THK Gallery uit Kaapstad toont op Unseen onder meer werk van Barry Salzman, een kunstenaar die in zijn praktijk de grenzen van fotografie en de ethiek van het kijken verkent. Zijn serie ‘How We See the World’ lijkt op het eerste gezicht een abstracte ode aan landschappen, maar is geschoten op beladen locaties die getekend zijn door 20e-eeuwse genocides, in landen zoals Rwanda, Polen, Namibië, Bosnië en Herzegovina, en Oekraïne. De beelden van Salzman bieden een indringende reflectie op de impact van deze tragedies en hij onderzoekt daarbij de rol van de mens als getuige. Hij gaat daarbij dieper in op thema’s als community, erfgoed, identiteit, collectief trauma, heling en de complexe en verschillende manieren waarop we herinneren.
Barry Salzman werd geboren in Zimbabwe en groeide op in Zimbabwe en Zuid-Afrika. Op 21-jarige leeftijd verhuisde hij naar de Verenigde Staten en tegenwoordig verdeelt de kunstenaar zijn tijd tussen New York en Kaapstad. Hoewel hij aanvankelijk Bedrijfskunde studeerde aan de Universiteit van Kaapstad, gevolgd door een MBA aan Harvard Business School en een carrière in het bedrijfsleven, besloot hij uiteindelijk zijn passie te volgen. In 2014 behaalde hij een master in Fotografie, Video en Media aan de School of Visual Arts in New York en hij heeft sindsdien zijn volledige aandacht gewijd aan zijn artistieke carrière. Fotografie was echter altijd al een belangrijk deel van zijn leven. Als tiener legde hij de raciale ongelijkheid en segregatie onder het apartheidsregime vast. Zijn camera werd daarbij een middel om de onrechtvaardigheden van zijn tijd onder ogen te zien en er getuige van te zijn. Hij kwam ook op een andere manier in aanraking met historische wreedheden tijdens zijn jeugd: de familie van zijn moeder was eerder direct getroffen door de Holocaust.

Salzmans abstracte landschappen ontstaan niet door traditionele composities of digitale manipulatie. In plaats daarvan maakt hij gebruik van lange sluitertijden en soms heftige camerabewegingen tijdens een enkele belichting, waarbij sommige delen van het beeld scherp blijven terwijl andere vervagen. Zo creëert hij schilderachtige en niet-specifiek beelden die de harde werkelijkheid als het ware van een filter voorzien, en de kijker de ruimte bieden om het onvoorstelbare voor te stellen. Op zijn Instagram zegt Salzman hierover: "Mijn werk reflecteert op onze ethische verantwoordelijkheid om getuige te zijn, maar ook op de metaforische sluier die we tussen het bewijs en de waarneming plaatsen.”
Zijn geabstraheerde landschappen onthullen niet meteen de gruwelen die zich op deze locaties hebben afgespeeld, wat een krachtige herinnering is dat zulke tragedies overal kunnen plaatsvinden. Het landschap fungeert daarbij als een passieve getuige van menselijke wreedheid, en vormt een metafoor voor de menselijke relatie tot genocide en onze rol in het stoppen ervan. Salzmans werk belicht daarbij de regenererende kracht van de natuur, maar stelt ook vragen: waarom blijven genocides voorkomen en waarom lijken mensen en regeringen niet in staat om tijdig in te grijpen? Voor Salzman zijn feitelijke en letterlijke verslagen op zichzelf niet voldoende om mensen zonder directe connectie tot genocides te inspireren tot actie. Dagelijks worden we overspoeld met beelden van geweld en menselijk lijden, waardoor we leren compartmentaliseren. Hier speelt kunst een cruciale rol: door een nieuwe dialoog te openen, mensen op een ander niveau te raken en hen aan te sporen om nieuwe lessen uit het verleden te halen.

In een interview met The Art Talk Magazine benadrukt Salzman: "Een deel van het probleem is dat we onze linkerhersenhelft – het deel dat feitelijke informatie verwerkt – hebben overbelast. Dit deel is verzadigd, waardoor we moeite hebben om letterlijke verslagen van trauma en menselijk lijden te verwerken. Kunstenaars kunnen dit mogelijk doorbreken door het rechterdeel van ons bewustzijn te activeren. In mijn werk streef ik ernaar om esthetische beelden te creëren in plaats van brute feiten te documenteren. Kunst biedt een aanvulling op de meer lineaire, didactische manieren waarop we informatie verwerken en heeft de potentie om echt transformerend te zijn. Kunstenaars hebben om die reden de verantwoordelijkheid om werk te creëren dat de complexe vraagstukken van onze samenleving aansnijdt. Kunst kan en zou ons nieuwe perspectieven moeten bieden op de complexe nuances van onderwerpen waarvan we denken dat we ze al begrijpen.”

Een aangrijpend voorbeeld hiervan is Salzmans krachtige serie 'The Day I Became Another Genocide Victim', die bestaat uit honderd indirecte en postume portretten van slachtoffers van de genocide tegen de Tutsi in Rwanda in 1994, waarbij naar schatting een miljoen mensen werden vermoord in slechts 100 dagen. Salzman fotografeerde voor deze reeks anonieme kledingstukken uit een recent ontdekt massagraf, kleding die de slachtoffers droegen op de dag dat ze de dood vonden. Denk aan een kinderrugzakje, een badpak, een halve blazer en plastic zwemschoentjes. Salzman beschouwde deze kledingstukken niet als objecten, maar als visuele representaties van de mensen die hun leven verloren. Hij heeft het om die reden ook over ook 'portretten', omdat ze een persoonlijke en humaniserende dimensie geven aan de immense verliezen die tijdens de genocide hebben plaatsgevonden. De laatste foto uit de reeks bestaat net als de andere 99 uit een grijze achtergrond, maar als onderschrift staat er ‘We Were’, ter nagedachtenis aan de talloze slachtoffers die nooit geïdentificeerd zullen worden. De kunstenaar herinnert ons aan onze morele en collectieve verantwoordelijkheid als getuige en te leren van de fouten uit het verleden. Salzman mocht voor dit project in 2018 een International Photographer of the Year in ontvangst nemen tijdens de International Photography Awards (IPA).
Zijn werk is tot en met 17 november ook te zien in de solotentoonstelling ‘How We See The World’ in Museum Singer Laren, een manier om stil te staan bij de 30e herdenking van de genocide tegen de Tutsi in Rwanda.
Tijdens Unseen neemt Salzman deel aan het Unseen Talks Programma in een gesprek met Jan Rudolph de Lorm, directeur van Museum Singer Laren, op zaterdag 21 september om 11 uur.
