Jo Crutzen noemt deze fase van zijn leven zijn ‘Grand Cru-jaren’. ‘De beste jaren’, legt hij uit, ‘waarin ik met pensioen ben, gezond van lijf en leden, én eindelijk tijd en middelen heb om kunst te kijken en kunst te kopen.’ Al sinds de jaren zestig reist hij stad en land af op zoek naar de pareltjes in de kunst. Vandaag ontmoet ik hem in zijn verzamelaarshuis in Maastricht, waar zijn grote passies in één oogopslag zichtbaar zijn: kunst, boeken en koken. Zodra het gesprek op kunst komt, spat zijn enthousiasme er vanaf. Ik ben een en al oor terwijl ik geniet van een stuk Limburgse vlaai, kersvers van de bakker.
Heb je kunst van huis uit meegekregen?
Nee, kunst heb ik niet van huis uit meegekregen. Wat me vanaf het begin fascineerde, meer nog dan de kunst, waren de kunstenaars zelf. Hun eigenheid, hun anders-zijn. Misschien was ik wel vooral op zoek naar bijzondere, originele mensen – een tegenwicht voor het brave. Al tijdens mijn studententijd begon ik kunst te verzamelen. Kleine, betaalbare werkjes in oplage. Later, toen ik meer te besteden had, groeide het verlangen om unica te kopen – werken die een unieke band met de kunstenaar meebrengen. Als een kunstenaar mijn werk wil lenen voor een tentoonstelling, voelt dat als een prachtig samenspel. Het uitlenen van kunst geeft mij nog altijd veel plezier, juist vanwege de contacten met de kunstwereld.

Je zegt dat je al bent gaan verzamelen tijdens je studententijd. Hoe ging dat?
Inderdaad begon ik al kunst te kopen toen ik in Nijmegen Geneeskunde studeerde. Het ging om kleine, betaalbare werken. Regelmatig nam ik de trein naar Amsterdam om tentoonstellingen te bezoeken, in het Stedelijk en op andere plekken.
Kocht je toen al bij galeries?
Nee, die bezocht ik toen nog niet. Ik was toen totaal niet bezig met het kopen van unieke werken. Dat kwam pas later, toen ik meer geld ging verdienen. Ik wilde graag unica kopen omdat ik vond dat ik dan ook een unieke band met de kunstenaar kreeg. Het idee dat hij of zij aan mij het werk in bruikleen zou vragen voor een tentoonstelling sprak mij wel aan. Dat vond ik een leuke manier om met de kunst en de kunstenaar bezig te zijn. Ik vind werk uitlenen heerlijk om te doen vanwege de contacten met de kunstwereld.
Maar hoe wist je nu wat goede kunst was?
Het boek Eeuwige schoonheid (The Story of Art) van Ernst Gombrich was en is nog steeds mijn bijbel. Dat boek heb ik zo vaak gelezen dat ik het vrijwel uit mijn hoofd ken. En ik kan het iedereen aanraden. Ik grijp nog regelmatig naar dat boek terug als ik iets wil weten over een bepaalde historische periode of ontwikkeling. Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar alles wat te maken heeft met kunst. Zo heb ik avonden gezeten met boeken waarin de beste galeries ter wereld werden genoemd. Dan pikte ik daar een galerie uit en dan keek ik naar de kunstenaars met wie ze werkten en het soort kunst dat ze maakten en dan begreep ik meteen wat voor soort galerie het was. Bijvoorbeeld een galerie gespecialiseerd in abstracte schilderkunst of juist in figuratieve kunst, of met een voorkeur voor conceptuele of verhalende kunst, etc. En soms pikte ik zomaar een kunstwerk uit een boek en dan ging ik daarover lezen en dan ontdekte ik of dat werk mij aansprak of niet.
‘Ik kijk eerst naar het kunstwerk en dan pas wil ik weten wie het gemaakt heeft.’Jo Crutzen
En wat was dat dan, dat jou aansprak? Is er een rode draad te ontdekken?
Ik denk dat ik een eclectisch verzamelaar ben. Ik verzamelaar kunst van kunstenaars uit verschillende generaties en achtergronden en die met verschillende soorten media werken, van schilderkunst tot fotografie en van installaties tot beelden. Ik heb niet een bepaalde voorkeur. Ik moet wel rekening houden met de ruimte die een werk inneemt – mijn achilleshiel. De plek die het in mijn huis krijgt, is voor mij van secundair belang.

Wat zou jij beginnende kunstkopers adviseren bij hun eerste stappen in de kunstwereld?
Lezen, lezen, lezen. Te beginnen met Eeuwige schoonheid van Gombrich zoals ik net vertelde. Dat boek geeft antwoorden op vragen als: wat is kunst? Waar zijn kunstenaars mee bezig? En waarom? Waarom zijn drie potloodlijnen van Picasso zo herkenbaar en die van een andere kunstenaar niet? Dat boek heb ik echt verslonden. Maar ook via internet heb ik heel veel kennis vergaard.
Je verzamelt al kunst sinds de zestiger jaren en je hebt veel verschillende kunstperiodes meegemaakt. Vind je dat er in al die jaren iets wezenlijk is veranderd?
Nee, ik denk het niet. Ik kijk niet zozeer naar hoe iets is gemaakt maar naar het denkproces erachter. En dat geldt voor alle kunstvormen en -periodes: wat zit erachter? Ik heb werken die zijn gebaseerd op een heel sterk idee. De uitvoering daarvan is daaraan ondergeschikt. Ik heb daarvan een mooi voorbeeld. Wist je dat Nietzsche heel slecht zag? Het schijnt dat als hij zat te typen op zo’n oud typemachine hij vaak misgreep waardoor bepaalde letters ontbraken of onduidelijk waren en dat werkte hij dan met een pen bij. Oscar Sanillan vond dat een mooi verhaal en is toen naar het Nietzsche Haus in Weimar gegaan met de vraag of hij die tekst mocht kopiëren. Dat is toen gebeurd en vervolgens heeft hij Nietzsche’s persoonlijke aanvullingen uit de tekst gehaald. Dus nu heb je twee versies: de door Nietzsche getypte tekst met de correcties en Sanillan’s versie waarin de correcties zijn verwijderd. Dat werk hangt hier en omdat het zo lichtgevoelig is wordt het met de jaren steeds vager.
Maar dat betekent wel dat het werk langzaam vergaat en daardoor zijn commerciële waarde verliest. Wat vind je daarvan?
Voor mij is dat minder belangrijk. Ik geniet ervan om Nietzsche te lezen, en op dezelfde manier geniet ik van dat werk. Hij weet dingen zo prachtig in het Duits te verwoorden – zo zou ik het in het Nederlands nooit kunnen. Bovendien kom ik uit oostelijk Zuid-Limburg, waar een Duits dialect eerder onze omgangstaal was dan het Nederlands. Mijn moedertaal is eigenlijk het Rijnlandse dialect. In dat ‘Rheinische’ dialect schreef Nietzsche ook, waardoor ik hem heel natuurlijk en moeiteloos kan lezen.

Ik zie hier werk van Chaim van Luit, Rinus Van de Velde, Bas de Wit, Jennifer Tee, Navid Nuur, Thomas Grünfeld, Ana Navas, en vele anderen. Kunstenaars die heel verschillend zijn van elkaar maar wier werk wel wordt gekenmerkt door speelse elementen. Klopt dat?
Ja, ze vertrekken allemaal vanuit een ander onderliggend idee of concept en dat vind ik juist zo interessant. Neem het werk van Chaim van Luit dat hier hangt. Daarin staat kleur centraal. Dan zou ik met hem van gedachten willen wisselen over de vraag hoe kleur nu ontstaat. Neem nou de kleurentheorie van Goethe, of het prisma-experiment van Newton met betrekking tot de vraag hoe licht opgedeeld wordt. Hoe gaan wij met kleuren om? Wat is een kleur? Die vragen boeien mij en worden getriggerd door dat werk. Zoals je ziet hangt het werk met een donker kleurenpalet naast dat met een licht kleurenpalet. Dat doe ik bewust om een wisselwerking tussen de verschillende kleurschakeringen tot stand te brengen.
Je koopt regelmatig bij Nederlandse en Belgische galeries. Kun je er een paar noemen?
In Nederland koop ik regelmatig bij tegenboschvanvreden, Ron Mandos, Fons Welters, Zsa Zsa Eyck, Martin van Zomeren, Gerhard Hofland en Stigter Van Doesburg. In België kocht ik vaak bij Zeno X maar dat is helaas voorbij. Nu koop ik ook wel bij Ingrid Deuss en Tim Van Laere in Antwerpen.
Heb jij jezelf regels opgelegd met betrekking tot het kopen van kunst? Bijvoorbeeld dat je niet over een bepaald bedrag heen wil gaan, of dat je je beperkt tot een bepaald soort kunst?
Nee, ik kan spontaan kunst kopen. Als ik een substantieel bedrag moet uitgeven voor een kunstwerk dan hoop ik dat ik er lang van kan genieten en dat mijn kinderen er niet meteen vanaf willen. Ik doe het er niet om, maar ik vind het natuurlijk wel leuk als ik zie dat een kunstwerk dat ik voor een bepaald bedrag heb gekocht 10 keer in waarde is toegenomen omdat de kunstenaar is opgepikt en aan de weg timmert. Dan denk ik - dat heb je goed gezien. En dat is heel bevredigend. Je krijgt daar ook steeds meer oog voor. Soms koop ik iets spontaan, vanuit een bepaalde emotie, bijvoorbeeld als ik wat wijntjes teveel op heb. Maar dan mag het niet veel kosten…(lacht).

Je koopt nog steeds en hebt al heel veel. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Lig je daar weleens wakker van?
Om eerlijk te zijn wel. De laatste jaren is al het werk goed gedocumenteerd, maar ik heb ook veel werk dat ik vroeger heb gekocht via de Kunstuitleen, op veilingen of met behulp van de KunstKoopregeling van het Mondriaan Fonds. Ik heb werk in zeer gelimiteerde oplage van Andres Serrano, Erwin Olaf, Rineke Dijkstra, Marlene Dumas, Anton Corbijn (het portret van Ai Wei Wei).
Reis je veel voor de kunst?
Ik ga traditioneel gezien altijd naar Art Basel. Vroeger ging ik ook regelmatig naar de VS. Zo herinner ik me dat een Amerikaanse galerie mij uitnodigde voor de opening van de tentoonstelling van een kunstenaar van wie ik werk had gekocht. Dat was tegelijkertijd met het grote tennistoernooi US Open, dus ik daar naar toe. En waar je dan belandt…Toen kwam ik tijdens de after party in een loft met kunst waar je alleen maar van kunt dromen, dat was een ongelooflijke belevenis. En al die mensen die je dan ontmoet. Daar geniet ik oprecht van. Zo heb ik ook een vriend, een heel grote kunstverzamelaar, met wie ik eens in de twee à drie weken een dag op stap ga om kunst te bekijken. Dan gaan we op atelierbezoek, naar een museum of een galerie. Dat is voor mij echt genieten.