Vanavond 13 maart om 18:00 opent de allereerste solotentoonstelling van de Belgische fotograaf Joost Vandebrug bij Bildhalle. Met een microscopische blik op planten en zaden grijpt Vandebrug terug op de plantenstudies van Karl Blossfeldt (1865-1932). Tijdens zijn academietijd raakte hij gefascineerd door het werk van deze Duitse fotograaf. Waar Blossfeldt zijn planten isoleerde om ze helder en systematisch vast te leggen, onderzoekt Vandebrug hoe een beeld zich nooit definitief laat vastleggen. Zijn werk gaat over het vastleggen van momenten die nooit echt stil blijven staan: "Net als bij water of lucht is er nooit echt sprake van een herhaalbaar beeld; alles verandert voortdurend."
Ook zijn atelier is een plek waar materialen en objecten nooit helemaal vaststaan. In Antwerpen werkt Vandebrug in een oud theater, tussen antieke etsplaten, koperwerk en stapels oud materiaal. Niets is restmateriaal: alles kan opnieuw opduiken in nieuw werk. Net als in zijn foto's ontstaat het werk hier langzaam, door te verzamelen, te verplaatsen en nieuwe verbanden te laten ontstaan.
De tentoonstelling Not Yet the Image is nog tot en met 2 mei te zien bij Bildhalle in Amsterdam.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruit ziet?
Mijn atelier is in Antwerpen in een oud theater, of eerder een soort auditorium. Ik werk in de oude orkestbak met rondom mij twee verdiepingen theaterstoelen, dus het voelt soms alsof ik constant bekeken wordt door een publiek dat nooit applaudisseert.

Zijn er objecten, boeken of speciale muziek die altijd aanwezig zijn in je atelier?
Ja, absoluut. Er ligt hier altijd van alles dat al een vorig leven heeft gehad. Veel oud werk en duizenden handgeschepte kaartjes die ik blijf meeslepen van werk naar werk en die vaak opnieuw opduiken in iets nieuws. Ik gooi dat niet graag weg, omdat het voor mij geen restmateriaal is maar iets dat gewoon blijft doorwerken.
Ik verzamel ook oude ambachtelijke dingen: antieke etsplaten, koperplaten, ingelegd houtwerk, kleine technische objecten. Ik hou heel erg van dat bijna nonchalante vakmanschap — de precisie ervan, maar ook de traagheid. Maar het dierbaarste hier is eigenlijk een bootleg-boekje van Guy Debords La Derive op een half A4tje. Het is gekopieerd en hangt met nietjes aan elkaar, dat ik jaren geleden eens online heb gekocht. Het boekje gaat over psychogeografie, een term van Debord, die kort gezegd probeert te vatten dat een plek nooit helemaal neutraal is. De theorie neemt zichzelf behoorlijk serieus, maar ook weer niet helemaal zonder knipoog. Achter al dat theoretische rookgordijn zit eigenlijk iets heel eenvoudigs en bruikbaars: dat plekken iets met je doen en dat dwalen soms een betere methode is dan plannen. Dat voelt voor mij relevant, ook in hoe beelden ontstaan in mijn werk.
Voor deze tentoonstelling liet je je inspireren door plantenstudies en fotografische experimenten van Karl Blossfeldt. Wanneer kwam je voor het eerst met zijn werk in aanraking?
Dat was nog op de kunstacademie. Wat me toen meteen trof aan Blossfeldt was dat hij fotografie niet gebruikte om "kunst" te maken, maar als een manier van kijken en onderzoeken. De beelden zijn zo precies, zo helder, zo functioneel, dat ze iets heel overtuigends hebben. Ik hou van werk dat niet probeert mooi of belangrijk te zijn, maar het daardoor soms juist wel is.
Wat ik er ook goed aan vind, is dat er geen overbodige expressie in zit. Het is heel secuur, bijna droog, maar nooit dood. Eerder aandachtig. Alsof hij via die planten iets probeerde te begrijpen over structuur, ritme, groei, vorm — en fotografie gewoon het beste gereedschap daarvoor was. Dat sluit voor mij veel meer aan bij hoe ik zelf naar beelden kijk dan wanneer fotografie alleen over stijl of compositie zou gaan.

Blossfeldt isoleerde zijn planten om deze wetenschappelijk te documenteren. Op welke manier verschilt jouw manier van werken met zijn systematische aanpak?
Bij Blossfeldt zat er een drang in om te isoleren en te ordenen en zichtbaar te maken, de plant wordt een specimen. Dat vind ik heel mooi. De verwantschap zit voor mij in die concentratie, maar waar hij via isolatie naar helderheid en definitie werkt, gebruik ik het juist om een beeld minder vast te maken. Bij mij leidt dat dus niet perse naar meer zekerheid, hoe dichterbij je komt, hoe minder definitief het wordt.
Mijn werk gaat niet over het object zelf maar over waarneming, tijd, afstand, fragmentatie en herinnering. Ook doordat ik werk met meerdere opnames van hetzelfde onderwerp, blijft het beeld veel beweeglijker. Het wordt niet één geïsoleerd ding dat je kunt bestuderen, maar iets dat zich pas gaandeweg vormt.

Wanneer begon je met het verzamelen van deze planten en op welke plek heb je ze gevonden?
Ik ben begonnen met verzamelen tijdens corona in 2020. Omdat reizen ineens wegviel, werd mijn wereld heel klein en ik ben dat ook letterlijk beginnen nemen. Ik ging veel dichterbij kijken, naar kleine plantjes, zaadjes, stukjes debris, dingen die normaal verdwijnen in de achtergrond. Met een microscoop ben ik beginnen te fotograferen. Dat is een serie geworden waar ik ook mee heb geëxposeerd, maar het was vooral een manier om met die vreemde stilstand om te gaan.
Ik zou ook niet al die planten exact kunnen benoemen, omdat het me minder om een botanische catalogus gaat dan om een manier van kijken. Het waren vaak heel gewone dingen die ik dichtbij huis vond — losse fragmenten uit de berm of de tuin, materiaal dat je anders bijna niet opmerkt. Door die microscoop kregen die iets monumentaals. Niet veel van die eerste beelden hebben het uiteindelijk letterlijk gehaald in deze nieuwe serie, maar de basis van dit werk is daar wel ontstaan. Vooral de manier van kijken: vertraagd, van heel dichtbij, met aandacht voor structuur en fragment. Alleen fotografeer ik nu niet als één geïsoleerde opname, maar via meerdere beelden die door kleine verschuivingen in afstand en standpunt ontstaan en zich pas later, in fragmenten tot een werk beginnen te vormen.
Je zegt dat je je door een onderwerp beweegt "als door een puzzel". Zie je de grote lijnen van die puzzel al voordat je begint, of ontstaat alles onderweg?
Alles ontstaat eigenlijk onderweg. De contouren zijn er meestal wel al in de zin dat ik weet in welke richting ik aan het kijken ben, maar het echte werk ontstaat heel reactief. Ik reageer op wat er gebeurt tijdens het maken, op wat een beeld wel of niet begint te doen, en soms ook gewoon op het werk dat ik vlak daarvoor heb gemaakt. Het ene werk duwt het volgende vaak weer een andere kant op.

Je presenteert je werk op verschillende soorten dragers. Voor welk materiaal koos je voor je nieuwe serie werken?
Voor deze serie werk ik onder andere met emulsie-transfers op handgeschept papier en ultradun 5 gsm washi. De doorzichtigheid van dat papier maakt het beeld heel afhankelijk van de achtergrond, van het licht, van de muur waar het voor hangt. Het werk staat dus nooit helemaal op zichzelf, de omgeving schuift er altijd een beetje in mee. Dat gaat dus eigenlijk ook over hoe weinig beelden nog neutraal zijn; ze worden altijd gelezen vanuit hun context, hun omgeving, hun moment. Dit werk verbergt die afhankelijkheid niet maar maakt het juist zichtbaar.
Al het werk vertrekt dan ook vanuit momenten die al voorbij zijn op het moment dat je ze probeert vast te houden. Net als bij water of lucht is er nooit echt sprake van een herhaalbaar beeld; alles verandert voortdurend. In die zin gaat het werk voor mij niet alleen over het vastleggen, maar ook over het besef dat zo'n moment altijd al aan het verdwijnen is.
Werk je op dit moment aan een nieuw project of zijn er plannen voor de toekomst waar je nu al enthousiast over bent?
Toen ik aan deze tentoonstelling begon voor bij Bildhalle, dacht ik nog dat het een mooi moment zou zijn om de voorbije jaren samen te brengen en ergens ook af te sluiten. Maar eigenlijk heeft precies dat proces juist van alles opengebroken. Door het werk samen te zien, merkte ik hoeveel nieuwe richtingen en verdiepingen er nog in zitten. Wat ik nu dus vooral mooi vind, is dat de poging tot afronding uiteindelijk het begin van iets nieuws is geworden. Daarom toon ik in de tentoonstelling ook alleen nieuw werk, bijna niets dat eerder al op een kunstbeurs of ergens anders is getoond.
