Antieke blikken, gele PVC-platen en grote hoeveelheden schroeven vullen het atelier van de Japanse kunstenaar Ken’chiro Taniguchi. Samen met zijn partner Ayako werkt hij vanuit een atelier in Berlijn volgens een vast dagritme. Er wordt op gezette tijden gewerkt, gesport en gegeten en hierdoor worden er nauwelijks overuren gemaakt. Hoewel Ken’chiro het beste werkt vanuit chaos in een ruimte vol rondslingerede objecten, is de werkruimte van Ayako overzichtelijk en minimalistisch. Al ruim 25 jaar werkt het duo aan hun zogenoemde “hecomi” werken, waarin de deuken en littekens van de stad worden gevisualiseerd.
Tijdens Art Rotterdam presenteerde PHOEBUS Rotterdam een serie werken waarvoor Taniguchi zich liet inspireren door de verbouwing van Museum Boijmans van Beuningen. “Ik wilde de unieke vormen laten zien die alleen kunnen ontstaan in de specifieke context van een museale verbouwing. Sinds 2000 heb ik meer dan 500 verschillende “hecomi”-vormen gecatalogiseerd, maar dit project bracht volledig nieuwe vormen aan het licht.” Een extra toevoeging aan deze serie werken is de “Hecomi Map” waarin de uiteenlopende vormen van de verbouwing werden gedocumenteerd. Een solotentoonstelling van deze werken volgt in 2026 bij PHOEBUS Rotterdam.
Waar is je atelier en kan je beschrijven hoe dat eruit ziet?
Mijn atelier ligt in de wijk Wedding in Berlijn. Ik werk daar samen met mijn partner, Ayako Taniguchi, maar we hebben ieder onze eigen ruimte. Mijn studio staat vol met werken in uitvoering, overal hangen dingen. Omdat geel mijn basiskleur is, heeft de hele ruimte een heldere, bijna overweldigende uitstraling. Ik verzamel graag antieke blikken, waarin ik schroeven sorteer en bewaar. Door me te omringen met dingen waar ik van hou, voelt de ruimte voor mij comfortabel. Ayako is juist een minimalist, dus haar atelier is veel netter en opgeruimder.
Het centrale thema in mijn werk is “hecomi” – de deuken en littekens van de stad. In zekere zin zijn de straten die we dagelijks gebruiken, of waar ik overheen loop tijdens mijn reizen, ook een verlengstuk van mijn atelier: daar ontdek ik nieuwe vormen en ideeën.
Hoe ziet een doordeweekse dag eruit op je atelier, hebben jullie bepaalde routines?
We volgen een gestructureerd dagritme. We werken van maandag tot en met vrijdag, van 9.00 tot 18.00 uur. Onze lunchpauze is van 12.00 tot 13.00 uur – meestal gaan we dan hardlopen of doen we een andere vorm van beweging. Rond 13.30 lunchen we en om 14.00 begint de middagsessie. Om precies 18.00 stoppen we met werken. We maken zelden overuren, omdat we geloven dat focus behouden essentieel is. Tenzij er iets uitzonderlijks gebeurt, herhaalt dit ritme zich elke dag. Kunstenaar zijn is een lange reis, en ik heb gemerkt dat een vaste structuur helpt om energie te behouden en productief te blijven. Tijdens het werken luister ik naar allerlei soorten muziek, maar wanneer ik een werk aan het perfectioneren ben, geef ik de voorkeur aan stilte om me volledig te kunnen concentreren.
Je bent opgegroeid op het eiland Hokkaido, in hoeverre heeft deze plek jouw werk als kunstenaar beïnvloed?
Hokkaido ligt in het noorden van Japan en staat bekend om zijn zware sneeuwval – elk jaar valt er meerdere meters. Na de lange winter is de eerste bloem die in de lente bloeit de “Ice Adonis”, een felgele bloem. Mijn werk draait vooral om de kleur geel. Ik denk dat deze bloem me op een onbewust niveau beïnvloed heeft.
In een interview vertelde je dat je als kind graag door prentenboeken bladerde. Wat fascineerde je zo aan deze illustraties?
Al van jongs af aan werd ik enthousiast van het idee om onbekende dingen naast elkaar te zien. Het stelt me in staat om te vergelijken en de eigenheid van elke vorm te herkennen. Zelfs een eenvoudige vorm kan een nieuwe betekenis krijgen, afhankelijk van hoe die gepresenteerd wordt. De interactie tussen vormen wanneer ze naast elkaar worden geplaatst, vind ik ongelooflijk boeiend.
Je werkt samen met je partner Ayako. Hoe zijn de rollen verdeeld?
Bij het maken van kunstwerken zijn onze rollen duidelijk verdeeld. Als je het hele proces ziet als een schaal van 0 tot 10, dan neem ik het eerste stadium – het bepalen van de richting – volledig op me. In de fasen 2 tot 8 werken we samen. Zo snijdt Ayako de “hecomi”-vormen uit platen van hogedruk-PVC, en vanaf fase 9 tot 10 neem ik het over om het uiteindelijke werk te vormen en af te maken.
Voor projecten zoals de “hecomi-kaart”, die meer veldonderzoek vereisen, verandert onze samenwerking. We bespreken samen hoe we het thema benaderen en bepalen welke soorten “hecomi” we gaan verzamelen.
Je werkt al enkele jaren aan je “hecomi” projecten. Hoe blijf je jezelf opnieuw uitdagen?
Ik zie mijn “hecomi”-studies als iets vergelijkbaars met Japanse disciplines zoals judo, kendo, sado (theeceremonie) of kado (bloemschikken) – praktijken die worden aangeduid met het karakter “道” (do), wat “pad” of “weg” betekent. Elk van deze disciplines draait om voortdurende verfijning. Ik bewandel het “hecomi”-pad nu al 25 jaar en ik weet nog niet waar de eindbestemming is, maar dat is niet erg. Alleen al het bestaan binnen dit oneindige landschap van mogelijkheden is voor mij voldoende.
De architect Tadao Ando schreef ooit in zijn boek: “Ik geloof niet dat ware geluk ligt in het staan van het licht. Het zit in het najagen van dat licht, het ernaartoe rennen met alles wat je hebt. De vervulling van het leven zit in die zoektocht.”
Ik werd aangetrokken tot “hecomi”, maar eerlijk gezegd had het ook iets anders kunnen zijn. “hecomi” is slechts een medium – een poort naar experiment en voortdurende studie.
Voor je nieuwste serie liet je je inspireren door de transformatie van Museum Boijmans Van Beuningen. Wat intrigeerde je aan deze renovatie?
Wat mij als beeldend kunstenaar interesseert, is hoe ik nieuwe en interessante vormen kan tegenkomen. Ik wilde de unieke vormen zien die alleen kunnen ontstaan in de specifieke context van een museale verbouwing. Sinds 2000 heb ik meer dan 500 verschillende “hecomi”-vormen gecatalogiseerd, maar dit project bracht volledig nieuwe vormen aan het licht. Die aan mijn verzameling kunnen toevoegen, dat was enorm bevredigend.
Werk je graag in opdracht, of geef je de voorkeur aan het zelf kiezen van locaties voor je “hecomi”-projecten?
Beide hebben hun eigen waarde. Bij opdrachten moet ik me aanpassen aan andere kaders, omgevingen en perspectieven waar ik normaal niet mee in aanraking kom. Dat leidt vaak tot onverwachte uitdagingen, die me dwingen nieuwe vaardigheden en technieken te ontwikkelen. Bij persoonlijke projecten draait het voor mij tegenwoordig vooral om plezier. Als wij er écht enthousiast over zijn, komt die energie vanzelf tot uiting in hoe we ons werk delen.
In je werk keren steeds de gele PVC-platen terug. Wat trekt je aan in dat materiaal?
Voordat ik de “hecomi”-vormen omzet in sculpturen, voer ik een soort ritueel uit: de “hecomi fitting”. Ik snijd de vorm uit en plaats die terug in de bestaande scheur of deuk. Op dat moment verandert de negatieve ruimte van de “hecomi” in een levendige, bijna popachtige, positieve aanwezigheid. Het materiaal is een gerecycleerde hars gemengd met gele pigmenten. Het gladde, glanzende oppervlak vormt een mooi contrast met de ruwe textuur van de ondergrond.
Na deze rituele handeling begin ik te beeldhouwen. Ik splits de objecten op in meerdere delen, verbind ze met scharnieren zodat ze kunnen vouwen en ontvouwen. Door die beweging worden ze driedimensionaal. Deze abstracte, interactieve sculpturen – getiteld “Hecomi Study” – functioneren bijna als speelgoed voor mij, waardoor ik hun vorm steeds opnieuw kan herdenken en transformeren. Mijn levenslange liefde voor Legoblokken heeft dit ongetwijfeld beïnvloed. Het speelse karakter van het materiaal past perfect bij “Hecomi Study”.
Je werkt zowel op kleine als grote schaal. Heb je een voorkeur?
Ik hou van beide, maar probeer geen van de twee te veel te bevoordelen. Na het maken van grootschalige werken maak ik vaak kleine stukken om mezelf te verfrissen. Als ik te lang met kleine werken bezig ben, voel ik juist de behoefte om iets groots te maken. Omdat mijn werk vaak arbeidsintensief is, begin ik meestal klein als ik me puur op het beeldhouwen wil richten.
Een deel van je ‘hecomi’ werken heb je recent op Art Rotterdam getoond, wat kunnen we nog meer verwachten van je geplande tentoonstelling in 2026 bij PHOEBUS Rotterdam?
Voor mijn tentoonstelling bij PHOEBUS Rotterdam in april–mei 2026 toon ik werken gebaseerd op “hecomi”-vormen die ik verzamelde in verschillende ruimtes van Museum Boijmans Van Beuningen. Daarnaast brengen we een “Hecomi Map” uit waarin deze vormen worden gedocumenteerd.