Galerie Stigter Van Doesburg in Amsterdam presenteert tot en met 11 april de tentoonstelling ‘Cosmos & Crematorium’ van Bert Mebius. De expositie belicht een reeks recente schilderijen en markeert zijn terugkeer naar het schilderproces. De praktijk van Mebius wordt namelijk sinds de late jaren tachtig vooral gekenmerkt door duizenden kleinere werken op papier.
Bert Mebius (1960) studeerde ontwikkelingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, gevolgd door een studie schilderkunst aan Academie Minerva. Die combinatie van psychologie en beeldende kunst is nog altijd voelbaar in zijn werk, dat wordt getekend door een voortdurende stream of consciousness, waarbij losse beelden, gedachten, observaties en vragen zich materialiseren in tekeningen en schilderijen.
Die tekeningen, meestal klein en gemaakt met pen, potlood, stift of waterverf, hebben iets weg van notities of visuele dagboekfragmenten. Ze zijn rauw, ongepolijst en maken geen onderscheid tussen het alledaagse en het ogenschijnlijk belangrijke. Mebius beschrijft wat hem opvalt: van het veelvuldig verschijnen van giraffen in de kunst tot het feit dat het woord Afrique blijkbaar niet is opgenomen in een Van Dale Frans-Nederlands woordenboek (terwijl Frankrijk daar toch een immense koloniale erfenis heeft opgebouwd, red.). Zijn observaties zijn vaak licht absurd, humoristisch en zelfrelativerend, en vaak ook analytisch of kritisch op de kunstwereld. In een van zijn oudere tekeningen zie je bijvoorbeeld een tafel in vier lijnen met de tekst ‘Het is nog steeds de taak van de kunstenaar tafels op hun kant te zetten’. Voor een ander werk op papier maakt hij een lijstje met ‘Contemporary Davids’, waarvan hij er twee doorstreept met een korte, kritische kanttekening. In een andere tekening verbeeldt hij een ontspannen man in een luie stoel met de tekst: ‘Één van mijn angsten: te eindigen als een tevreden geslaagd kunstenaar, residerend op het Groninger platteland en lid van een kunstgenootschap.’
In de schilderijen die nu te zien zijn in Galerie Stigter Van Doesburg verschuift diezelfde houding zich naar het doek. Woorden en zinnen verschijnen tussen abstracte vormen, kleurvlakken, snelle gebaren en ruwe ingrepen. Verf wordt weggekrast, overschilderd of doorgestreept. Daarnaast lees je kritische, sarcastische en provocerende zinnen als ‘She said your work is so concise and pithy it badly needs a convoluted essay’ (‘Ze zei dat je werk zo beknopt en kernachtig is dat het dringend een nodeloos ingewikkeld, moeilijk te volgen essay essay nodig heeft’), ‘People prefer bright colors’, ‘moeilijk moeilijk moeilijk moeilijk’ of simpelweg termen als ‘geld’, ‘love’, ‘pure shit’, 'conceptuele kunstliefhebber' en ‘huge canvas’. Mebius combineert het cynische en banale met het filosofische. Soms zijn het terloopse kreten over zaadlozingen, soms scherpe observaties over smaak, de verwachtingen van het publiek, twijfel aan het kunstenaarschap of de werking van de kunstwereld. De werken proberen niet te behagen en raken aan iets ongemakkelijks: de rol van smaak, de eisen van de markt, de noodzaak om geld te verdienen en de neiging van de kunstwereld om alles van uitleg en betekenis te voorzien. Kunstenaars willen werk maken dat voortkomt uit een persoonlijke logica, maar moeten tegelijkertijd functioneren binnen een rigide systeem. Wat steeds terugkomt in de praktijk van de kunstenaar is de positie van het individu in verhouding tot iets dat veel groter is dan hijzelf. Dat kan de kunstwereld zijn, maar ook iets veel groters en abstracters. De titel ‘Cosmos & Crematorium’ combineert die twee uitersten: het oneindig grote en het onvermijdelijk eindige.
Het werk van Bert Mebius was eerder onder meer te zien in het Centraal Museum, Stedelijk Museum Amsterdam en De Nederlandsche Bank.