In Annet Gelink Gallery in Amsterdam is tot en met 26 augustus een solotentoonstelling te zien van Ryan Gander. Hij staat bekend om zijn vermogen om alledaagse objecten en situaties te transformeren en ze te verheffen tot kunstwerken vol complexe ideeën en verhalen. In een recent interview met The Guardian stelt hij dat 'naar een galerie gaan een manier is om je fantasie naar de sportschool te brengen.’
Gander gaat associatief te werk en stelt vragen over kennis, geschiedenis en taal. Hij is geïnteresseerd in de manieren waarop kunstwerken tot stand komen, hoe we het presenteren (waarom altijd aan de muur?) en wat we wel en niet classificeren als kunst — en waarom. Zijn objecten refereren vaak aan fictieve en echte gebeurtenissen, kunstwerken of personen. Eerder presenteerde werken onder pseudoniemen en (zelf)verwijzende alter ego’s. De kunstwerken van Gander zijn niet zelden raadselachtig en gefragmenteerd, maar tegelijkertijd ook uitnodigend en interactief. De kunstenaar betrekt het publiek en daagt hen uit om hun eigen interpretaties en betekenissen te bieden. Om even te ontsnappen aan zijn artistieke routine en beperkende culturele kapitaal laat Gander zich soms inspireren door de creatieve uitingen van kinderen, waaronder ook zijn eigen kinderen.
Het veelzijdige en gelaagde werk van de Britse kunstenaar wordt regelmatig geclassificeerd als conceptueel, maar dat is een categorie waar hij zich tegen verzet. In een interview met Simon Turnbull beschreef hij zichzelf als 'een soort neo-conceptuele amateurfilosoof zonder stijl’. Gander werkt in een veelheid aan media, variërend van beeldhouwkunst en schilderen tot video en performance. Daarnaast is hij actief als curator, auteur, presentator (voor de BBC) en professor aan verschillende kunstinstituten en universiteiten.
In zijn zesde solo in Annet Gelink Gallery presenteert hij een reeks objecten die zijdelings gelieerd zijn aan de kunstwereld, maar gewoonlijk niet als kunst worden geclassificeerd. Denk aan het poëtische ‘View into the artist's studio window, obscured by frost (12th December 2022)’, een fysiek portret van zijn studioraam, bedekt met een dunne laag vorst die op een paar plekken is uitgewist. Een raam kan dienen als een uitnodiging om naar binnen te kijken, maar Gander belemmert ons hier het zicht. Hij maakte eerder ook studioramen met schermen die de precieze weer- en lichtomstandigheden weergeven gedurende een cyclus van 24 uur. In ‘Épater la bourgeoisie (Views from all the windows within the artist's library)’ presenteert hij een overzicht van verschillende ramen die te zien zijn in boeken in zijn persoonlijk bibliotheek.
Verder zie je in Annet Gelink Gallery een van zijn beroemde zwerfkatten uit zijn ‘squatter’ (‘kraker’) reeks, bestaande uit levensechte, rustig slapende en zachtjes ademende ‘katten’ (met behulp van animatronics) die nietsvermoedend de kunstruimte lijken te zijn binnengeslopen en daarmee onderdeel zijn geworden van de kunstpresentatie. In een ander werk zie je reacties uit een soort gastenboek, horend bij een eerdere tentoonstelling van de kunstenaar. In dit werk van twee bij anderhalve meter maakt hij de bezoeker en de eerste tentoonstelling effectief onderdeel van deze expositie. Verspreid over de ruimte zie je bovendien een reeks wijnglazen die we associeren met galerieopeningen, maar als je beter kijkt dan zie je dat de handgemaakte glazen soms niet kloppen, dat twee glazen hier en daar versmelten tot een enkel glas.
Gander studeerde aan de Manchester Metropolitan University, gevolgd door residenties aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en de Jan van Eyck Akademie in Maastricht. Hij presenteerde zijn werk in musea en galeries over de hele wereld, waaronder Palais de Tokyo en het Guggenheim Museum. Zijn werk werd opgenomen in de collecties van instituten als het MoMA, het SFMoMA, Tate en Museum Boijmans van Beuningen en was onderdeel van dOCUMENTA en de Biënnales van Venetië, Shanghai en Liverpool. In 2017 ontving hij een OBE (Officer of the Most Excellent Order of the British Empire) en twee jaar later de Hodder Fellowship van Princeton University.