In KETELEER GALLERY in Antwerpen is tot en met 24 juni een solotentoonstelling te zien van de beroemde Duitse beeldhouwer Stephan Balkenhol. Zijn grof gesneden en direct herkenbare sculpturen hebben ambivalente gezichtsuitdrukkingen — staren ze in de verte of zijn ze in zichzelf gekeerd? — en roepen vaak een gevoel van contemplatie en verbondenheid op bij de kijker. Het werk van Balkenhol is een voortdurende verkenning van de menselijke vorm en de sculpturale mogelijkheden ervan.
Het werk van Stephan Balkenhol (1957) is kenmerkend om meerdere redenen. Enerzijds was hij één van de eerste hedendaagse beeldhouwers die vanaf de late jaren zeventig opnieuw figuratief te werk ging in een kunstwereld die op dat voornamelijk geïnteresseerd was in abstracte, minimalistische en conceptuele benaderingen. Anderzijds wordt het werk van Balkenhol getekend door ambachtelijke vaardigheden. Hij hanteert traditionele houtsnijtechnieken en creëert gedetailleerde houten beelden met de hand. De kunstenaar laat de sporen van zijn methoden en gereedschappen bovendien goed zien. Balkenhol werkt voornamelijk met hout en heeft daarbij een voorkeur voor zachte houtsoorten als populierenhout en cederhout. Hij snijdt zijn werken meestal uit een enkel blok hout met behulp van hamers en beitels en minimaal gebruik van machines. De beelden en sokkel zijn meestal uit hetzelfde stuk hout gemaakt, vaak complete boomstammen, en hij verbergt deze specifieke overgang vervolgens niet met de verflaag. Ook de splinters, scheuren en groeven die je normaal alleen ziet tijdens het beeldhouwproces blijven zichtbaar.
In bijna alle gevallen staat de mens centraal in zijn werk. De sculpturen van Balkenhol ogen eenvoudig en ingetogen en tonen alledaagse mensen in eenvoudige kleding, vaak zonder duidelijke emotie. Hij vermijdt overdreven details en complexiteit, waardoor zijn werken een zekere rust, universaliteit en sereniteit uitstralen. Deze ingetogenheid maakt zijn sculpturen toegankelijk en spreekt tot de verbeelding van de toeschouwer. De beelden zijn archetypisch en nodigen de kijker uit om zelf betekenis te geven aan het werk. Balkenhol maakt bovendien op een interessante manier gebruik van schaal: soms maakt hij hoofden die zo groot zijn als mensen, soms maakt hij levensgrote figuren maar dan met 2 meter lange benen. Het resulteert in ruwe, tijdloze en expressieve sculpturen die de ambachtelijke aard van het maakproces tonen. Ze brengen geen boodschap over, maar roepen vragen op.
In een interview met Artdependence in 2014 stelde de kunstenaar:
“Figuratieve beeldhouwkunst wordt vaak misbruikt als drager van boodschappen. In mijn visie worden mijn sculpturen een vraag, een spiegel. En het is de kijker die het met betekenis vult. Verbazingwekkend genoeg kunnen veel toeschouwers deze ‘openheid’ nauwelijks verdragen. Maar zowel ik als mijn sculpturen hebben dit spanningselement nodig, dit mysterie.”
Naast zijn houten sculpturen maakt Balkenhol ook reliëfs/houtsnedes, tekeningen en zeefdrukken. Hij blijft daarbij telkens experimenteren met materialen en vormen, waarbij hij een brug slaat tussen de beeldhouwkunst en de schilderkunst. Zijn werk is een voortdurende verkenning van de menselijke vorm en de sculpturale mogelijkheden ervan.
Het werk van Balkenhol werd wereldwijd tentoongesteld, waaronder ook veelvuldig in de openbare ruimte. In veel gevallen gaan de sculpturen daarbij een bewuste relatie aan met hun omgeving. Zijn werk is opgenomen in de collecties van instituten als Centre Pompidou, ARKEN Museum of Modern Art, Museum Voorlinden, het Museum of Contemporary Art Tokyo, het MoMA, het LACMA, het Art Institute of Chicago, Hamburger Bahnhof en de Peggy Guggenheim Collection. Balkenhol studeerde aan de Hochschule für bildende Künste in Hamburg, waar hij onder andere les kreeg van Nam June Paik en Sigmar Polke. Sinds 1991 is hij werkzaam als hoogleraar aan de Staatliche Akademie der Bildenden Künste in Karlsruhe.