Dit werk ontvouwt zich zowel als beeld als venster. Tegen een diepe zwarte achtergrond komen in de voorgrond breekbare bloemen tevoorschijn, zwevend tussen helderheid en duisternis. Ze worden niet direct gezien, maar door een getextureerd glas dat ooit deel uitmaakte van een echt raamkozijn. Het golvende oppervlak doet denken aan vallende regen en verandert het kijken in een gelaagde, ongrijpbare ervaring.
Voor Sophie de Vos fungeert kunst als een venster naar een andere wereld; een drempel tot het denkbeeldige. Door de foto achter dit glas te plaatsen, nodigt zij de toeschouwer uit het beeld te ervaren als iets dat slechts even wordt opgevangen, een vluchtige visie die zowel aanwezig is als net buiten bereik. Tegelijkertijd roept het glas een gevoel van bescherming op, alsof de bloemen zich bevinden in hun eigen kwetsbare ruimte, en herinnert het aan de dunne grens tussen afstand en nabijheid, werkelijkheid en verbeelding.