Een bezoek aan The Quiet Between Things bij Eva Steynen Gallery
De stad is te luid. Niet alleen vandaag, niet alleen hier. Een stad is structureel, chronisch, constitutioneel te luid. We lopen erin als vissen in te warm water: we merken het niet meer, maar het put ons uit. En dan is er een galerij in de Zurenborgstraat die een tentoonstelling maakt over stilte. Niet over het concept stilte. Niet over stilte als statement. Maar over de kleine, kwetsbare, onmisbare ruimte tussen de dingen. Ik ben er binnengestapt met de stad nog in mijn oren. Ik ben er buiten gekomen met iets wat ik alleen maar kan omschrijven als inwendige rust. Dit is wat er gebeurde.
De deur gaat dicht en de lucht verandert
Eva Steynen Gallery toont drie kunstenaars: keramiste Veroniek Van Samang (1988) en schilders Chris Meulemans (1967) en Ann Grillet (1961). De titel van de tentoonstelling The Quiet Between Things kondigt niets aan. Hij beschrijft een houding. Een manier van in de wereld staan die we zijn verleerd omdat ze niets oplevert, produceert of deelt. De stilte tussen de dingen is voor mij niet de stilte van afwezigheid maar de stilte van aanwezigheid die zich niet opdringt. Het is precies het soort stilte dat in een galerij als deze kans krijgt om te bestaan in een stad die haar best doet om haar te verdringen.
De drie kunstenaars werken met verschillende media, over een generatiekloof van bijna dertig jaar. En toch is er iets wat hen verbindt, iets wat Steynen scherp heeft gezien en voorzichtig heeft ingericht: een gedeeld vertrouwen in de kracht van het onnadrukkelijke. Geen van de drie wil iets bewijzen. Geen van de drie wil overtuigen. Ze bieden aan. De kijker beslist.

Drie stemmen, één adem
Ann Grillet werkt in lagen. Niet als techniek maar als denkvorm. Haar abstracte doeken zijn sedimenten van tijd. Tientallen dunne veegstreken, elk een dag of een moment of een aarzeling, opgestapeld tot het oppervlak iets wegheeft van een stiltekaart in reliëf. Je kijkt niet naar een beeld, je kijkt naar een proces dat besloot te stoppen. Er is altijd een punt waarop Grillet zegt: dit is genoeg. Niet omdat het af is in de klassieke zin, maar omdat meer toevoegen iets zou vernietigen dat nu nog ademhaalt.
Dat moment van ophouden, de beslissing om niet verder te gaan, is misschien het meest onderschatte gebaar in de hedendaagse kunst. In een cultuur die meer, sneller en luider beloont, is de kunstenaar die haar hand terugtrekt op het juiste moment een zeldzaam wezen. Grillet is zo'n artiest. Haar doeken vragen geduld, en ze geven het terug met rente aan wie bereid is te wachten.
Vlakbij hangen de florale schilderijen van Chris Meulemans, en de combinatie is geen toeval. Waar Grillet vertrekt vanuit het abstracte en geleidelijk iets tastbaars laat doorschemeren, begint Meulemans bij het herkenbare, de bloem, en laat het langzaam oplossen in ritme en kleur. Haar schilderijen zweven in een zone tussen herkenning en abstractie, een zone die ongemakkelijk zou kunnen aanvoelen maar dat niet doet. Haar werk voelt vertrouwd aan, als een woord in een taal die je ooit gesproken hebt en bijna vergeten bent.

Meulemans schildert bloemen die geen bloemen meer zijn. Of beter: bloemen die meer zijn dan bloemen. De botanische werkelijkheid is haar vertrekpunt, niet haar bestemming. Wat overblijft na haar transformatie is een chromatische cadans, een ritme van warme en koele tonen, een herhaling die meditatief werkt zonder ooit eentonig te worden. Je kijkt en je voelt iets kalmeren in je lichaam. Niet omdat het werk rustig is, maar omdat het je ritme overneemt en vertraagt.
En dan zijn er de sculpturen van Veroniek Van Samang. Als Grillet en Meulemans werken in het vlak, brengt Van Samang het lichaam mee de ruimte in. Haar keramische objecten zijn driedimensionale schilderijen: tactiele wezens die kleur en kwetsbaarheid vermengen in de gebakken materie zelf. Ze is opgeleid als schilder maar de klei heeft iets gewonnen wat het doek haar niet kon bieden: zwaartekracht, breekbaarheid, de fysieke herinnering aan handen. Je ziet de vingerdruk. Je ziet de beslissingen. Je ziet hoe een object zijn eigen kwetsbaarheid draagt met trots.
Wat me het meest trof was het samenspel tussen de drie. Niet de optelsom van drie individuele praktijken maar een gedeelde adem, een gesprek dat al bezig was voor ik binnenkwam. Grillet opent iets. Meulemans zet het in beweging. Van Samang geeft het gewicht en volume. Of andersom, naargelang je de ruimte doorloopt. De tentoonstelling heeft geen begin en geen einde, alleen ingangen.

Wat de Japanners wisten en wij vergaten
Er is een woord in het Japans dat geen bevredigende vertaling heeft, en dat is precies waarom het zo nuttig is: ma. Het betekent zoiets als de betekenisvolle tussenruimte. Omschrijf het als de pauze tussen twee noten die de muziek mogelijk maakt, de stilte tussen twee zinnen die het gesprek laat ademen of de leegte in een kamer die de aanwezigheid van objecten pas zichtbaar maakt. Ma is niet de afwezigheid van iets. Het is de aanwezigheid van ruimte.
In de traditionele Japanse architectuur wordt ma bewust gecreëerd en beschermd. Een kamer is niet vol als alle oppervlakten zijn benut. Een kamer is vol als de ruimte erin geen lucht meer heeft. Westerse interieurs, westerse musea, westerse tentoonstellingen neigen naar het omgekeerde: vul de muur, benut de vloer, becommentarieer elk werk met een uitgebreid bordje. Meer is meer, want meer toont dat je serieus bezig bent.
The Quiet Between Things vertrekt vanuit een andere premisse. De werken hangen en staan met ruimte rondom zich. Ze ademen. En die ademruimte is geen luxe of verspilling. Het is de noodzakelijke voorwaarde waaronder de werken kunnen spreken. Zonder ma geen dialoog, zonder stilte geen gesprek.
Terughoudendheid als radicaal gebaar
Er is iets unheimlichs aan werk dat weigert te overtuigen. Dat niet schreeuwt, niet claimt, niet wil worden gezien maar wacht tot je klaar bent om te kijken. In een tijdperk van maximale zichtbaarheid - algoritmes, aandachtseconomie, het esthetische geweld van de constante stroom beelden - is terughoudendheid een daad. Niet van zwakte maar van vertrouwen. Het vertrouwen dat de kijker genoeg heeft aan wat er is, mits hij bereid is te vertragen.
Grillet, Meulemans en Van Samang beoefenen elk op hun manier die terughoudendheid. Ze leggen niet uit, ze zijn er gewoon, met een geduld dat beschamend is voor wie er met een te volle agenda binnenstapt. En misschien is dat het subtielste wat deze tentoonstelling doet: ze maakt je bewust van je eigen innerlijke ruis. Je merkt hoeveel je gewend bent aan kunstwerken die voor jou werken, die hun betekenis uitserveren, die je halverwege al vertellen wat je moet voelen.
Hier niet. Hier moet je zelf aan het werk.
Ik stond lang voor een werk van Grillet waarvan ik de titel achteraf niet meer wist. Dat leek me het beste bewijs dat de tentoonstelling geslaagd is: het label doet er niet toe. Wat telt is de stilte die het maakte in mij — de ma die ik meenam naar buiten, de stad in, waar de trams nog altijd reden en niemand het wist. Maar ik wist het wel. Ik droeg het een tijdje mee, die stille tussenruimte, als iets kostbaars in een te luid jasje gewikkeld.
Ga erheen. Niet omdat het moet. Maar omdat je het daarna nodig hebt gehad.
