De twee figuren, Wild Woman I en Wild Woman II, zijn geïnspireerd op afbeeldingen van met bont of haar bedekte wilde vrouwen en mannen, in de laat-middeleeuwse seculiere kunst van Noord-Europa. In diezelfde periode waren ook religieuze afbeeldingen van Maria Magdalena met haar en de vacht bedekt in de wildernis populair. De hedendaagse figuren van Claire Partington zijn een mix van deze seculiere beelden.
'Haar' staat symbool voor verlangen en seksualiteit, maar ook voor de dualiteit tussen mens en dier. De vrouwen op de sokkels met bloemen nemen houdingen aan van “wilde beesten”, die je tijdens een dramales uitbeeld als je je voorstelt dat je een dier bent of een houding die je met yoga uitoefent. De vrouwen verwijzen ook naar beelden van wilde vrouwen in sprookjes en legendes van wilde kinderen, opgevoed door dieren.
De Wilde Vrouwen bevinden zicht tussen een kunstmatige wildernis van bloemen, een tegenstrijdig beeld, dat zo de getemde natuur en - vrouwen verbeeld.
De sokkels, de 'Flower Bricks', zijn versierd in Majolica techniek met afbeeldingen van vrouwen uit de kunstgeschiedenis. Flower Brick II is versierd met afbeeldingen van vrouwen in yogahoudingen - op beide 'bricks' vergezeld van een schaar zodat ze hun wilde haar kunnen temmen!