Als kind stapte Tony Dočekal niet zomaar op iemand af voor een gesprek. Met een camera in haar hand veranderde dat: die gaf haar een reden om dichterbij te komen en contact te maken. Nog steeds gebruikt ze fotografie om relaties op te bouwen, zoals te zien is in haar solotentoonstelling Paper Stars bij Art Gallery O-68. In deze fotoserie staat Lyric centraal, een meisje dat Dočekal ontmoette in Arizona. Jarenlang bleef ze haar opzoeken. Die ontmoetingen resulteerden in intieme portretten die de overgang tonen van kind naar tiener, tegen de achtergrond van de Sonorawoestijn nabij de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. In Lyric herkende Dočekal iets van zichzelf: dezelfde nieuwsgierigheid naar de wereld, maar ook de rusteloosheid van iemand die voelt dat er vele mogelijkheden zijn zonder nog precies te weten welke richting te kiezen.
In haar atelier, bovenin haar grote glazen jaren ’70 woning midden in de natuur, legt Dočekal momenteel de laatste hand aan haar presentatie voor Art Rotterdam. Op haar werktafel liggen maquettes uitgestald van verschillende tentoonstellingen.
De tentoonstelling ‘Paper Stars’ van Tony Dočekal is nog tot en met 22 maart te zien bij Art Gallery O-68 in Velp. Op zondag 22 maart vindt van 15.00 tot 17.00 een finissage plaats, waarbij de kunstenaar ook aanwezig zal zijn. Het werk van Dočekal is volgende week ook te zien op Art Rotterdam (27-29 maart in Rotterdam Ahoy) in de booth van Art Gallery O-68, naast werk van Maaike Kramer.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruit ziet?
Als fotograaf vindt een groot deel van mijn proces onderweg plaats, in onbekende en steeds veranderende omgevingen. Sinds kort woon ik in een glazen jaren-70 huis midden in de natuur in Nederland. Het hele huis is split level en eigenlijk een grote open ruimte; alleen boven in mijn studio kan ik de deur sluiten. Aan mijn werktafel kijk ik uit over het water. Aan de muren hangen prints, contactvellen en notities. Op dit moment staat het vol met maquettes van verschillende tentoonstellingen waar ik aan werk. De droom is om hier ooit een open bos atelier te bouwen om vrijer en verder te experimenteren met materiaal, tijd en schaal.

Ga je iedere dag naar je atelier?
In periodes dat ik niet aan het fotograferen ben, werk ik thuis bijna dagelijks aan het archief. Omdat ik voornamelijk analoog fotografeer, is dit de plek waar ik mijn beelden voor het eerst te zien krijg, sinds het maken van de foto. In mijn atelier vertraag ik en werk ik het materiaal uit: selecteren, negatieven scannen, retoucheren, schrijven en nadenken over de vorm en volgorde van beelden.
Wanneer kocht je je eerste fotocamera?
Mijn eerste camera was een eenvoudige analoge point-and-shoot die ik kreeg van mijn ouders. Wat me meteen aansprak was dat een camera een soort toegang geeft. Omdat je op film fotografeert en het resultaat niet direct ziet, ontstaat er ruimte. Dat is voor mij belangrijk omdat ik verwachtingen los kan laten en er plezier, en contact, voor terugkrijg. Als vrij stil kind vond ik het soms moeilijk om gesprekken te beginnen. Met een camera werd dat makkelijker. Het gaf me een opening om dichterbij te komen en vragen te stellen.
Je reis naar de Verenigde Staten begon met een vrijwilligersproject met dak- en thuislozen. Waarom wilde je jezelf in die rauwe omgeving onderdompelen?
Ik was altijd gefascineerd door het beeld van het Amerikaanse Westen. Mijn ouders woonden daar vlak voordat ik werd geboren en hun foto’s en verhalen maakten veel indruk op me. In mijn hoofd werd Arizona een soort droomland van vrijheid en mogelijkheden.
Tijdens een artist residency in San Francisco ontmoette ik een jongen van mijn leeftijd die in een tent woonde voor de studio waar ik werkte. Hij was zelf ook kunstenaar, maar had niet dezelfde toegang tot ruimte en middelen als ik. Die ongelijkheid raakte me. Vanuit die ontmoeting begon ik anders te kijken en te werken. Ik werd gefascineerd door de verhalen van mensen die buiten de zichtbare structuren van de stad leven, en vooral door hoe individuen zich verhouden tot hun omgeving. Die ervaring vormde uiteindelijk het begin van het project dat leidde tot mijn eerste boek The Color of Money and Trees.

Kan je die omgeving van Arizona eens omschrijven, wat trof je daar aan?
Het landschap is indrukwekkend en hard tegelijk. Een omgeving van extremen. Ik werd verliefd op het licht, de roze luchten, de stoffige stilte en de enorme uitgestrektheid. Woestijnplanten bloeien kort en uitbundig. Tegelijk voel je dat het leven er niet vanzelfsprekend is. Grote afstanden en beperkte voorzieningen maken dat mensen sterk op zichzelf en hun directe omgeving zijn aangewezen. Het landschap vormt niet alleen een achtergrond, het bepaalt het ritme van het dagelijks leven.
Hoe reageerde Lyric toen je haar vroeg of je een portret van haar mocht maken?
Lyric was verlegen, maar ook een beetje verveeld en heel nieuwsgierig. Dat laatste won. Het motel waar ik verbleef lag naast een RV-park waar Lyric met haar familie in een geparkeerde schoolbus woonde. Er waren verder geen kinderen, en ondanks dat we bijna twintig jaar schelen, was ze geïnteresseerd in wat ik daar allemaal deed. Ze kwam graag rondhangen toen ik fotografeerde en ik vroeg of ze het leuk vond om samen een foto te maken. De volgende ochtend stond ze om negen uur voor mijn kamerdeur. Vanaf dat moment ontstond langzaam een vertrouwensband.
Je hebt Lyric de afgelopen jaren op verschillende plekken opgezocht. Hoe heb je haar zien veranderen? En hoe is jullie contact nu?
Toen ik Lyric ontmoette, was ze nog een kind. Omdat ze vooral tussen volwassenen opgroeide, had ze iets vroeg-volwassens in haar manier van praten en kijken. Toen ze na twee jaar thuisonderwijs weer naar school ging was dat best confronterend. In de afgelopen jaren heb ik haar zien opgroeien tot een tiener die haar eigen ideeën en twijfels ontwikkelt. Dat maakt het werk herkenbaar maar ook kwetsbaar. Haar familie vestigde zich op een stukje land in de Sonorawoestijn, een regio op ongeveer een uur van de betwiste grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. Nu ze ouder wordt vormt die omgeving steeds meer een onderdeel van het verhaal. Haar moeder houdt me regelmatig op de hoogte van het dagelijkse leven en hoe het met Lyric gaat.

Je zegt dat je jezelf herkent in de zoektocht van de mensen die je portretteert. Wat zie je van jezelf terug in Lyric?
Ik herken in haar een sterke nieuwsgierigheid naar de wereld, maar ook een zekere rusteloosheid. Het moment waarop je begint te voelen dat er veel mogelijkheden zijn, maar nog niet precies weet welke richting je op wilt. Haar wil overwint haar angsten. Dat bewonder ik en maakte dat we meteen een klik hadden. Toen ik jonger was voelde ik ook die spanning tussen vrijheid en het zoeken naar een plek in de wereld. Kunst en creativiteit werden voor mij een manier om die zoektocht vorm te geven. In Lyric zie ik daar iets van terug.
Wie zou je ooit nog eens willen portretteren?
Patti Smith, vanwege de manier waarop ze poëzie, muziek en observatie met elkaar verbindt. En Bad Bunny vanwege zijn creativiteit en uitgesproken persoonlijkheid en mening.

Wat kunnen we verwachten van je presentatie op Art Rotterdam?
Bij Art Rotterdam toon ik een selectie uit Paper Stars, het eerste hoofdstuk van mijn langlopende project rond Lyric en haar omgeving in Arizona. De serie volgt haar tijdens de overgang van kind naar tiener en kijkt tegelijk naar het landschap en de omstandigheden waarin ze opgroeit. Ook neem ik enkele werken mee uit mijn serie The Color of Money and Trees en mijn shortfilm Pearls on Credit (2023). In de film verkent een jonge vrouw voor de spiegel verschillende kanten van zichzelf. We horen een vrouwelijke stem die het systeem van kredietwaardigheid uitlegt als een bijna onmogelijke ratrace, terwijl een man het gedicht America van Allen Ginsberg voordraagt.
Aan welk project werk je op dit moment?
Ik herken drie fases in mijn praktijk. Maken (fotograferen, filmen en schrijven), editen en presenteren. Exposeren vraagt om een andere energie dan fotograferen en uitwerken van nieuw materiaal. Op dit moment zit ik midden in mijn solotentoonstelling en de voorbereidingen voor Art Rotterdam. Paper Stars voelt als het afronden van een hoofdstuk, maar markeert tegelijk ook een nieuw begin. Ik kijk er erg naar uit om weer de maak-fase in te gaan. Lyric is inmiddels tiener, en dat verandert het perspectief. De komende jaren wil ik die fase verder ontwikkelen in onder meer bewegend beeld en boekvorm.
