De Amsterdamse galerie Bradwolff & Partners trapt het jaar af met 'Sammelsurium'. Strikt genomen is het een groepstentoonstelling, maar het zou misleidend zijn om daarvan te spreken. Sammelsurium, wat zoveel betekent als allegaartje, doet namelijk iets anders: het zet het galeriemodel op zijn kop door de aandacht te richten op de verzamelaar en niet op makers. Het werpt de vraag op: hoe geef je een collectie door waar je je ziel en zaligheid in hebt zitten, veil je hem of zorg je voor een mooi tweede huis?
Voor de goede orde: dat 'Sammelsurium' in de eerste plaats over het verzamelen van kunst gaat, ligt zeker niet aan de kunstenaars en ook niet aan hun werk, want er zitten geweldige werken tussen van grote namen. Galeriehouder Christine van den Bergh toont ze zo dat je een glimp opvangt van de dialogen die de werken tot voor kort aangingen achter de voordeur van de verzamelaar, waarbij de nadruk ligt op de ervaring en het verhaal achter ieder stuk.
In de achterruimte van de galerie hangt een unica van François Morellet. Daarop zijn vier vierkanten te zien waarvan de lijnen deels zijn gemaakt van gebogen takken. In die ruimte gaan ze een gesprek aan met werken van Sjoerd Buisman uit de jaren ’70 en ’90. Buisman grijpt net als Morellet in de natuur. Op het oudste werk zien we een tiental bladeren. Op de plekken waar een stuk blad ontbreekt heeft Buisman het aangevuld in bladgroen, alleen is de rest van het blad inmiddels koperkleurig.
Tegen de achterwand van de voorruimte hangt een zwart-witfoto van John Baldessari van een man met zijn hond in een kajak met twee gekleurde vlakken. Een van de vlakken lijkt een haaienvin. Als je een stap of twee naar achter zet en langs de Baldessari naar de achterwand in de hoofdruimte kijkt, zie je dat die vorm terugkeert in de wandsculptuur van Jan Maarten Voskuil.
Ook is er een geweldig spel tussen een vroege editie van Raymond Pettibon en de tussen twee ijzeren platen geklemde knuffel van Peter Ronsholt. Beiden spelen met de notie van hoge en lage cultuur. Bij Pettibon zijn het popmuziek en strips die zich lastig laten verenigen met het verheven kunstenaarschap, terwijl Ronsholt spanning tussen de zachtheid van het speelgoed en de hardheid van het staal benadrukt. Zijn werk draait om thema’s als kwetsbaarheid, bescherming en de wisselwerking tussen het speelse en het serieuze.
Een levenswerk
Het opbouwen van een kunstcollectie is vaak een proces van decennia, een levenswerk. Het opbreken ervan is net zo vaak een anathema. Men wil het niet bespreken of denkt er simpelweg niet over na. ‘Het vrijgeven van deze collectie is een emotioneel, maar tegelijk spannend proces’, valt dan ook in het persbericht te lezen. Met 'Sammelsurium' wil galeriehouder Christine van den Bergh het gesprek op gang brengen over het doorgeven van kunstwerken en -collecties. Het sluit aan op haar doelstelling om een platform bieden voor verbinding, dialoog en verdieping, waarbij kunst niet alleen als object, maar als levendig geheel wordt gepresenteerd.
Van den Bergh liep al langer rond met het idee om een tentoonstelling te maken rond een particuliere verzameling. In 2002, toen ze nog voor een andere galerie werkzaam was, maakte ze 21 jaar later met werken uit de collectie van kunsthistoricus Bert Janssen. Slechts een enkel werk was te koop, Van den Bergh was vooral geïnteresseerd in de manier waarop Janssen had verzameld en welke lijn er in zijn collectie zat.
In 2013 schreef Van den Bergh het concept voor Art in Transit een tentoonstelling rond het doorgeven van kunst aan de volgende verzamelaar. Het viel haar op dat we met steeds meer zaken duurzaam omgingen, maar niet met kunstwerken. Werken verdwijnen doorgaans in een collectie om er nooit meer uit te komen. Ze voerde het plan nooit uit, maar sprak in de tussenliggende jaren wel regelmatig verzamelaars die haar vertelden werken over te hebben. Ze wilden het niet laten veilen, maar wel doorgeven aan een andere verzamelaar.
Zo kwam ze tot de kernvraag: als je je leven lang kunst hebt verzameld, wat is dan een goede manier om er afscheid van te nemen? Anders geformuleerd: ‘Breng je je collectie naar de veiling of zorg je voor een mooi tweede huis?’
Mentaliteitsverandering
Van den Bergh speelt met idee om ieder jaar een 'Sammelsurium' tentoonstelling te organiseren, zo groot was de respons op de opening. Deze editie loopt tot en met 1 maart. Iedere twee of drie weken wisselt de presentatie en wordt de presentatie samengesteld door een andere curator. Van den Bergh nodigde Katia Krupennikova, curator en docent curatorial studies aan de HKU, en architect Femke Bijlsma uit. Hiermee wordt telkens een andere blik op de collectie geworpen en komen de bijna oneindige combinaties binnen een collectie aan het licht.
Daarnaast wil Christine van den Bergh, samen met kunsthistoricus Yvonne Yzermans en andere experts, met lezingen en evenementen niet alleen mensen enthousiasmeren voor kunst, maar ook de vraag oproepen wat duurzaam verzamelen werkelijk inhoudt. Daarvoor is in haar ogen meer nodig dan een jaarlijkse tentoonstelling. ‘Het is tijd om het idee van kunst verzamelen en doorgeven open te breken en een nieuwe bewustwording te creëren.’