In een vorig interview dat ik had met Sybren Vanoverberghe vertrouwde hij me toe dat gefascineerd is door de sporen die achterblijven wanneer de mens vertrokken is. In zijn nieuwe tentoonstelling Desert Spirals die van 2 september tot 7 oktober te bewonderen is bij Keteleer Gallery timmert hij met succes verder aan deze fascinatie.
Voor zijn tweede solotentoonstelling bij Keteleer Gallery trok de fotograaf-kunstenaar naar de Marokkaanse woestijn. Eeuwenoude gravures wisselen af met andere sporen uit het verleden, een zoektocht naar het ‘niets’ dat men in de woestijn aantreft. Een boeiende zoektocht die Sybren graag toelicht tijdens een interview.
Wat inspireerde je om de Desert Spirals-serie te maken?
De woestijn is een plaats waar het ‘niets’ me sterk boeit. Binnen deze reeks heb ik het woestijnlandschap gefotografeerd met daarin verschillende soorten beschuttingen die telkens een zekere tijdelijkheid met zich mee dragen. Je bemerkt dat sommige plekken voor een korte of langere tijd een soort ‘shelter’ vormden voor iemand die doorheen dit landschap trok. Andere plaatsen zijn er al erg lang en worden permanent bewoond. Het waren deze tijdelijkheid en tegelijk het circulaire aspect van het landschap die me tot het maken van deze reeks brachten.
Hoe begin je aan zo’n uitdagende en niet-alledaagse onderneming?
Beeld na beeld zet zich vast binnen een archief waar reeds beelden staan van vorige reeksen. Die beelden laat ik voor een langere tijd liggen om niet te gehecht te raken aan het moment waarop ze gefotografeerd werden. Alles verloopt nadien vrij intuïtief, de selectie van beelden, het maken van test prints, de keuze van de formaten en de afwerking ervan op mijn atelier.
Hoe heeft het overkoepelende thema van ‘niets’ in de woestijn je (vroegere) werk beïnvloed?
Fotografie is een erg geschikt medium om met het ‘niets’ binnen een landschap aan de slag te gaan. Als fotograaf ga je te werk met wat voorhanden is op de plek waar je je bevindt. Het ‘niets’ werkt in dit geval voor mij als een stille plaats die in beeld gebracht kan worden. Een plek die niet schreeuwt om aandacht maar net een zekere rust in zich draagt. Dat is waar ik met deze reeks naartoe wou werken. De zaken bestaan in de woestijn zoals ze zijn. Plaatsen veranderen en sommige zaken blijven eeuwen bestaan. De desolate uitgestrektheid van de woestijn laat toe om bepaalde zaken te isoleren en observeren.
Hoe ben je te werk gegaan bij het vinden en documenteren van sporen uit het verleden in het woestijnlandschap?
Door intuïtief rond te blijven rijden en te zien waar dit me bracht. Op die manier beginnen verschillende plekken zich op een associatieve manier te verhouden aan de hand van hun bouwwijze en situering binnen het landschap. Veel van de gefotografeerde beschuttingen zullen op een dag vermoedelijk achtergelaten worden en door iemand anders ingenomen en gebruikt worden. In die zin gaat het niet altijd over een ‘ver’ verleden maar kan het perfect over gisteren gaan.
Ik heb de keuze gemaakt om de zaken te tonen zoals ze zich aan me presenteerden. Soms gebeurde dit wel in mijn vorige reeksen door middel van lichtgebruik of andere zaken. Ik wou net de overheersende stilte van de plaatsen waar ik kwam in mijn beelden tonen.
Hoe moeten we kijken naar (de sporen van) de menselijke aanwezigheid die in je foto’s wordt afgebeeld en de betekenis ervan?
Binnen mijn werk is menselijke aanwezigheid te zien maar tot nu toe zo goed als nooit op een directe manier. Sporen en artefacten, een voetafdruk in het zand of een ruïne binnen een landschap zijn beelden van deze indirecte aanwezigheid. Ik denk dat de betekenis in zulke zaken vooral bestaat in het ‘zijn’ ervan en niet persé in een groter iets. Het is het archief en geheel van beelden uit verschillende projecten die na een langere tijd samenkomen, en die voor een bepaalde associatieve waarde zorgen in plaats van een directe of duidelijke betekenis.
Hoe zie je de relatie tussen verleden en heden, tijd en plaats, in je werk?
Ik denk dat het opbouwen van een reeks beelden, die zich dan een weg vinden tot publicaties of tentoonstellingen, nodig is om een relatie te creëren tussen verleden, heden en toekomst. Door het vastleggen van verloederde constructies, artefacten in archeologische musea of afgebrokkelde rotsblokken is het mogelijk om de focus te leggen op de vergankelijkheid van bepaalde zaken en tegelijk op de functie die bepaalde zaken hadden in het verleden.
Het wordt interessant wanneer bepaalde raakvlakken over de jaren heen ontdekt kunnen worden waarbij een ingang tot een silo in de haven van Gent, een verbintenis kan vinden met een toegang tot een huis gemaakt uit leem in de woestijn in Marokko. Het fotograferen van ‘sites’ en ‘non-sites’ is een vorm van activeren en jezelf en de kijker bewust maken van je observaties die een focus leggen op hoe tijd en plaats voortdurend op elkaar inwerkt.
Observatie en het fotograferen op zich hoeft voor mij ook niet meteen een ontcijfering te betekenen van wat men bekijkt. Het kan net een poging zijn tot het archiveren van waarnaar men kijkt en het afwegen van hoe het ene zich verhoudt tot het andere. Het landschap en hetgeen wat men er aantreft toont zich telkens in een andere vorm maar staat in relatie tot het vorige landschap wat gefotografeerd en geobserveerd werd.
Voor deze tentoonstelling werk je samen met architect Theo De Meyer die zorgt voor de scenografie van de tentoonstelling. Heeft deze samenwerking invloed gehad op Desert Spirals?
De samenwerking met Theo De Meyer kwam er nadat hij mijn atelier had ingericht. Theo heeft een specifieke kijk op wat architectuur kan zijn en hoe materialiteit en vorm daarin een belangrijke rol spelen. Hij werkt vaak met bestaande bouwmaterialen die hij ontwerpt tot constellaties waar vorm en inhoud hand in hand gaan. Door de invloed die architectuur heeft binnen mijn werk besloot ik om te vragen aan Theo of hij twee weken met me mee wou richting het woestijngebied van Marokko om nadien samen aan de scenografie te werken. Door samen onderweg te zijn is er een boeiende samenwerking ontstaan waarbij twee verschillende beeldtalen samenkwamen. Het interessante aan de scenografie is de detaillering in de constructies en materiaalkeuzes die Theo gemaakt heeft. Deze leunen erg mooi aan bij de nuances die ook te zien zijn in de werken aan de muur.
De scenografie zal bestaan uit verschillende poorten en deuren die in Keteleer Gallery opgesteld zullen worden. We kregen carte blanche van Frederick Keteleer om de galerie gedeeltelijk te verbouwen tot een installatie gerichte scenografie waarbij de galerie in verschillende compartimenten en ruimtes wordt opgedeeld die clusters aan beelden zullen tonen. Het boeiende is dat men hierdoor telkens bewust wordt van de beweging of verplaatsing die men moet uitvoeren alvorens een ander deel van de galerie binnen te stappen.
Hoe kijk je terug naar vroegere tentoonstellingen nu Desert Spirals zijn opwachting maakt?
Ik denk dat elk beeld enigszins verder bouwt op een vorig beeld en elke tentoonstelling en publicatie dat ook doet. Het is pas na langere tijd dat ik begin te begrijpen wat het belang is van een beeldarchief aan te leggen en te gaan kijken hoe beelden zich verhouden ten opzichte van elkaar. Het is niet altijd duidelijk waarom je iets graag wil vastleggen maar dat is ook de reden waarom het medium fotografie me blijft fascineren.