De eerste solotentoonstelling van de Zuid-Afrikaanse schilder Mongezi Ncaphayi heet Liminality in space, een term uit de psychologie die de onzekere overgang tussen waar je bent geweest en waar je fysiek, emotioneel en metaforisch naartoe gaat, beschrijft. Iets waar Ncaphayi het mee te stellen heeft gehad, vertelt hij. Een gesprek met Ncaphayi over de geometrische patronen in zijn abstracte composities, de rol van jazz in zijn werk en waarom hij de term volleerd schuwt: "Ik beschouw mezelf vooral als een student, iemand die altijd op zoek is naar creatieve manieren om mijn esthetiek te verbeteren en een sterke creatieve taal op te bouwen. Het is een zeer lange, moeizame reis waar je geduld voor moet hebben.”
Waar is je atelier en hoe ziet die eruit?
Ik werk momenteel vanuit de Cape Town Art Residency studio. Daar werk ik nu bijna een jaar. Het is een prachtige, levendige ruimte. Zeer goede sfeer. Zonder angst voor tegenspraak; Ik zou zeggen dat één studio een kunstenaarsdroom om hier te mogen werken.
Hoe ziet een typische dag in je atelier eruit?
Op een doorsnee dag wordt sta ik op, ga ik douchen en daarna aan de slag. Schilderen. Er is geen specifiek tijdstip waarop ik begin te werken. Het kan zijn dat ik om 2 uur 's nachts wakker word en begin. Mijn muziek speelt altijd vanaf mijn platenspeler, of soms vanaf een online kanaal. Dat maakt mij niet uit. Ik zou zelfs om drie uur 's nachts kunnen braaien, oefenen op mijn saxofoon en gewoon schilderen.
Wat heeft de ideale atelierruimte volgens jou te bieden?
Ik zie het atelier als een toevluchtsoord en tegelijkertijd een plek waar je alles naar buiten kunt laten komen en kan laten gaan. In de breedste, rijkste zin is het overal waar we God ervaren, of beter gezegd, waar we kunnen afstemmen op onze hogere macht. Het is dus een heilige ruimte die vrijheid, spel en innerlijke verwezenlijking mogelijk maakt.
Jouw tentoonstelling bij Enari heet Liminality In Space. Voor degenen die niet bekend zijn met het woord liminaal: waar verwijst die term naar?
Ik heb het woord liminaliteit onlangs ontdekt en de term slaat op bepaalde aspecten van mijn leven. Ik heb er feitelijk mee te maken gehad. Het beschrijft een de staat van zijn waar ik vaak mee worstelde, maar die ik niet onder woorden kon brengen toen ik overmand werd door bepaalde emoties. De Liminale ruimte is dus de onzekere overgang tussen waar je bent geweest en waar je fysiek, emotioneel en metaforisch naartoe gaat. Het is de ervaring om aan de vooravond van iets nieuws te staan, maar er nog niet te zijn.
Ik vroeg me af of de titel ook verband houdt met het thema migratie dat regelmatig in je werk aan bod komt. Is dat het geval?
In zekere zin wel. Ik heb mijn werken altijd spirituele kaarten genoemd en daarom worstel ik met het idee van ‘migratie van de geest’. Dus ja, in het verleden ging het vooral over de sociaal-politieke migratiepolitiek gerelateerd aan het Zuid-Afrikaanse landschap. De laatste tijd concentreer ik me echter op het spirituele aspect van migratie, dat voor mij gescheiden is van de sociaal-politieke aspecten. Denk ik.
Wat kunnen we van de tentoonstelling verwachten? Is er nieuw werk te zien?
Dat eerste laat ik liever over aan de kijker zelf om te ontdekken. Ervaar het werk en heb er een eigen interpretatie van. Dat vind ik wel zo eerlijk, omdat ik bang ben het te verpesten voor iedereen die mijn werk gaat bekijken.
Je abstracte werken bevatten regelmatig geometrische vormen, vooral vierkanten en rechthoeken. Waarom heb jij een voorliefde voor deze vormen?
Als stedeling met een diepgaande liefde voor de natuur vermoed ik dat de geometrische vormen geïnspireerd zijn door de gestructureerde architectuur waar ik altijd door omringd word. Deze specifieke vormen zijn echter duidelijk compositorische middelen, die bovendien subjectief zijn en een nogal abstracte, persoonlijke betekenis hebben.
Naast de duidelijke invloeden van vroege abstracte modernisten als Kandinsky, Miro en Klee, is je werk beïnvloed door jazz (zoals duidelijk blijkt uit de titels van je werken). Gezien de aard van je werk neem ik aan dat je je aangetrokken voelt tot de improvisatie die jazz kenmerkt. Is dat correct?
Ja. Het klopt dat ik me aangetrokken voel tot de improvisatie van jazz. In de eerste plaats komt dat door mijn persoonlijke achtergrond met jazz. (ik ben opgegroeid in een huis waar het, afgezien van de radio, de enige muziek was die ooit op platen werd gespeeld). Ik voel me aangetrokken tot het improvisatie-aspect van die muziek omdat het spontaan en intuïtief is, wat de meeste aspecten zijn waar ik me te veel toe aangetrokken voel bij het overwegen van mijn eigen proces.
Je bent zelf een volleerd jazzmuzikant. Zie jij overeenkomsten tussen jouw praktijk als schilder en als muzikant?
Bij alles wat ik doe, schuw ik meestal de term volleerd. Ik beschouw mezelf vooral als een student, iemand die altijd op zoek is naar creatieve manieren om mijn esthetiek te verbeteren en een sterke creatieve taal op te bouwen. Het is een zeer lange, moeizame reis waar je geduld voor moet hebben. Hoe dan ook, voor mij is ‘het een het ander’, het enige verschil is het medium dat wordt gebruikt. Simpel gezegd: bij muziek schilderen we met noten en bij schilderen speel je muziek met verf.