Mirjam Vreeswijk, Isa van Lier en Natacha Mankowski exposeren in de tentoonstelling Painter’s Painters die nu te zien is bij Galerie Fleur & Wouter. Drie schilders die de traditie door en door kennen, maar ook naar hun hand zetten door technisch vernuft, te experimenteren met zelfgemaakte verf of door de grens met beeldhouwkunst op te zoeken.
Writer’s writers, actor’s actors en comedian’s comedians, het goedbedoelde eufemisme voor kunstenaars die vakgenoten en een select groepje ingewijden doen watertanden, maar bij het grote publiek vrijwel onbekend zijn. In vrijwel alle kunstvormen zijn dergelijke makers te vinden, ze zijn hun tijd vooruit, hebben een andere aanpak of een stilistische verfijning. Uiteraard zijn er ook painter’s painters. Van Lier, Vreeswijk en Mankowski zijn dat ieder op hun eigen manier.
“Het is een grappig concept”, vertelt Wouter van Herwaarden van Galerie Fleur & Wouter, “natuurlijk zoek je de kunstenaars er voor een tentoonstelling een beetje op uit, maar bij Mirjam Vreeswijk, met wie we al langer werken, merkten we dat haar werk regelmatig wordt aangekocht door kunstenaars. Op Art Rotterdam kwamen veel kunstenaars kijken naar haar werk kijken om te zien hoe ze het aanpakt.”
Dat ze de aandacht van collega’s heeft, is niet verwonderlijk, want Vreeswijk (NL, 1997) is technisch zo goed, dat ze zichzelf uitdaagt door voorwerpen te schilderen die zich lastig laten schilderen. Iets wat een leek misschien niet opvalt, omdat die zich geen vragen stelt over het maakproces, maar waar vakgenoten, die zich dag in dag uit voor dezelfde problemen gesteld zien, meteen op aanslaan.

Collages en landschappen
Op Vreeswijks doeken vind je vaak decoratieve voorwerpen die ze vindt of in kringloopwinkels koopt. Denk aan koperen kandelaars, spiegels, linten, doeken en knipsels uit tijdschriften. Daarmee bouwt ze collages in haar atelier. Tijdens het schilderen ontstaan dan doorkijkjes naar bijvoorbeeld landschappen, verlaten autowegen en gletsjermeren.
Door die verrassende combinatie van objecten met landschappen zou je Vreeswijks werk kunnen plaatsen in de surrealistische traditie van Dali, Magritte en Miro. Haar werk heeft eenzelfde soort mysterieuze kwaliteit. Ook Vreeswijk speelt graag met de werkelijkheid. Als kijker raak je gedesoriënteerd door de combinatie van herkenbare voorwerpen met mystieke landschappen en door de afwisseling van realisme met trompe-l’oeil-effecten, van plat en diep.

De groene waas
Het is daarom ook niet verrassend dat Vreeswijk interesse heeft voor filmdecors en theater doeken, die hebben een soortgelijk effect: een schemerzone tussen werkelijkheid en illusie.
Voor de werken die in Painter’s Painter te zien zijn, gaat Vreeswijk terug op vroege zwartwit, horrorfilms als Nosferatu en Dracula. De spookachtige, groene waas die over het filmbeeld ligt, zie je terug op de achtergronden.
Het spel met diepte zie je het duidelijkst terug in het werk Rebirth. Daarin heeft Vreeswijk een decorstuk geschilderd in de vorm van een vlinder. De bewegelijkheid van het insect contrasteert hier niet alleen met de immobiliteit van het decorstuk. Ze heeft daar een tweede illusie aan toegevoegd door het lijf en de vleugels van de vlinder op te bouwen uit toneeldoek. De plooien van het doek volgen de omtrek van de vlinder waardoor er een extra illusie van diepte ontstaat.

Het afgegraven landschap
De in Amsterdam werkzame Française Natascha Mankowski (FR, 1986) pakt het heel anders aan. Wat haar werk uniek maakt, is dat ze landschappen schildert met bodemvondsten uit datzelfde landschap. Ze neemt ter plekke monsters mee en maakt daar vervolgens dikke impasto verf van.
Mankowski werd ooit opgeleid als architect en werkte enige tijd met de beroemde Franse architecten Jean Nouvel en Vito Acconci, en dat architectonische zie je nog steeds terug in haar werk. Zo heeft ze bijzondere belangstelling voor plekken waar architecten hun grondstoffen vandaan halen, zoals steengroeves.

Bij Fleur & Wouter zijn een aantal werken uit de Ophite serie te zien. De werken zijn geïnspireerd op de Panormos-steengroeve op Tinos, een Grieks Cycladeneiland. Hier wordt het bekende verde antico marmer gewonnen. Groen marmer, variërend van olijfgroen tot phtalogroen, met een textuur die doet denken aan de huid van een slang.
Door het gebruik van impasto techniek, het dik aanbrengen van hele volle verf, krijgen Mankowski’s schilderijen reliëf, waardoor ze een sculpturale kwaliteit krijgen. Dat stelt haar ook in staat om het verhaal te vertellen van het afgegraven landschap.
Prijst de lijst
Een schilderij dat buiten de randen van het doek verdergaat, dat is de inzet van Isa van Liers werk. Het is een vraagstuk waarover zich niet de minsten hebben gebogen: Van Gogh en Gauguin deden het en Dali maakte in zijn Couple aux tetes pleine de nuages de lijst tot silhouet van het couple.

Van Lier liet zich net als Van Gogh en Gauguin inspireren door Japanse en Chinese prentkunst. Bij Fleur & Wouter zijn werken te zien die teruggaan op Japanse Kakejiku. Rolschilderingen waarbij een vel papyrus, perkament of zijde wordt geplakt op een rol van zijde met aan de onder- en bovenkant houten deuvels. Van Lier voegt aan de uiteinden van de deuvels keramieken sculpturen toe.

Van Liers composities zijn geen Hokusai-achtige landschappen, maar bestaan uit geanimeerde vormen en letters die ontleend zijn aan de kawaii-cultuur, een breed gedragen subcultuur rondom schattigheid, en het shinto-geloof. Net als in de Japanse prentkunst zijn Van Liers composities plat. Daarbij zijn de verschillende elementen in een perfecte harmonie geplaatst, waardoor je als kijker een soort droomwereld binnenstapt. Door de sculpturale vormen toe te voegen aan de randen, maakt Van Lier die wereld weer fysiek en voert ze je weer terug naar de alledaagse realiteit.