Gertrud of hoe een ruzie over een broodje eeuwen later nog doorwerkt. Dat had de ondertitel van het boek Gertrud kunnen zijn. In 1667 betichtte een negenjarige Mats een twaalfjarig meisje, Gertrud, van hekserij. Hij had haar over water zien lopen, zei hij. Even daarvoor hadden ze mot gehad over een broodje.
De gevolgen waren groot. De verklaring van de jongen vormde het startschot van een periode van heksenjacht in Zweden. In 8 jaar tijd werden 300 mensen voor hekserij ter dood veroordeeld. De periode geldt als zwarte bladzijde in de Zweedse geschiedenis en Älvdalen is in Zweden tot op de dag van vandaag synoniem voor hekserij en het occulte.
Maja Daniels' familie komt uit Älvdalen. Met het meermaals bekroonde Elf Dalia (2019) en Gertrud wil ze het beeld over deze gemeenschap bijstellen. Dat doet ze met unheimische archiefbeelden en met een verhaal over verzet. Mythes liggen nooit helemaal vast, volgens Daniels, dus je kan ze veranderen door nieuwe beelden aan het verhaal toe te voegen. Dat is precies wat Daniels doet.
Gertrud van Maja Daniels is tot en met 28 maart te zien bij Galerie Wouter van Leeuwen.

Een kijk op de wereld
In Zweden kent iedereen Älvdalen. Dat ligt niet direct voor de hand, want het is een afgelegen gehucht op zo'n 350 km ten noordwesten van Stockholm. Een plek die bovendien wordt omringd door bergen en bossen. Dat dit toch het geval is, komt door de verklaring van de negenjarige Mats en alles wat daarna gebeurde.
Voordat ze fotografe werd, studeerde Maja Daniels (Zweden, 1985) sociologie. Niet om grote vragen te beantwoorden, maar om de status quo te bevragen. Geschiedenis met een grote G, zoals ze het noemt, het verhaal dat als onomstreden waarheid geldt. Net als haar vorige boek Elf Dalia (2019) speelt Gertrud zich af in Älvdalen. Het is de plek waar haar familie vandaan komt.
Älvdalen werd synoniem met de heksenjacht. Tegenover dat stigma zet Daniels een ander beeld. Een verhaal over verzet. Neem de lokale taal, het Älvdalish, die staat het dichtste bij het Oudnoors, de taal die de Vikingen spraken, en kan daarom op wetenschappelijke belangstelling rekenen. Hoe deze taal heeft kunnen overleven, kunnen historici en taalkundigen niet verklaren. Een rationele verklaring daarvoor ontbreekt, omdat de lokale economie voor overleving afhankelijk is van handel met buitenstaanders. Volgens Daniels is het Älvdalish dan ook meer dan een taal. Het is een kijk op de wereld, een vorm van verzet van de periferie tegen het centrum van de macht.

Gescheiden werelden
In Gertrud treedt Daniels wederom in gesprek met de glasnegatieven uit het archief van Tenn Lars Persson (1878–1938), een lokale amateurfotograaf, wetenschapper en uitvinder met interesse in magie. Perssons vroege experimentele fotografie leverde naast een inkijkje in het dagelijks leven ook unheimische beelden op. Op een foto zweven twee mannen in de lucht, op een ander zitten twee vrouwen op een halve maan. In het boek zit ook een foto waarop dorpsbewoners maskers van varkenskoppen dragen.
Mede hierdoor doet Daniels' werk denken aan True Detective, de politieserie over occultisme in rurale gebieden als Louisiana en Alaska, maar dan in de bosrijke omgeving van Hilma af Klint. Dat beeld wordt nog eens versterkt doordat Persson fotografeerde aan het begin van de 20e eeuw. Het occulte, zoals het geloof in hekserij, en wetenschap waren toen nog geen strikt gescheiden werelden. Beide waren vormen van kennis, maar van een onderscheid of hiërarchie was zeker in ruraal Zweden nog geen sprake.
Door de beelden van Persson te combineren met haar eigen kleurenwerk en dus deels terug te gaan naar de vroege 20e eeuw, wordt het mogelijk om de status quo opnieuw te bevragen. Een van de vragen die zich bij het kijken naar Daniels' foto's als vanzelf aandient is of we niet veel te economisch naar een bos kijken. Is een bos niet meer dan een collectie bomen en struiken bedoeld voor de houtkap en het consumentisme, maar een mysterieuze plek waar ruimte is voor andere, occulte ideeën?
'Mythen zijn open voor interpretatie', aldus Daniels, 'Foto's zijn dat ook. De essentie van wat te zien is vaak onzichtbaar en zit in onuitgesproken associaties'. Je kan een mythe of een dominante opvatting dus veranderen door er nieuwe beelden aan toe te voegen.
De foto's uit de serie Gertrud zetten dan ook aan tot associëren. Net als Persson beslaan Daniels' beelden het spectrum van het alledaagse — we zien de inwoners thuis, met hun gezin of bij het meer — tot het occulte en bovennatuurlijke. Dat laatste zit niet alleen in de onderwerpkeuzes, maar wordt ook benadrukt door lange sluitertijden, waardoor er lichtsporen te zien zijn. Ook stond ze lichtlekken toe waardoor er soms een oranje gloed in de foto's zit. Daardoor geven de beelden zich niet direct prijs. Om ze te kunnen lezen, moet je moeite doen en zelf een mening vormen.

Collotypen
Maja Daniels won in 2024 de prestigieuze Benrido Hariban Award. De prijs werd in 2014 in het leven geroepen om de collotypie, een 19e-eeuws procedé dat gebruikmaakt van glasnegatieven en bekend staat om zijn rijkheid aan pigment, onder de aandacht te brengen.
De winnaar mag twee weken in Kyoto doorbrengen en eigen werk laten afdrukken met de meesterdrukkers van Hariban. In de galerie is een aantal van deze collotypiën te zien. De diepte en zachtheid van het bruin werken uitermate goed bij de mysterieuze omgeving die Daniels ons presenteert.
