Voor Art Rotterdam presenteer ik een solo installatie bestaande uit vijf schilderijen en een keramische tafel met restanten van een gezamenlijke maaltijd.
De tafel is gedekt geweest met verhalen; wat overblijft zijn sporen van samenzijn, vastgelegd in keramiek. Het is het stilleven ná de ontmoeting. De schilderijen vormen samen de huiskamer waarin deze tafel staat: ramen die uitkijken op woeste, uitgestrekte landschappen. Het zijn doorkijkjes die telkens beginnen bij een hek of afscheiding, een element dat het verlangen activeert om verder te kijken, om de wereld daarachter te betreden.
Mijn artistieke praktijk heeft zich de afgelopen jaren inhoudelijk en ruimtelijk ontwikkeld. Mijn schilderijen begonnen als interieurs met alledaagse objecten, vaak met de eettafel als centraal motief. Die tafels fungeerden als portretten van een avond: de sporen van eten, gesprekken en aanwezigheid. Het perspectief was bewust instabiel; ik wilde dat de toeschouwer moest opkijken, zich fysiek moest verhouden tot het werk. Deze fase viel samen met een persoonlijke overgang: het op kamers gaan, het zelf moeten zorgen voor eten en huishouden, en het ontdekken van vrijheid, zoeken en vieren.
Van daaruit evolueerde mijn werk naar ramen, gordijnen en doorkijkjes. Altijd was er een verlangen naar wat zich achter de muur bij iemand anders afspeelt. Na een verhuizing naar een andere stad werd voor mij duidelijk hoe essentieel samen eten en samen zijn zijn voor een gevoel van geluk en verbondenheid. Tegelijkertijd blijft het besef bestaan dat het gras altijd groener lijkt aan de overkant, een universeel verlangen dat mijn werk overstijgt.
Afgelopen zomer fietste ik naar de Noordkaap. Tijdens deze tocht van 3973 kilometer nam ik mijn artistieke praktijk letterlijk mee op de fiets. Ik maakte dagelijks tekeningen waarin ik onderzoek deed naar krassen, lijnen en het landschap vanuit beweging. Deze 46 tekeningen bracht ik samen in een publicatie met 18 verhalen van mensen die ik onderweg ontmoette. Opnieuw vormen mensen het fundament van het werk, hoewel zij nooit letterlijk in mijn schilderijen verschijnen. De toeschouwer activeert het beeld en brengt het tot leven.
In december fietste ik door Marokko en maakte ik aquarelschetsen van interieurs en straten. Wat opviel: vrijwel elk raam is voorzien van een ijzeren hek, vaak in sierlijke vormen, en soms zonder glas. Je staat in direct contact met de buitenwereld. In sommige bergdorpen voelde het leven alsof het honderd jaar terug in de tijd stond, terwijl er tegelijkertijd een sterke digitale connectie is via de telefoon. Die spanning, tussen afgesloten en verbonden zijn, tussen verlangen en realiteit, wordt versterkt door de zichtbare littekens van de aardbeving van drie jaar geleden. Omdat deze reis minder doelgericht was, kon ik nog aandachtiger kijken. Die observaties vormen de verhalen die aan tafel worden verteld, en die zich steeds opnieuw omvormen tot verlangen naar de plekken zelf.
In de installatie op Art Rotterdam treed ik buiten het kader van het schilderij en nodig ik de bezoeker uit om bij mij aan te schuiven.