren van mensen, het idee dat er onder de oppervlakte altijd nog een andere werkelijkheid bestaat.
Het beeld maken is voor mij ook geen illustratie van een idee. Het is eerder een manier om iets te onderzoeken wat ik zelf nog niet helemaal begrijp. Daarom werk ik intuïtief. Soms begrijp ik pas achteraf waarom ik een bepaald beeld moest maken.
In die zin loopt mijn werk parallel aan mijn leven. Het verandert mee met wat ik ontdek.

In A Kind of Presence zijn werken uit Family Affairs en Crimson Glory (Under My Skin) te zien. De beelden zijn gestileerd en lijken uit een film te komen. Dat is een keuze, kan je die toelichten?
Ja, absoluut. Ik wil geen letterlijke werkelijkheid tonen. Juist door beelden iets gestileerds of filmisch te geven, ontstaat er ruimte voor projectie. Wanneer een beeld té documentair wordt, kijk je vooral naar iemand anders. Door de lichte vervreemding kan het beeld universeler worden. Dan ontstaat er ruimte voor de kijker om eigen herinneringen of gevoelens mee te nemen. Mijn achtergrond in de modefotografie speelt daarin ook mee. Ik ben gevoelig voor kleur, compositie, kleding, licht en de choreografie van een beeld. Schoonheid is voor mij nooit alleen esthetiek. Het is eerder een ingang. Een manier om iemand dichtbij genoeg te laten komen om iets onderliggends te voelen.
Een van de interessantere vragen waar je op uitkomt, is de vraag in welke mate onze emoties eigen zijn. Heb je daar een antwoord op?
Ik denk niet dat daar een definitief antwoord op bestaat, maar ik geloof wel dat we veel meer op elkaar dragen dan we beseffen.
Families geven niet alleen verhalen of uiterlijkheden door, maar ook manieren van reageren, zwijgen, verlangen of omgaan met angst en liefde. Veel daarvan gebeurt zonder woorden.
Tegelijkertijd vind ik het interessant dat iets zwaars niet altijd alleen zwaar hoeft te blijven. Mensen kunnen pijn ook transformeren in zorgzaamheid, zachtheid, creativiteit of verbondenheid. Misschien raakt die veerkracht mij nog wel meer dan het trauma zelf. Mijn werk probeert die complexiteit voelbaar te maken zonder er een conclusie of oordeel aan te verbinden.

Stel ik geef je carte blanche, is er dan een project dat je graag zou willen uitvoeren?
Ik zou heel graag een groot, internationaal project maken waarin persoonlijke familieverhalen samenkomen met beeld, landschap, archiefmateriaal en nieuwe fotografie.
Een project waarin verschillende generaties en achtergronden elkaar raken, zodat zichtbaar wordt hoeveel emoties eigenlijk universeel zijn.
Ik stel me iets voor dat bijna tussen tentoonstelling, installatie en film in zit. Grote werken, geluid, bewegend beeld, misschien zelfs handgeschreven brieven of stemmen van mensen verwerkt in de ruimte.
Niet als historisch document, maar als een soort emotioneel landschap waar bezoekers doorheen bewegen. Alsof je letterlijk iemands herinnering binnenloopt.
Waar ben je op dit moment mee bezig? Ik zag dat je ook werkt in opdracht, wissel je dat af met vrij werk?
Ja, dat wissel ik bewust af. Opdrachten en autonoom werk voeden elkaar eigenlijk. In opdracht werk ik vaak heel gericht samen met mensen of organisaties, terwijl mijn vrije werk veel intuïtiever ontstaat. Uiteindelijk draait het in beide gevallen om hetzelfde: iets zichtbaar maken wat moeilijk onder woorden te brengen is.
Op dit moment ben ik bezig met onderzoek bezig waarin aanwezigheid en kwetsbaarheid nog centraler staan. Ik onderzoek hoe je iets voelbaar kunt maken zonder het letterlijk te tonen. Daarnaast experimenteer ik met nieuwe vormen van gelaagdheid, onder andere door fotografie te combineren met textiel en borduurwerk. Dat voelt alsof het werk langzaam een nieuwe huid krijgt.
