Galerie Gomis (voorheen Galerie Number 8) toont op Unseen werk van Kyle Weeks, een fotograaf die in zijn werk thema's onderzoekt als culturele transformatie, sociale identiteit, zelfexpressie en representaties van het Afrikaanse lichaam, gevisualiseerd in levendige portretten van jonge Ghanese mensen. Bekijk zijn werk in de Unseen beurscatalogus op GalleryViewer.
Weeks werd geboren in Namibië als zoon van een Duits-Amerikaanse moeder en een Zuid-Afrikaanse vader en bracht er ook zijn jeugd door. Op 19-jarige leeftijd verhuisde hij naar Zuid-Afrika, om daar fotografie te studeren. Zijn werk wordt gekenmerkt door een scherp besef van zijn eigen positie als witte man in Afrika, wat zijn artistieke overwegingen vervolgens beïnvloedt. Weeks' eerste bezoek aan Accra in 2016 liet een blijvende indruk op hem achter, een bruisende stad temidden van een culturele heropleving. Zes jaar lang ensceneerde hij er portretten tijdens bezoeken die vaak een maand of langer duurden. Het resultaat van dit zesjarige project, ‘Good News’, werd onlangs als fotografieboek gelanceerd in Huis Marseille in Amsterdam. Weeks groeide op met veel negatieve verhalen en misrepresentaties als het ging over Afrika in het nieuws. Hij wilde ‘Good News' neerzetten als een krachtige en positieve representatie van Ghana, door middel van jeugdcultuur en -stijl, waarbij de kracht van fotografie wordt ingezet om bestaande percepties actief uit te dagen en vorm te geven.
Hij empowered zijn onderwerpen ook op een meer letterlijke manier: 50% van de printverkoop vindt zijn weg terug naar de gefotografeerde mensen. Weeks: “De beslissing om 50% van de opbrengsten terug te geven aan elke afgebeelde persoon in de verkochte foto, versterkt het idee van deze empowering beelden. De meeste van de afgebeelde jongeren streven ernaar om hun skills verder te ontwikkelen in hun respectievelijke vakgebieden — waaronder bijvoorbeeld muziek, mode of skateboarden — en hebben uiteindelijk financiële middelen nodig om dit te kunnen doen. Deze stimulans zal deze jongeren hopelijk in staat stellen om met de juiste middelen hun stem te ontwikkelen in hun respectievelijke vakgebieden.”
Het dynamische en energetische werk van Weeks houdt bewust rekening met de historische en koloniale machtsdynamiek en biedt tegelijkertijd een fris perspectief. Hij is zich bewust van de problematische geschiedenis van witte fotografen die Afrika documenteren en hanteert in plaats daarvan een langzame en meer collaboratieve aanpak. Het impliceert volledige consent en een echte samenwerking met de mensen die hij vastlegt, het opbouwen van relaties en ervoor zorgen dat hij hen vertegenwoordigt zoals zij zichzelf zien. Daarbij houdt hij zich bezig met hardnekkige stereotypen en de traditionele machtsdynamiek achter het fotografische proces. Weeks is geïnteresseerd in hun unieke referentiekader, dat ver verwijderd is van de western gaze.
Weeks: "Mijn opvoeding in Afrika heeft een diepgaande invloed gehad op mijn artistieke praktijk en vice versa. Hoewel vragen over erbij horen al speelden sinds mijn tienerjaren in Namibië, heeft het maken van foto's mij in staat gesteld om te worstelen met mijn eigen positie als een Afrikaan van Europese afkomst. Het is een uniek standpunt van waaruit ik werk creëer en hoewel het soms lastig kan zijn om hiermee om te gaan, besloot ik dat het een verhaal was waaraan ik wilde bijdragen."Zijn portretten van jonge mensen in Ghana benadrukken stijl als een belangrijk aspect van zelfidentiteit in hedendaagse steden in Afrika, een continent dat in veel opzichten uiteraard verre van uniform is. Weeks laat zich inspireren door de postkoloniale Afrikaanse studioportretfotografie van fotografen zoals James Barnor, Malick Sidibe, Seydou Keïta en Philip Kwame Apagya — en Weeks geeft hen dan ook hun verdiende credits in zijn fotoboek. Zijn werk wordt ook beïnvloed door De Nieuwe Zakelijkheid, een stijl uit de jaren 1920 die volgde op het Expressionisme, met als doel een objectievere blik. Hierbij werd het perspectief van de kunstenaar beperkt, waardoor er meer macht en autonomie aan het onderwerp werd gegeven. Weeks streeft er niet naar om mensen op een bepaalde of vooropgestelde manier te portretteren. Dat is niet onbelangrijk, omdat zijn werk daarmee sterk afwijkt van de statische etnografische fotografie van witte fotografen die hem voorgingen, die de mensen voor hun camera vaak vooral afbeeldden op een manier die hen goed uitkwam.
Weeks: "Portretten zijn van nature het resultaat van relaties. Dit roept de vraag op: hoe beïnvloedt de nabijheid van een fotograaf tot het onderwerp het werkproces en de resulterende beelden? Een vraag die mij telkens heeft geleid en die ik bijzonder interessant vond, gezien mijn eigen context. In eerdere projecten zoals de 'Ovahimiba Youth Self Portraits’ en de 'Palm Wine Collectors', vormde deze relatie het middelpunt van mijn werkwijze, waarbij ik verschillende strategieën probeerde toe te passen om de machtsongelijkheid te beperken — die historisch gezien voornamelijk bij de witte mannelijke fotograaf lag. Later, toen ik besloot om het project in Ghana voort te zetten, wilde ik opnieuw een gevoelige, collaboratieve benadering hanteren om de genuanceerde en veelzijdige aard weer te geven van de jongeren die de toekomst van hun land vormgeven. Hoe omstreden het idee van artistieke intentie ook kan zijn, ik geloof stellig dat mijn intentie om empowering beelden vanuit Afrika te maken mijn benadering binnen de portretkunst vormgeeft.”
Weeks studeerde in 2013 af aan de Stellenbosch Academie met een Bachelor in fotografie. Zijn redactionele en persoonlijke werk werd gepubliceerd in verschillende publicaties, waaronder i-D, Dazed, Another Mag, WSJ en Time Magazine. In 2016 ontving hij de Magnum Prize en in 2019 werd hij genoemd in de Ones to Watch lijst van The British Journal of Photography.
Weeks: "Het winnen van de Magnum Award in 2016 hielp me om mijn werk naar een breder internationaal publiek te brengen. Ik woonde (en beoefende toen nog fotografie) in Zuid-Afrika en had het gevoel dat ik weinig feel had met de grotere mondiale industrie. De bekendheid die deze prijs met zich meebracht heeft me geholpen om een mondiaal netwerk van foto-editors en art directors aan te boren, wat tot meer opdrachten heeft geleid en uiteindelijk mijn fotografiecarrière een boost heeft gegeven. Op dezelfde manier heeft de benoeming van BJP als upcoming fotograaf een paar jaar later me geholpen om de relevantie te behouden en mijn publiek te laten groeien. In de huidige zee van beelden en beeldmakers zijn deze prijzen en nominaties een geweldige manier om je werk te laten opvallen.”