Met de tentoonstelling ‘Movement’ presenteert Bildhalle een veelzeggende doorsnede van het oeuvre van de Zwitserse fotograaf René Groebli. De titel verwijst niet alleen naar het terugkerende motief van fysieke beweging, maar ook naar zijn manier van werken: een praktijk die zich voortdurend ontwikkelt en herformuleert. Groebli zoekt daarbij steeds opnieuw naar manieren om tijd, emotie en dynamiek samen te brengen in één beeld. De tentoonstelling is tot en met 31 januari online te zien op GalleryViewer en fysiek in Zürich.
Groebli werd in 1927 geboren in Zürich en volgde in de jaren veertig een fotografische opleiding aan de Zurich Kunstgewerbeschule, waar hij studeerde bij Hans Finsler. De kunstwereld van het naoorlogse Zwitserland werd echter getekend door de koel-objectieve en strak geordende beeldtaal van de Neue Sachlichkeit, De Nieuwe Zakelijkheid, een nuchtere reactie op het expressionisme van de periode ervoor. Voor Groebli bood die benadering te weinig ruimte voor zijn eigen, meer intuïtieve en bewegingsgerichte manier van kijken. Hij brak zijn studie af en behaalde in plaats daarvan een diploma tot documentaire cameraman bij Central Film en Gloria Film in Zürich, waar hij het oog van een filmmaker ontwikkelde. Maar ook daar miste hij ruimte voor persoonlijke expressie en merkte hij dat zijn interesse veel meer lag bij het vangen van het ongrijpbare: snelheid, toeval en een subjectieve beleving van de wereld om hem heen.
Met het geld dat hij verdiende met zijn eerste freelanceopdracht maakte Groebli in 1948 zijn eerste reis naar Parijs, de inspiratie voor zijn eerste fotoboek Magie der Schiene in 1949. Daarin legde hij industriële kracht vast in korrelige en filmische beelden die getekend worden door rook, ritme en motion blur. Tegelijkertijd had hij ook oog voor menselijke details: een slapende reiziger, een hoofd dat uit een treinraam steekt. De serie weerspiegelt een nieuwe, persoonlijke en meer expressieve benadering van het medium die door velen pas later op waarde geschat zou worden. Groebli was op dat moment pas 22 jaar oud.
Begin jaren vijftig werkte hij als fotojournalist voor internationale tijdschriften en agentschappen, in periode waarin hij veel reisde. In dezelfde periode ontstond één van zijn meest persoonlijke series: ‘The Eye of Love’, een teder, zacht en zorgvuldig geregisseerd beeldessay van zijn huwelijksreis met zijn vrouw Rita. De reeks speelt zich voor een groot deel af in hun hotelkamer in Parijs, dat daardoor verandert in een intieme, gedeelde ruimte. We zien een naakt silhouet, de lijn van een schouder of een kraag, een overgang van licht naar schaduw, zonder dat Rita gereduceerd wordt tot een seksueel object. Het boek riep destijds wat controverse op vanwege de expliciete beelden, voor die tijd, maar inmiddels wordt het gezien als een mijlpaal binnen het genre.
In 1954 werd Groebli toegelaten tot de Council of Swiss Photographers en een jaar later was zijn werk voor het eerst te zien in het MoMA in New York, in de tentoonstelling ‘The Photographer's Eye’. Hij opende zijn eigen studio voor reclame- en industriële fotografie en specialiseerde zich in complexe kleurenfotografieprocessen, waarover hij ook enkele publicaties uitbracht. Groebli gebruikte kleur overigens niet enkel als registrerend middel, maar ook als autonoom beeldend materiaal. Toen kleurprocessen in de jaren 70 steeds sneller, eenvoudiger en goedkoper werden hervond hij juist zijn fascinatie voor zwart-witfotografie. In 2015 ontving Groebli een Lifetime Award van de Zwitserse fotoacademie. Hij woont en werkt nog steeds in Zwitserland.
Wat Groebli’s praktijk zo bijzonder maakt is zijn veelzijdigheid en de nieuwe manieren die hij telkens vond om zichzelf uit te drukken. Gedreven door intuïtie, nieuwsgierigheid, experiment reageert hij op de energie van het subject dat hij vastlegt. Zijn werk is daarom ook niet vangen is in een enkel genre, periode of techniek. De tentoonstelling ‘Movement’ in Bildhalle nodigt ons uit om kennis te maken met deze veelzijdigheid, juist door een breed en gelaagd beeld van zijn praktijk te tonen.
Het oeuvre van Groebli was eerder onder meer te zien in het MoMA, Fotomuseum Winterthur, Tate Britain, Centre de la Photographie in Genève, Kunsthaus Zürich en tijdens Rencontres Internationales de la Photographie in Arles. Zijn werk is opgenomen in de collecties van het MoMA, Maison Européenne de la Photographie, The Museum of Fine Arts Houston, het Folkwang Museum en de FMAC Collection d'Art Contemporain Ville de Genève.