Josse Pyl creëert in zijn werk zijn eigen linguïstische wereld met een interne, grammaticale logica. Hij ontleedt taal in al zijn facetten - als cultuur, als spraak, als spel - en gaat terug naar diens beginselen: tekens worden letters worden woorden, in een volgorde gegoten, of gesproken via long, tong en tand. Pyl vormt tekens om tot materiaal en objecten tot symbolen, waarbij het onuitgesproken een belangrijke rol speelt.