In de nieuwe tentoonstelling Between Rules and Reality bij Galerie Fontana in Brussel wordt een geconcentreerde selectie uit het omvangrijke oeuvre van Jan Banning samengebracht. Bekende werken uit reeksen zoals Bureaucratics, Troostmeisjes, Law & Order, Down and Out in the South en Red Utopia hangen naast nieuw werk uit zijn laatste project in Rwanda: Blood Bonds. Samen tonen ze een praktijk die al meer dan veertig jaar draait rond één kern: het portret als ontmoetingsruimte, als plaats waar menselijke waardigheid, trauma, systeemkritiek en empathie elkaar kruisen.
Hoewel Banning internationaal bekendstaat om zijn portretfotografie, was dat genre niet altijd vanzelfsprekend. “Portretten vond ik vroeger het verschrikkelijkst,” zegt hij. “Ik dacht dat ik de kern van een persoonlijkheid moest vastleggen terwijl je die persoon helemaal niet kent.” Die weerstand veranderde pas toen hij begreep dat een portret nooit absoluut is. “Het kwartje viel toen ik besefte dat een portret relatief is. Als er iemand anders achter de camera staat, komt er een ander element van die persoon naar voren.”
Vandaag vormt portretfotografie de absolute meerderheid van zijn praktijk. Cruciaal daarin is de manier waarop hij te werk gaat: uitgebreide interviews vóór de foto, soms urenlang, om de kwetsbare sfeer op te roepen waarin een portret kan ontstaan. Die aanpak maakt de foto’s zo kenmerkend: helder, direct, en geworteld in een vriendelijke, open reikende hand.

De rode draad: langdurige impact van trauma
Verschillende projecten in de tentoonstelling tonen hoe Banning niet het moment van geweld fotografeert, maar de naschokken ervan. In Traces of War portretteerde hij mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië als dwangarbeiders werkten in opdracht van het Japanse leger. Ook zijn eigen vader en grootvader horen bij die geschiedenis. “Het ging mij niet om het leed zelf,” zegt hij. “Ik stond er niet op te wachten dat iemand in huilen zou uitbarsten. Ik wilde weten: wat is de impact jaren later? Hoe leef je met zo’n verleden?”
Die vraag loopt door in verschillende van zijn projecten en krijgt een nieuwe, indringende vorm in het recente project Blood Bonds in Rwanda, waarin slachtoffers en daders samen worden geportretteerd als nieuwe vrienden. Het is een studie naar verzoening, naar het ondenkbare vermogen om opnieuw samen te leven. “In Rwanda zag ik iets wat ik nauwelijks kon bevatten,” vertelt Banning. “Mensen die hun hele familie verloren hebben, en zich toch verzoenen met iemand die deelnam aan de moord. Hen zelfs liefhebben. Het was verbluffend.” Die confrontatie raakt ook aan zijn persoonlijke geschiedenis. Zijn ouders en hun generatie verzoenden zich nooit met hun daders; ze vertrokken naar Nederland en probeerden het hoofdstuk daar af te sluiten.

Bureaucratics: het portret van een systeem
Te midden van deze menselijke verhalen blijft Bureaucratics een iconisch werkpunt. De reeks is een conceptuele studie naar ambtenaren in acht landen. Banning bezocht honderden kantoren onaangekondigd, terwijl schrijver Will Tinnemans de medewerkers in gesprek hield om te vermijden dat er iets in de bureaus rechtgezet of verborgen werd. De foto’s tonen niet alleen mensen, maar ook hun machtssystemen, hiërarchieën, en dagelijkse rituelen. Het is het resultaat van een anarchistisch hart, een historisch brein en een artistiek oog. De reeks werd wereldwijd getoond en verkocht, en bood hem financiële ruimte voor meer kwetsbare projecten.
Adora: een portret dat een tweede leven kreeg
In de tentoonstelling hangt een portret van de blonde Adora, uit Down and Out in the South. In die reeks fotografeerde Banning dakloze mensen. “Ik heb hen gefotografeerd zoals ik mijn vrienden zou fotograferen. Zonder enig label, zonder stereotiepe beeldtaal. Gewoon als mens. Het verschil tussen hen en ons is klein. Zij hebben pech gehad, wij geluk. Als het omgekeerd was geweest, stonden wij daar achter de lens.”

Een arbodienst kocht drie grote portretten uit de reeks, waaronder dat van Adora. Jaren later vroeg de directeur aan Banning of hij haar opnieuw wilde opzoeken omdat het portret hem zo intrigeerde. Voor Banning werd het een uitdaging én tegelijk een ethische test. Na een intensief zoekproces vond hij haar terug in Iowa, in Orange City, een klein stadje met Nederlandse wortels. “Het was fantastisch,” vertelt hij. “We hebben drie dagen samen doorgebracht. We lachten, praatten bij, en bezochten een Nederlands festival dat toevallig gaande was inclusief windmolens, klompen en Sinterklaasfiguren. Ik leerde haar zelfs zwaaien uit de auto alsof ze koningin Máxima was haha.”
Voor Banning was het bezoek niet alleen ontroerend: “Ik vroeg me af wat zij dacht van haar portret dat in musea hing en op CNN is getoond,” vertelt hij. “Ik werk altijd met releasecontracten, maar toch wilde ik horen hoe zij dat zelf ervaren had. Misschien was ze boos. Maar ze voelde zich gezien. Dat maakte alles lichter.”
De essentie
Wie de tentoonstelling Between Rules and Reality bij Galerie Fontana in Brussel bezoekt, ziet dat Banning geen fotograaf is die verhalen verzamelt, maar een warme kunstenaar is die waardevolle relaties bouwt. Zijn projecten gaan over oorlog, rechtspraak, verzoening, macht en verlies, en telkens lijkt één vraag centraal te staan: hoe blijft iemand mens in omstandigheden die dat haast onmogelijk maken? En dát probeert Banning met volle toewijding vast te leggen in zijn portretten.
De tentoonstelling Between Rules and Reality is nog tot en met 17 januari te zien in Galerie Fontana in Brussel.